Patiënteninformatiedossier hartfalen
Behandeling
In dit dossier leest u wat hartfalen is, wat dit voor u betekent en hoe u hiermee om kunt gaan. Ook vindt u adviezen, praktische tips en belangrijke contactgegevens. U kunt alles rustig nalezen wanneer het u uitkomt.
Inleiding
In het opnamegesprek of tijdens het polikliniekbezoek hebben de arts en verpleegkundige u verteld dat er bij u sprake is van hartfalen. Hartfalen is een chronische aandoening.
Dit betekent in veel gevallen dat het wel behandeld kan worden, maar niet kan worden genezen.
Hartfalen kan gevolgen hebben op uw dagelijks leven, maar ook op dat van uw partner en/of familie. De meeste hartfalen patiënten krijgen medicijnen voorgeschreven en het advies hun eetgewoonten en/of lichamelijke activiteiten aan te passen. Deze gevolgen kunnen per persoon verschillen.
De cardiologen en hartfalenverpleegkundigen (of verpleegkundig specialist hartfalen) zullen u en uw naasten zo goed mogelijk informeren en begeleiden bij het ziektebeeld en de behandeling.
Omdat het om veel (vaak nieuwe) informatie gaat, is het niet eenvoudig om alles in één keer te onthouden. Daarom kunnen u en familie/naasten in dit patiënten informatie dossier (PID) alles nog eens rustig nalezen.
Voor elke patiënt is de situatie weer anders. Er kan dan ook regelmatig nieuwe informatie - op maat - worden toegevoegd. De (hartfalen)verpleegkundige coördineert dit en begeleidt u bij het gebruik van het PID.
Het gebruik van het dossier
In de inhoudsopgave zijn de hoofdstukken genummerd, deze nummerindeling vindt u terug op de tabbladen. Het PID bevat niet alleen informatie maar is ook bedoeld voor communicatie tussen u en de hulpverleners.
Heeft u vragen? Stel deze dan gerust aan de verpleegkundigen of in de gesprekken met de cardioloog en/of hartfalenverpleegkundige.
Het is belangrijk dat u bij elk polikliniekbezoek een recente medicijnlijst meeneemt. Deze kunt u bij uw apotheek opvragen. Geef uw apotheek toestemming om uw medicijngegevens te delen.
Eventueel kunt u de medicijnen die u gebruikt – in de originele verpakking – meenemen.
Een goede voorbereiding
Welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past, hangt van een aantal zaken af. Bijvoorbeeld van de risico’s en de bijwerkingen, van uw leefstijl en omstandigheden, van uw beroep en uw wensen. Het is daarom belangrijk om met uw zorgverlener te bespreken wat u belangrijk vindt. Zo kunt u de mogelijkheden beter vergelijken en samen beslissen wat het beste past bij uw situatie.
Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op uw gesprek, hebben we hieronder een aantal hulpmiddelen in het kort beschreven. Meer informatie over elk hulpmiddel leest u hierna.
Gesprekstips: om u op weg te helpen
Een aantal handige tips om u goed voor te bereiden op het gesprek met uw arts of verpleegkundige.
3 goede vragen: zelf de regie in de spreekkamer
De 3 goede vragen helpen u te kiezen welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past. Dit hangt namelijk van een aantal zaken af. Het is belangrijk om samen met uw arts deze zaken op een rijtje te zetten. Dit kunt u doen door 3 goede vragen te stellen.
MijnCWZ: uw gegevens, voorbereidingen en afspraakdetails
In MijnCWZ vindt u al uw medische gegevens, kunt u vragen stellen aan uw zorgverlener en ziet u alle informatie over uw afspraak. Hier zet de zorgverlener ook belangrijke informatie voor u klaar, zodat u zich goed kunt voorbereiden. Dit zijn bijvoorbeeld folders, notities of vragenlijsten.
Beter voorbereid in gesprek met uw arts of verpleegkundige
U heeft vast veel vragen. Vragen die u thuis heeft bedacht of vragen die tijdens het gesprek opkomen. Stel deze ook altijd. Domme vragen bestaan niet. De volgende gesprektips kunnen u helpen tijdens het gesprek met uw arts:
Schrijf uw vragen op en neem deze mee op papier.
Schrijf de antwoorden op of neem het gesprek op om thuis rustig te kunnen nalezen of afluisteren.
Neem iemand mee, samen hoor je meer dan alleen.
Geef aan als u iets niet helemaal begrijpt.
Geef aan als u ergens over twijfelt.
Vat het gesprek aan het einde in uw eigen woorden samen. Zo kunt u samen met uw arts of verpleegkundige nagaan of u het begrepen heeft.
Kijk voor meer informatie op www.cwz.nl/naar-het-ziekenhuis/afspraak/samen-beslissen/naar-het-ziekenhuis/afspraak/samen-beslissen/
3 goede vragen
Als u naar de arts gaat voor onderzoek of behandeling, heeft u altijd meerdere mogelijkheden waaruit u kunt kiezen. Welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past, hangt van een aantal zaken af. Het is belangrijk om samen met uw arts deze zaken op een rijtje te zetten. Dit kunt u doen door 3 goede vragen te stellen. Samen met uw arts kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past.
De 3 goede vragen zijn:
Wat zijn mijn mogelijkheden?
Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
Wat betekent dat in mijn situatie?
Deze vragen nodigen uw arts uit goede informatie te geven en een open gesprek met u te voeren. Samen met hem of haar kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past. U maakt zo een goed geïnformeerde keuze, en dat maakt de kans van slagen het grootst.
Hoe komt u in contact met de hartfalenpoli?
Telefonisch rechtstreeks bereikbaar van maandag tot en met vrijdag.
