Behandeling baarmoederhalskanker

Welke behandelingen zijn mogelijk?

Bij het voorstadium van baarmoederhalskanker bevinden zich afwijkende cellen in de baarmoederhals. Dit voorstadium kan spontaan genezen of worden verwijderd door middel van een kleine operatie aan de baarmoedermond (lisexcisie of conisatie).

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

  • Lisexcisie. De arts brandt een stukje uit de baarmoederhals met een lisvormige draad die wordt verhit. De behandeling kan meestal onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer 15 minuten. U kunt een branderige geur ruiken. Na de behandeling mag u weer naar huis. Heel soms moet de behandeling met een ruggenprik of onder narcose gebeuren. Dan duurt de behandeling langer en moet u wat langer (2 tot 3 uur) in het ziekenhuis blijven. U kunt ruim een week na de behandeling nog bloederige afscheiding hebben. Dat komt doordat de wond aan het genezen is.
  • Conisatie. De arts snijdt met een mesje een kegelvormig stukje van de baarmoederhals weg. Deze operatie gebeurt onder gehele verdoving of met een ruggenprik en duurt ongeveer 30 minuten. Daarna moet u nog een paar uur in het ziekenhuis blijven. Na een conisatie verliest u wat bloed. Daarom krijgt u na de operatie een lang stuk gaas in uw vagina. Hierdoor kunt u moeilijk plassen en krijgt u een blaaskatheter. Een paar uur na de operatie of de volgende dag mogen het stuk gaas en de katheter eruit. De eerste paar dagen na de ingreep houdt u wat last van bloedverlies. Het bloedverlies is vergelijkbaar met een hevige menstruatie.

De arts onderzoekt het weefsel van de baarmoedermond. Na enkele weken komt u terug voor controle en krijgt u de uitslag. Ook kijkt de arts dan of de operatie goed is gegaan.

U kunt deze behandeling krijgen bij de volgende aandoeningen. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met deze specialismen. Dit hangt af van uw situatie.