Inleiding
Uw kind heeft een afspraak op de polikliniek kindergeneeskunde van CWZ voor poep- of plasproblemen. Op deze pagina leest u wat u van dit bezoek kunt verwachten.
CWZ heeft een speciaal team dat kinderen met plas of poepproblemen helpt. Dit kan gaan om kinderen met urine incontinentie, urineweginfecties, toiletangst, buikpijn, obstipatie en ontlasting verlies. Er kan dan sprake zijn van een blaas en/of darmfunctie stoornis. Als de behandeling of adviezen van de huisarts of jeugdarts geen effect, dan kunnen zij uw kind doorverwijzen naar het Kinder Incontinentie Team (KITS).
Het KITS team bestaat uit:
pedagogisch medewerker: Angela Derks
een psycholoog.
De behandeling
Als er sprake is van plas- en poepproblemen behandelt het KITS team in een vaste volgorde.
Eerst wordt het poepprobleem behandeld, daarna het plasprobleem overdag en vervolgens het plasprobleem in de nacht. Eventuele poepproblemen kunnen een groot effect hebben op plasproblemen, daarom worden deze eerst behandeld. Voor de nacht kan pas getraind worden vanaf 7 jarige leeftijd en als de plasproblemen van overdag verholpen zijn.
Tijdens het eerste bezoek aan de KITS poli komt u bij de urotherapeut. Via een uitgebreid gesprek over de klachten inventariseert zij het probleem van uw kind.
Als uw kind voor poepproblemen komt en onder de 5 jaar is, komt u eerst bij de kinderarts voor lichamelijk onderzoek en inventarisatie van het probleem, daarna bij een pedagogisch medewerker.
Onderzoek
Afhankelijk van het probleem, kunnen er verschillende onderzoeken gedaan worden.
Lichamelijk onderzoek door de kinderarts
Mictie dagboek (plas en drinklijst)
Poepdagboek
Uroflowmetrie
Behandeling
Kinderen met poepproblemen
Onder de 5 jaar: de behandeling start bij de kinderarts, gevolgd door de pedagogisch medewerker.
Boven de 5 jaar: de behandeling start bij de urotherapeut, deze bestaat uit het inventariseren van het probleem en het maken van een behandelplan, dit duurt ongeveer een uur. Er komt uitgebreid aan bod hoe de poepfabriek werkt, hoe je moet poepen en hoe de poep zacht gehouden kan worden. Na het gesprek met de urotherapeut komt u bij de kinderarts, deze zal na lichamelijk onderzoek het voorstel tot een behandelplan bevestigen of aanpassen.
Kinderen met plasproblemen
De behandeling start met 2 afspraken op de polikliniek.
1e afspraak op de polikliniek
In de eerste afspraak komt u bij de urotherapeut voor een uitgebreid gesprek. Zij inventariseert het probleem van uw kind. Dit duurt ongeveer een half uur. Zij plant een vervolgafspraak binnen 4 weken voor een behandelplan, dit is in combinatie met de kinderarts.
2e afspraak op de polikliniek
Dit bestaat uit diagnostiek (uroflow) en het maken van een behandelplan. Dit duurt ongeveer 60 minuten.
Er komt uitgebreid aan bod hoe de plasfabriek werkt, hoe je moet plassen en hoe vaak je moet plassen en drinken. Voor deze opvoeding vul je thuis een plas- en drinklijst in die we dan bespreken. Tijdens deze afspraak proberen we 2x op een computer wc (uroflow) te plassen. Vervolgens wordt een echo gemaakt om te bekijken of er plas is achter gebleven in de blaas.
Na het gesprek met de urotherapeut komt u bij de kinderarts, deze zal na lichamelijk onderzoek en het bekijken van de diagnostiek het behandelplan bevestigen of aanpassen.
Na deze afspraken volgt een individueel behandeltraject door de urotherapeut. Dit kan bestaan uit poliklinische of telefonische consulten met uw kind en/of ouders/verzorgers. De kinderarts is zo nodig op de achtergrond beschikbaar voor overleg. Het streven is na 6 maanden de problemen te hebben verholpen.
Contact
- Kindergeneeskunde
G980Laatst bijgewerkt op 30 januari 2026