E-mailadres: [email protected]mailto:[email protected]
MijnCWZ
Als patiënt kunt u uw medische gegevens inzien in MijnCWZ: een digitaal patiëntportaal. MijnCWZ is een beveiligde, persoonlijke omgeving voor patiënten van CWZ.
In MijnCWZ kunt u zelf 24 uur per dag, 7 dagen per week uw afspraken inzien, delen van uw medisch dossier bekijken en op een veilige manier vragen stellen aan uw zorgverlener.
Voor spoedvragen is MijnCWZ niet geschikt. Meer informatie: MijnCWZ/mijncwz/
De belangrijkste tekenen van vochtophoping
1. 2 kilo (of meer) gewichtstoename binnen 3 dagen
Door uzelf dagelijks te wegen kunt u dit controleren. 1 liter vocht weegt namelijk 1 kilo. Een snelle toename van het gewicht kan een aanwijzing zijn voor vochtophoping.
2. Toename vermoeidheid en vermindering van inspanningsvermogen
Wanneer het lichaam meer vocht gaat vasthouden, worden weefsels en organen minder goed van bloed en van zuurstof voorzien en kunt u sneller vermoeid raken en minder goed inspannen dan u gewend bent.
3. Toename van kortademigheid bij inspanning of in rust
4. Kortademigheid bij platliggen
Dit kan wijzen op vochtophoping in de longen waardoor u meer kussens nodig heeft.
5. Opgezette enkels of benen
Als er zo’n 10 seconden met de duim of vinger op de zwelling wordt gedrukt en er blijft een putje achter dat blijft staan, dan spreken we van ‘pitting oedeem’.
Vochtophoping in de enkels en/of benen kan een strak, gespannen gevoel geven. Schoenen passen niet meer goed en sokken laten een afdruk achter in het been.
6. Vol gevoel in buik en een verminderde eetlust
Sommige mensen hebben een misselijk opgeblazen gevoel, zelfs als ze weinig hebben gegeten. Buikpijn of een gevoelige buik kan hier ook bij passen. U kunt dit merken aan het strakker zitten van kleding rond het maaggebied.
7. Hoesten/droge kriebelhoest
Hoesten kan het gevolg zijn van vochtophoping, of stuwing, in de longen, waardoor het moeilijker wordt om adem te halen.
Soms kan het een bijwerking zijn van een van de medicijnen die u slikt voor de hartfalen.
8. Verandering van het hartritme
Verandering van een regelmatig naar een onregelmatig hartritme; ontstaan van hartkloppingen en/of neiging tot flauwvallen.
9. Duizeligheid
Duizeligheid bij verandering van houding zoals bukken of te snel opstaan komt veel voor bij hartfalen. Deze vorm duurt een paar seconden tot een minuut en trekt dan weer weg. Langdurige, aanhoudende duizeligheid kan duiden op hartritmestoornissen, lage bloeddruk of uitdroging.
10. Overdag minder plassen en donkere urine
Dit kan wijzen op het vasthouden van vocht.
11. ’s Nachts vaker moeten plassen
Het vocht dat overdag teveel in enkels, benen of buik zit, kan ’s nachts door de nieren worden verwerkt waardoor u vaker moet plassen.
Risico’s op uitdroging
U wordt door uw cardioloog en/of hartfalenverpleegkundige (of verpleegkundig specialist hartfalen) ingesteld op hartfalenmedicatie en vaak zit daar ook een plastablet bij. Soms is het (tijdelijk) nodig om een vochtbeperking te hanteren. Bovenstaande in combinatie met braken, diarree en/of koorts geeft een verhoogde kans op uitdroging.
De belangrijkste tekenen van uitdroging
Afname van lichaamsgewicht
Toename van duizeligheid door lage bloeddruk
Hoofdpijn
Dorst en een droge mond
Droge huid en slijmvliezen, droge ingevallen ogen
Verminderde elasticiteit van de huid (verminderde 'huidturgor'): in plaats van dat de huid terugveert, blijft deze eerst enige tijd 'staan' wanneer u in een huidplooi knijpt.
Minder urineproductie en geconcentreerde, donkere urine
Gevoel van zwakte
Vermindering van bewustzijn en soms verwardheid
Misselijkheid
Spierkrampen vooral in handen, benen en voeten
Conditieverlies
Wazig of slechter zien
Gewichtslijst
Datum | Gewicht | Bijzonderheden: medicijnen aangepast, anders of ergens anders gegeten enzovoort |
Zondag | ||
Maandag | ||
Dinsdag | ||
Woensdag | ||
Donderdag | ||
Vrijdag | ||
Zaterdag |
Zout
Keukenzout is een andere naam voor natriumchloride en bestaat uit twee delen, natrium en chloride. 1 gram (=1000mg) keukenzout bevat 400 mg natrium en 600 mg chloride.
Zout wordt gebruikt als smaakmaker, ter verbetering van de structuur van voedingsmiddelen en om de houdbaarheid van producten te verlengen. Het is van nature een smaakmaker en een stof die ons lichaam nodig heeft.
Natrium is goed voor ons lichaam, aangezien het zorgt voor de vochtbalans van het lichaam. Het regelt onze bloeddruk en de prikkeloverdracht in spiercellen en zenuwcellen.
Teveel zout is echter schadelijk voor de gezondheid.
In bijna alle levensmiddelen zit zout: in brood, melk, kaas en vlees. Daarnaast voegen we ook nog eens zout toe aan ons eten. De gemiddelde Nederlander krijgt van nature alleen via zijn voeding (dus zonder toevoeging uit het zoutvaatje) al
9 à 10 gram zout per dag binnen terwijl dit volgens advies van de Gezondheidsraad maximaal 6 gram zou moeten zijn! Ons lichaam heeft maar 1 à 3 gram per dag echt nodig.
Wist u dat 75% van het zout dat je eet ongemerkt is? Dit komt voornamelijk uit bewerkte voedingsmiddelen zoals kant-en-klaar maaltijden, brood, vleeswaren, soep en snacks. De warme maaltijd levert het meeste zout (36%) gevolgd door de lunch (31%).
Patiënten met hartfalen worden aangeraden minder zout te gebruiken. Het gaat hierbij alleen om het natrium in keukenzout; dat is eigenlijk de boosdoener. Een zoutarm of zoutbeperkt dieet wordt daarom meestal ook een natriumarm of natriumbeperkt dieet genoemd.
Met name te veel natrium in één keer wordt afgeraden. Als u bijvoorbeeld een stuk rookworst of een zoute haring eet, krijgt u veel zout (natrium) binnen. U kunt dit beter vermijden.
Hoe moeilijk dat voor sommigen ook kan zijn, het is wel een heel belangrijke en noodzakelijke verandering.
Waarom is een natriumbeperkt dieet zo belangrijk bij hartfalen?
Bij hartfalen is de functie van het hart verminderd. Om de verminderde doorbloeding van de weefsels te compenseren scheiden de nieren minder natrium en vocht uit. Dit leidt tot vochtophoping.
Een natriumbeperkt dieet vermindert de kans dat er klachten door vochtophoping ontstaan.
We weten van enkele medicijnen, zoals ACE-remmers (bijvoorbeeld Fosinopril, Lisinopril, Capoten) en diuretica (bijvoorbeeld Furosemide, Bumetanide), dat ze beter werken in combinatie met een natriumbeperkt dieet.
Hoe minder zout u gebruikt, hoe minder diuretica (plastabletten) er nodig zijn.
Te veel diuretica kan leiden tot een verminderde werking van de nieren, kramp, dorst en jicht.
Een natriumbeperking vermindert het dorstgevoel, wat ook helpt bij een tijdelijke vochtbeperking.
Gewend aan zout
De smaakpapillen op onze tong zijn door de grote hoeveelheden zout in onze voeding gewend geraakt aan een (te) zoute smaak. U denkt misschien dat het eten saai, flauw en smakeloos wordt als u er geen zout meer aan toevoegt, maar als u langzaamaan de zoutinname vermindert, zult u het verschil niet echt merken en went u er snel aan. En dan worden de smaakpapillen steeds gevoeliger voor zout, en heeft u dus veel minder zout nodig om hetzelfde smaakeffect te krijgen.
Eenmaal gewend zult u merken dat ook eten zonder zout toch weer smakelijk is. Het duurt ongeveer zes weken voor uw smaakpapillen gewend zijn aan minder zout eten. Minder zout kan het ontstaan van hoge bloeddruk voorkomen, en dit op zijn beurt vermindert het risico op hart- en vaatziekten.
Uw gezinsleden en vrienden waar u samen mee eet profiteren dus ook als zij met u meedoen met de beperking van het zoutgebruik.
Tips om het zoutgebruik te verminderen
Voeg geen zout toe tijdens het koken, maar breng uw eten op smaak met verse, diepgevroren of gedroogde kruiden zoals basilicum of rozemarijn en specerijen zoals peper, paprikapoeder, kerrie of koriander. Bij elk gerecht passen een of meerdere kruiden en specerijen. Een tip voor beginners: gebruik in principe niet meer dan drie kruiden tegelijk.
Proef uw eten eerst voordat u er zout op doet. Vaak doet u dat al uit gewoonte, terwijl het niet nodig is. Zet ook geen zoutvaatje op tafel.
Vermijd zeezout, selderijzout, knoflookzout, mineraalzout van Zonnatura of halvazout; ze bevatten net zoveel natrium als keukenzout.
Let op met toevoegen van grote korrels zout, zoals zeezout. Het duurt even voordat de grote korrels hun smaak afgeven. De korrels lossen verder op in uw maag en ongemerkt krijgt u dan grote hoeveelheden zout binnen.
De smaak van groente blijft beter behouden wanneer u deze kort kookt in weinig water. Rauwkost heeft een sterker uitkomende smaak dan gekookte groente.
Vlees, vis of kip, bereid in aluminiumfolie of een braadzak in de oven, behoudt de smaak zonder dat vet en zout worden toegevoegd.
Grillen of barbecueën is een goed alternatief voor het bakken van vlees, vis of kip. Door de hitte van de grill wordt het vlees snel dichtgeschroeid zodat maar weinig vocht en smaak verloren gaat.
Probeer eens aardappeltjes in de schil uit de oven, kies in plaats van witte rijst vaker voor bijvoorbeeld Thaise rijst of pandanrijst.
Kies eens voor bijvoorbeeld balsamicoazijn in plaats van gewone azijn; daar zit van zichzelf al meer smaak in.
Vermijd zoutrijke smaakmakers zoals; ketjap, soeparoma (Maggi, Aromat), sambal, bouillonkorrels, bouillonpoeder, kruidenmengsels zoals gehaktkruiden en kruidenmixen voor spaghetti, nasi etc. Hiervan zijn vaak ook natriumarme varianten verkrijgbaar.
Vermijd kant-en-klare maaltijden en producten zoals; bami, nasi of lasagne, soepen en sauzen uit blik of pakje zoals Cup-a-Soup, groenten uit blik of pot, vis of vlees uit blik, zoetzure augurken en uien. Ook bereide producten uit de vriezer kunnen zout bevatten.
Gebruik geen of zo min mogelijk sterk gezouten producten zoals: gezouten rookvlees, rauwe ham, cervelaatworst, salami, oude kaas, gerookte vis of gerookt vlees, alle soorten haring, zuurkool, gezouten noten, chips, saucijzenbroodjes, snacks zoals kroketten, frikadellen en hamburgers
Neem niet meer dan 2-3 plakjes gewone kaas of vleeswaren per dag.
Let goed op het etiket op de verpakking; Op de verpakking vindt u de hoeveelheid natrium (Na), in gram (g) of milligram (mg). Meestal is dit per 100 gram van het voedingsmiddel. Soms staat het ook per portie aangegeven.
Gaat u buitenshuis eten? Vraag informatie (eventueel telefonisch vooraf) aan het restaurant of aan uw gastheer over de mogelijkheden van een licht zoutarme bereiding van de maaltijd.
Laat de saus en dressing apart bij het eten serveren zodat u zelf de hoeveelheid kan bepalen.
Met de Zoutwijzer kunt u de hoeveelheid natrium eenvoudig omrekenen naar zout. Zie link hieronder bij “nuttige websites”.
Eventueel kunt u doorverwezen worden naar een diëtist voor extra advies.
Wist u dat …
De aanduiding laag natrium- of zoutgehalte alleen mag worden vermeld als het product minder dan 40 mg natrium per 100 gram of milliliter bevat.
Als op een verpakking ‘geen zout toegevoegd’, ‘ongezouten’, ‘bereid zonder zout’ of ‘zonder toevoeging van zout’, staat vermeld er bij de bereiding geen natriumzouten mogen zijn toegevoegd.
Een gezouten maaltijd gemiddeld 3 tot 5 gram zout bevat. Een ongezouten maaltijd bevat gemiddeld 0,2 gram zout.
1 zoute haring gemiddeld al 5,5 gram zout levert.
Verse vis niet meer natrium bevat dan vers vlees.
Natriumarme smaakmakers doorgaans bij grote supermarkten of reformzaken te koop zijn.
Natriumarme smaakmakers, dieetzout/natriumarm zout niet altijd geschikt zijn voor het natriumbeperkte dieet. In dieetzout is natrium voor een groot deel vervangen door kalium. Hierdoor kan het kalium in een te hoge concentratie in het bloed voorkomen en daardoor hartritmestoornissen veroorzaken.
Er een halve gram zout in een croissant zit? Dat is evenveel als in een plak kaas of in twee gevulde koeken.
Het woord salami komt uit Italië en betekent ‘gezouten vlees’. Gekruide vleeswaren zoals boterhamworst en leverworst bevatten meestal ook veel zout.
Zoete producten, zoals ijs en melkproducten, chocolade en koekjes, kunnen ook veel zout bevatten.
Nuttige Websites
Informatie over zout eten.
www.zoutbeperkt.nlhttp://www.zoutbeperkt.nl
Zoutarme recepten en producten.
www.smakelijketenzonderzout.nlhttp://www.smakelijketenzonderzout.nl
Informatie en recepten voor mensen die minder zout willen of moeten eten.
www.spicewise.nuhttp://www.spicewise.nu
Recepten voor koken met kruiden- en specerijenmixen zonder zout.
Brochure met voedingsadviezen voor mensen met een zoutbeperking.
Vochtbeperking
Soms kan het (tijdelijk) nodig zijn u - naast de natriumbeperking - ook aan een vochtbeperking te houden.
Hoe omgaan met vochtbeperking?
Als u een (tijdelijke) vochtbeperking krijgt is dit afhankelijk van uw klachten meestal 1,5 tot 2 liter. Uw arts/hartfalen-verpleegkundige vertelt u wat voor u van toepassing is.
Bij tabblad 4 staat de informatie hoe u merkt dat u teveel vocht vasthoudt.
Vocht neemt u op via:
Dranken; thee, koffie, melk, frisdrank en dergelijke.
Vloeibare producten zoals; soep, pap, vla en appelmoes.
Vaste voeding bijvoorbeeld; fruit en sommige groenten.
Aardappelen, brood en beleg leveren geen vocht en hoeft u dus niet mee te rekenen.
Om inzicht te krijgen in uw dagelijkse vochtopname zijn er twee mogelijkheden:
U meet de hoeveelheden in een maatbeker, noteert deze en telt de hoeveelheden vocht op die u per 24 uur gebruikt. U weet dan ook de inhoud van uw eigen kopjes en borden.
U vult ‘s morgens een fles(sen) met de afgesproken hoeveelheid met water. Telkens als u iets gedronken of gegeten (soep, pap) hebt, vult u het gebruikte kopje, glas of bord met dezelfde hoeveelheid water uit de fles en gooit dit weg. U ziet in de fles hoeveel vocht u de rest van de dag nog mag gebruiken.
Tips
Verdeel het vocht over de dag. Maak een verdeling van de hoeveelheid vocht over de hele dag zodat u ‘s avonds ook nog wat kunt nemen. Zie het voorbeeld verderop.
Gebruik klein servies, bijvoorbeeld een espressokopje.
Probeer tijdens de maaltijd niet te drinken. Als u na de maaltijd drinkt geeft dit meer voldoening.
Kauw goed. Dit zorgt voor meer speeksel in de mond.
Smeerbaar beleg zoals jam, appelstroop en roerei zorgen voor een minder droge broodmaaltijd.
Verdeel fruit in stukjes. Een portie fruit kunt u ook over de dag verdelen. Periodes van dorst kunt u overbruggen door stukjes gekoeld fruit te eten.
Bij erge dorst kan het zuigen op een ijsklontje, zuurtje of pepermuntje (geen drop) ook helpen.
Citroensap in thee of limonade werkt dorstlessend.
Neem medicijnen in met een lepel vla of appelmoes in plaats van met een glas water.
Hoeveelheid vocht in fruit en groenten
komkommer | 96% |
radijsjes | 94% |
sla | 94% |
watermeloen | 90% |
aardbeien | 89% |
grapefruit | 89% |
tomaten | 89% |
perziken | 87% |
sinaasappels | 87% |
appels | 85% |
1 stuk fruit staat gelijk aan 100 tot 150 ml vocht.
Voorbeeld van 1,5 liter vochtverdeling over de hele dag
Tijdstip | Hoeveelheid vocht |
Ontbijt | 250 ml koffie/thee/sap of 125 ml koffie/thee en 125 ml pap |
10.00 uur | 125 ml koffie/thee/sap |
Lunch | 150 ml soep/water 150 ml toetje/appelmoes 1 stuk fruit (100 ml) |
15.00 uur | 125 ml koffie/thee/sap |
Avondmaaltijd | 250 ml koffie/thee/sap of 125 ml koffie/thee en 125 ml pap |
’s Avonds | 250 ml koffie/thee/sap |
Voor de nacht | 100 ml water voor het innemen van medicijnen |
Totaal | 1500 ml (1,5 liter) |
Problemen door uitdroging
Ook als u goed bent ingesteld kan uitdroging kan ontstaan als u bijvoorbeeld:
veel last hebt van diarree;
veelvuldig braakt;
bij erg warm weer door zweten.
Bij tabblad 4 vindt u de belangrijkste tekenen van uitdroging.
In deze gevallen is het toegestaan om tijdelijk per dag twee tot drie glazen van 125 ml vocht extra te drinken.
Soms is het nodig de diuretica (plasmedicijnen) tijdelijk te verminderen. Neem dus bij uitdrogingsverschijnselen contact op met de hartfalenverpleegkundige.
Slechte stoelgang
Als gevolg van de vochtbeperking kan een slechte stoelgang (obstipatie) ontstaan. Een vezelrijke voeding is belangrijk voor een goede stoelgang. Vezels zitten in volkorenbrood, roggebrood, groenten en fruit. Het gebruik van geweekte gedroogde pruimen of Roosvicee Laxo aangelengd met water of vla kan het risico op obstipatie (verstopping) verkleinen.
Rekengetallen bij het natriumbeperkt dieet
Rekengetallen bij het natriumbeperkt dieet
Bij een natriumbeperkt dieet mag u maximaal 2000 tot 3000 mg natrium per dag (24 uur), afhankelijk van de ernst van uw hartfalen. Uw arts/hartfalenverpleegkundige vertelt u wat voor u van toepassing is.
Met behulp van de onderstaande gegevens kan u zelf - rekening houdend met uw eigen voorkeuren - meer variatie aanbrengen in uw eigen dieet.
Wanneer u meer dan één dieet moet volgen, is het verstandig een diëtist om advies te vragen.
Bij het voedingscentrum (www.voedingscentrum.nlhttp://www.voedingscentrum.nl of telefoon 070 306 88 88) kunt u de eettabel (artikelnummer 806) bestellen. Deze brochure geeft van ruim 1600 voedings-middelen, gerechten en dieetproducten de analysecijfers van energie, eiwitten, vetten (ook verzadigde vetten), koolhydraten en natrium. De cijfers worden gegeven per huishoudelijke maat, dus per glas, plak, lepel enzovoort.
Hoeveel mg natrium zit waar in?
Broodmaaltijden | Mg natrium |
1 snee wit-, bruin- of volkorenbrood | 170 |
1 snee roggebrood licht/donker | 120/130 |
1 beschuit | 25 |
1 snee knäckerbröd bruin/lichtgewicht | 60/25 |
1 plak ontbijtkoek | 50 |
1 broodje | 240 |
ongezouten roomboter, halvarine | 0 |
margarine | 20 tot 30 |
1 x vleeswaren | 120 tot 180 |
1 x kaas | 110 tot 200 |
1 x smeerkaas | 170 |
1 x zoetbeleg | 5 |
1 ei | 75 |
1 beker melk, karnemelk (250 ml) | 55 tot 70 |
1 glas (150 ml) yoghurt (met vruchten) | 75 |
1 schaaltje (150 ml) pap | 110 tot 150 |
1 pakje (150 ml) chocolademelk | 55 tot 70 |
vanille yoghurt halfvol | 0 |
Warme maaltijd zonder toevoeging van zout bereid | Mg natrium |
150 ml soep (natriumarm) | 0 |
1 stukje vlees 75 gr | 50 |
Jus | 0 |
vis 100 gr | 100 |
3 vissticks | 400 |
1 portie groente (2 grote lepels) | 30 |
1 schaaltje (150 ml) rauwkost | 10 |
1 grote lepel rauwe zuurkool | 330 |
1 x aardappels, aardappelpuree, frites | 0 |
1 x rijst, macaroni | 0 |
1 zakje zout (1 gram) | 400 |
1 schaaltje (150 ml) vla | 80 |
1 schaaltje compote | 0 |
1 schaaltje appelmoes | 20 |
Tussendoor | Mg natrium |
1 stuk fruit | 0 |
1 glas vruchtensap (150 ml) | 0 |
1 glas bouillon zonder zout | 0 |
1 bord soep met vlees en groenten | 100 |
Dranken | Mg natrium |
1 kopje koffie | 0 |
1 kopje thee | 0 |
1 beker chocolademelk (200 ml) | 55 tot 70 |
1 glas frisdrank | 0 |
1 glas vruchtensap | 0 |
1 glas tomatensap | 260 |
1 glas wijn | 0 |
1 glas bier | 0 |
1 glaasje advocaat | 0 |
Zoete versnaperingen | Mg natrium |
1 kleine reep chocolade melk | 45 |
1 kleine reep chocolade puur | 5 |
1 bonbon | 30 |
1 mars/nuts | 110/25 |
1 koekje (allerhande) | 30 |
1 appelbeignet | 55 |
1 appelcarree | 270 |
1 appelflap | 330 |
1 stukje banketstaaf | 70 |
1 stukje vlaai/appelgebak | 120/100 |
1 stukje rijstevla | 270 |
1 snee krentenbrood met spijs | 50 |
1 snee krentenbrood zonder spijs | 100 |
1 oliebol | 16 |
Hartige versnaperingen | Mg natrium |
1 handje chips (10 gram) | 45 |
1 lepel gemengde noten ongezouten/gezouten | 0/60 |
1 toastje | 40 |
camembert of paté voor 1 toastje | 80 |
gekookte/gerookte zalm voor 1 toastje | 75/110 |
1 worstenbroodje | 490 |
1 saucijzenbroodje | 550 |
1 rijstwafel | 10 |
1 aardappellepel babi pangang | 220 |
1 lepel barbecuesaus | 180 |
1 bitterbal | 150 |
1 eetlepel borrelnootjes | 270 |
30 stuks garnalen | 500 |
1 bolletje (50 gram) huzarensalade | 65 |
1 kippenpoot (ongezouten) | 130 |
15 stuks mosselen gekookt/gebakken | 230/14 |
1 punt hartige taart van bladerdeeg | 1200 |
1 eetlepel mayonaise | 45 |
1 sauslepel cocktailsaus | 440 |
1 theelepel mosterd | 20 |
10 olijven | 420 |
3 stokjes varkensvlees met satésaus | 1100 |
1 theelepel sambal | 120 |
1 stukje rookworst | 700 |
pizza | 1500 |
loempia | 920 |
1 eetlepel ketjap | 600 |
1 zure/zoute haring | 610/820 |
1 gerookte bokking | 1800 |
1 frikadel | 880 |
1 croissant | 370 |
1 plakje bladerdeeg | 240 |
bouillon van blokje | 990 |
Medicijnen
Medicijnen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling van hartfalen. Ze kunnen hartfalen niet genezen. Wel kunnen ze een groot effect hebben op het verminderen van de klachten en op de kwaliteit van leven. Bepaalde medicijnen verbeteren in veel gevallen ook de levensverwachting van patiënten met hartfalen. Sommige medicijnen hebben direct effect op de klachten en symptomen. Andere medicijnen hebben met name op langere termijn een gunstige werking op het hart. Meestal wordt de medicatie voor levenslang voorgeschreven.
De medicijnen zorgen er voor dat u meer kunt, dat u zich beter kunt inspannen en dat u zich niet zo moe voelt.
U kunt dit onder andere merken doordat u bijvoorbeeld minder vaak in het ziekenhuis hoeft te worden opgenomen.
Het is erg belangrijk de medicijnen te blijven slikken, ook al voelt u zich beter. Het verminderen van medicijnen zonder gegronde reden is niet verstandig, omdat de hoeveelheid en sterkte hoog genoeg moeten zijn (de streefdosering) om het gunstige effect te behalen en behouden.
Uit onderzoek is gebleken dat medicatie die wordt ingesteld op de streefdosering de beste resultaten oplevert.
Soms laten de gunstige effecten van medicatie bij hartfalen enige tijd op zich wachten. Door het langzaam ophogen van de dosis van sommige geneesmiddelen kan het soms een tijd duren voordat de volledige werking is bereikt. Bijwerkingen zijn vaak van voorbijgaande aard.
Stop of verminder dus nooit zomaar het gebruik van de voorgeschreven medicijnen bij hartfalen, bijvoorbeeld omdat de klachten weg zijn of omdat u last hebt van bijwerkingen, maar bespreek dit altijd met uw hartfalenverpleegkundige en/of cardioloog!
Behandeling
De belangrijkste medicijnen bij hartfalen zijn:
ACE-remmers of Angiotensine-II-antagonisten
(AT-II-antagonisten)
Bètablokkers
Diuretica = plastabletten
MRA’s of Aldosteronantagonist (kaliumsparende diuretica) Entresto (combinatie AT-II antagonist en neprilysineremmer
Ivabradine
Bloedverdunners (anticoagulantia en plaatjesremmers)
Nitraten (vaatverwijdende middelen)
Digitalis
In grote lijnen berust de werking van medicijnen bij hartfalen op de volgende principes:
Verbeteren van de hartfunctie
Verlagen van de bloeddruk
Zorgen voor een regelmatige, rustige hartslag
Afvoeren en voorkomen van overtollig vocht (en zout)
Verminderen van bloedstolselvorming (trombose)
Verwijden van de bloedvaten
Versterken van de pompkracht
De behandeling met medicijnen kan worden onderverdeeld in:
Onderhoudsbehandeling
Medicijnen bij (langzame) verslechtering
Medicijnen bij plotse ernstige verslechtering
(astma cardiale)
Onderhoudsbehandeling
Bij onderhoudsbehandeling gaat het om de medicijnen die u dagelijks inneemt.
Doelen van de onderhoudsbehandeling met medicijnen:
Verminderen van klachten.
Verbeteren van het dagelijkse functioneren.
Voorkomen van acute verslechtering en ziekenhuisopnames door bijvoorbeeld vochtophoping.
Vertragen van de progressie van hartfalen (= achteruitgang).
Voorkomen of uitstellen van overlijden.
Medicijnen bij (langzame) verslechtering
Meest voorkomende oorzaken van verslechtering:
Verminderen, stoppen of niet trouw innemen van medicatie
Overmatig zout en/of vochtgebruik
Gebruik van overige medicatie zoals onder andere:
- NSAID’s (pijnstillers met ontstekingsremmende werking)
- Prednison
Koorts
Hartritmestoornissen
Zuurstof tekort van de hartspier (ischemie)
Progressie/achteruitgang van de ziekte.
Onbekend: soms is er geen duidelijke oorzaak.
De behandeling bestaat meestal uit het tijdelijk ophogen van de diuretica (plastabletten), in overleg met uw hartfalenverpleegkundige. Soms wordt ook de overige medicijnen (tijdelijk) aangepast.
Verslechtering is veelal te voorkomen door uw medicijnen trouw in te nemen en zoveel mogelijk de leefadviezen na te leven.
Medicijnen bij plotse ernstige verslechtering
Ondanks behandeling kan hartfalen in enkele gevallen plots ernstig verslechteren. Dit wordt acuut hartfalen of astma cardiale genoemd. De symptomen zijn gelijk aan die van chronisch hartfalen, maar veel ernstiger en gaan gepaard met plotse vochtophoping, een snelle en/of onregelmatige hartslag (palpitaties), plotse, ernstige ademnood (met name in liggende positie), pijn op de borst en soms ophoesten van roze, schuimachtig slijm.
Opname in het ziekenhuis is in dit geval nodig om vocht afdrijvende medicijnen rechtstreeks in een bloedvat toe te dienen. Vaak wordt er ook gestart met zuurstof, soms met een lage dosering morfine. Dit vermindert niet alleen de kortademigheid, maar werkt ook gunstig op de hartfunctie. Als de bloeddruk hoog is, worden medicijnen gegeven die deze verlagen.
Tips voor medicijngebruik
Mensen met hartfalen krijgen meestal veel medicijnen voorgeschreven. Dat is vaak wennen. De volgende tips kunnen u helpen beter om te gaan met uw medicijnen.
Diuretica = plastabletten
Diuretica krijgt u voorgeschreven door uw cardioloog of hartfalenverpleegkundige indien u regelmatig last hebt van vocht vasthouden en klachten daarbij zoals kortademigheid, vermoeidheid en opgezette enkels/ benen.
Zodra u bemerkt dat u weer meer vocht in uw lichaam hebt (zie hoofdstuk 4) dan kunt u in overleg met de hartfalenverpleegkundige tijdelijk extra diuretica innemen. U mag hier eventueel al zelf mee starten indien de hartfalen-verpleegkundige niet bereikbaar is en vervolgens bij de eerstvolgende werkdag dit met de hartfalenpoli bespreken.
Hoe eerder u start met extra diuretica bij vochtophoping hoe minder lang u dit hoeft te doen en des te minder risico loopt u op een ziekenhuisopname.
De diuretica werkt het meest optimaal als u deze ’s morgenvroeg als eerste inneemt, op de nuchtere maag en dan nog even rust.
Met het tijdstip waarop u diuretica inneemt kunt u eventueel schuiven. Als u bijvoorbeeld ’s morgens er op uit wil, kan het praktischer zijn de plastabletten daarna pas in te nemen.
Het is verstandig diuretica niet later dan de avondmaaltijd in te nemen om te voorkomen dat u ’s nachts vaker uit bed moet om te plassen.
Vaak is het mogelijk om in de thuissituatie flexibel met de diuretica om te gaan. De dosering van de diuretica kan tijdelijk verhoogd of verlaagd worden, binnen van tevoren met de hartfalenverpleegkundige afgesproken grenzen.
Algemeen
Als er een (strenge) vochtbeperking is geadviseerd kunt u de medicijnen innemen met een lepel vla of appelmoes.
Dit bevat minder vocht dan een glas water.
Maak een lijst van medicijnen die dagelijks worden gebruikt. Hiervoor kan een medicijnpaspoort worden gebruikt.
Ook kan de apotheek een medicijnkaart invullen. Neem de medicijnlijst altijd mee bij een bezoek aan een arts of hartfalenverpleegkundige.
Maak gebruik van een speciaal medicijndoosje waar u de medicijnen voor een dag of een week indoet. Deze kunt u kopen bij de apotheek of drogist. Vraag zo nodig een familielid of mantelzorger u te helpen. Ook kunt u hiervoor hulp vragen aan de wijkverpleegkundige. De apotheek kan de medicijnen in sommige gevallen ook voor u uitzetten in speciale medicatierollen (blister of baxter).
Koppel het tijdstip waarop u uw medicijnen inneemt bij voorkeur aan een vaste gebeurtenis op de dag, zoals de maaltijden of ’s avonds voor het slapen gaan: zo wordt het innemen van medicijnen een vaste gewoonte. Via de apotheek zijn zelfs alarmsystemen verkrijgbaar. Ook zijn er applicaties voor mobiele telefoons die een waarschuwing af kunnen geven.
Vergeet niet uw medicijnen mee te nemen wanneer u ergens naar toe gaat. Neem voldoende medicijnen mee in de originele verpakking wanneer u op reis gaat en neem ze altijd mee in uw handbagage.
Wanneer u de medicijnen een keer vergeet in te nemen, mag u daarna niet zomaar een dubbele dosis innemen.
Als het gaat om een medicijn dat één keer per dag gebruikt wordt, dan mag de tablet wat later ingenomen worden. Maar als het medicijn bijvoorbeeld drie keer per dag wordt gebruikt, dan mag de vergeten tablet niet gelijk met de volgende dosis ingenomen worden. Dan kan het medicijn beter een keer overgeslagen worden. Vaak staat ook in de bijsluiter wat u moet doen. Ook kunt u met uw hartfalenverpleegkundige overleggen.
Vraag ruim van tevoren nieuwe recepten (via uw huisarts) aan zodat u nooit zonder medicijnen zit.
Houd er rekening mee dat tabletten in de thuissituatie een ander uiterlijk kunnen hebben, soms zelfs een andere naam. Overleg bij twijfel met uw hartfalenverpleegkundige en/of uw apotheek.
Als een andere medisch specialist dan uw cardioloog of hartfalenverpleegkundige de hartfalenmedicijnen wijzigt dan dit graag even melden bij de hartfalenpoli.
Als u twijfels hebt over interactie van medicijnen die u krijgt voorgeschreven door een andere medisch specialist dan uw cardioloog of hartfalenverpleegkundige dan kunt u dit altijd bespreken met de hartfalenpol
Andere medicijnen
Sommige voorgeschreven medicijnen kunnen de werking van uw tabletten beïnvloeden en bijwerkingen veroorzaken als u ze samen inneemt. Onthoud dat sommige medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn ook op uw medicijnen voor hartfalen kunnen reageren. Bespreek dit met uw arts/apotheker of hartfalenverpleegkundige voordat u een ander medicijn, met of zonder recept verkrijgbaar, begint in te nemen.
Medicijnen die worden afgeraden bij hartfalen
Bepaalde ontstekingsremmende pijnstillers (de zogenaamde NSAID’s) kunnen leiden tot vochtophoping en verslechtering van de nierfunctie. De belangrijkste medicijnen uit deze groep zijn: Diclofenac (Voltaren®); Naproxen (Naprosyne®); Ibuprofen (Brufen®); Meloxicam (Movicox ®); Aleve ®).
Deze medicijnen worden bij voorkeur niet voorgeschreven aan patiënten met hartfalen.
Paracetamol® en Tramadol® zijn veiligere pijnstillers die u wel mag gebruiken.
Hoe zit het met alternatieve/natuurlijke geneeswijzen?
Mogelijk hebt u hoopvolle verhalen over alternatieve/ natuurlijke behandelingen gelezen. Vaak is er echter geen wetenschappelijk bewijs dat deze verbeteringen opleveren bij hartfalen. In tegendeel: de ingrediënten in sommige van deze alternatieve therapieën kunnen de werking van bepaalde medicijnen die bij hartfalen worden gebruikt negatief beïnvloeden en kunnen juist schadelijke effecten hebben.
Enkele van de meer gangbare alternatieve of natuurlijke medicijnen die een negatief effect kunnen hebben op medicijnen voor hartfalen, zijn:
Chinese kruiden
Meidoorn (crataegus)-producten
Knoflookpillen
Ginseng
Gingko
Co-enzym Q-10
Het wordt ten zeerste aangeraden om eerst met uw arts, hartfalenverpleegkundige of apotheker te overleggen alvorens u een alternatief/natuurlijk/op kruiden gebaseerd medicijn gaat innemen.
Aanvullende voorzieningen in de thuissituatie
Deze informatie betreft instellingen en voorzieningen in Nijmegen. In andere gemeenten zijn vaak vergelijkbare voorzieningen.
SWON
Stichting Welzijnswerk Ouderen Nijmegen biedt diensten aan die zelfstandig blijven wonen, onafhankelijk zijn en in noodsituaties toch hulp kunnen inroepen, mogelijk maakt.
Maaltijdvoorziening: tafeltje dekje bij u thuis of in het restaurant
Personenalarmering: in en om uw woning snel hulp inroepen wanneer dit nodig is.
Dagopvang voor ouderen: een gezellige dag met een groep mensen van uw eigen leeftijd in een huiselijke omgeving.
55+ service: hulp voor: boodschappen, bezoek, wandelen, tuinhulp, kleine klussen in huis, vervoer, klein verstelwerk, hulp bij belastingzaken
SWON informatiecentrum
Adres: Castellatoren, De Ruyterstraat 246, 6512 GG Nijmegen
Telefoon: (024) 365 01 90
Website: www.swon.nlhttp://www.swon.nl
Steunpunt Mantelzorg
Mantelzorgers kunnen voor advies, begeleiding en ondersteuning terecht bij de Steunpunt Mantelzorg.
Adres: Castellatoren, De Ruyterstraat 246, 6512 GG Nijmegen
Telefoon: (024) 366 58 64
Wet langdurige zorg (Wlz) en transferpunt zorg
Verschillende gezondheidszorgvoorzieningen vallen onder de wet langdurige zorg. De wet langdurige zorg regelt de zorg voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg en toezicht dichtbij nodig hebben. CIZ onderzoekt of u in aanmerking komt voor de Wlz. CIZ staat voor centrum Indicatiestelling Zorg.
In CWZ is er ook een Transferpunt Zorg. Zij regelen de nazorg voor opgenomen patiënten die het ziekenhuis kunnen verlaten, voordat ze ontslagen worden (naar huis mogen).
In de volgende folders kunt u hierover meer lezen:
‘Zorg nodig na ziekenhuisbezoek’ G105
CIZ wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit
Voor meer informatie kunt u op internet kijken bij:
www.info-wmo.nlhttp://www.info-wmo.nl
www.zorgbelanggelderland.nlhttp://www.zorgbelanggelderland.nl
www.meegeldersepoort.nlhttp://www.meegeldersepoort.nl
www.kiesbeter.nl/VVThttp://www.kiesbeter.nl/VVT
Nuttige websites
www.heartfailurematters.orghttp://www.heartfailurematters.org
Praktische informatie over hartfalen voor patiënten, familie en verzorgenden.
www.hartstichting.nlhttp://www.hartstichting.nl
De Nederlandse Hartstichting.
www.harteraad.nlhttp://www.harteraad.nl
Voor mensen met hart- en vaataandoeningen.
www.nierstichting.nlhttp://www.nierstichting.nl
De Nierstichting.
www.hartwijzer.nl/hartfalenhttp://www.hartwijzer.nl/hartfalen
Informatie over hartfalen van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NWC).
www.kiesbeter.nl/onderwerpen/hartfalenhttp://www.kiesbeter.nl/onderwerpen/hartfalen
Informatie over hartfalen van KiesBeter, informatie van de overheid over goede kwaliteit van zorg.
Voor artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners
Op deze pagina kunnen gegeven adviezen en ondernomen acties genoteerd worden.
Datum, reden consult/bevinding, actie, naam/functie.
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
P584Laatst bijgewerkt op 16 juni 2026


