Navigatie:



Wat is longkanker?

Bij kanker is er sprake van een ongeremde celdeling in een bepaald orgaan of organen in het lichaam. Dit leidt tot het ontstaan van een gezwel (= tumor). Een gezwel kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij longkanker ontstaat er een gezwel in één van beide longen. Longkanker is altijd kwaadaardig. Longkanker betekent hetzelfde als longcarcinoom. Longkanker onderscheidt zich van andere typen van kanker, doordat de ziekte helaas vaak al is uitgezaaid naar de lymfeklieren of naar andere organen bij het stellen van de diagnose. Als dit het geval is, is de kans op genezing (erg) klein.

Bij patiënten met een andere soort kanker, bijvoorbeeld borstkanker of darmkanker, kunnen er uitzaaiingen in de longen ontstaan. Er is dan geen sprake van longkanker.

Naar boven

Hoe vaak komt longkanker voor?

In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 9.000 mensen longkanker vastgesteld. De laatste jaren komt longkanker ook steeds vaker bij vrouwen voor, terwijl het aantal mannen met longkanker iets daalt.

Longkanker komt bij mannen met name tussen de 65 en 80 jaar voor. Bij vrouwen komt longkanker met name tussen de 55 en 80 jaar voor.

Naar boven

Wat zijn de oorzaken van longkanker en is het erfelijk?

Bepaalde factoren vergroten het risico op het ontstaan van longkanker. Dat geldt in het bijzonder voor roken. Er is een duidelijk verband aangetoond tussen roken en het ontstaan van bepaalde vormen van longkanker. In 86% van de gevallen is longkanker het gevolg van roken.

Daarnaast heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat niet-rokers die veelvuldig in rokerige ruimten verblijven (meeroken), een groter risico lopen om longkanker te krijgen. Ook intensieve blootstelling aan bepaalde stoffen, bijvoorbeeld nikkel, radon, arseen en asbest, vergroten het risico op longkanker. Vooral mensen die (beroepsmatig) met deze stoffen in aanraking komen en daarnaast ook roken, lopen een extra risico. In een aantal gevallen is niet bekend waarom iemand longkanker krijgt. Longkanker is niet erfelijk, maar kan wel vaker in bepaalde families voorkomen.

Naar boven

Welke verschijnselen / symptomen wijzen op longkanker?

Longkanker kan zogenaamde “lokale” klachten geven, zoals hoesten, een veranderd hoestpatroon, pijn op de borst of borstwand, heesheid, longontsteking en/of  kortademigheid. Of deze klachten optreden hangt af van de plaats waar het gezwel zich bevindt. Een gezwel in de longen kan langere tijd aanwezig zijn zonder klachten te veroorzaken. Soms is het zelfs zo dat de eerste uiting van longkanker een uitzaaiing van de ziekte elders in het lichaam is, bijvoorbeeld in de vorm van pijn in de botten (uitzaaiing in de botten) of een epileptische aanval (uitzaaiingen in de hersenen). Soms wordt longkanker per toeval ontdekt als er om een andere redenen een röntgenfoto van de longen wordt gemaakt.

Vaak geeft longkanker aanleiding tot meer algemene klachten. Dit zijn klachten als gevolg van het feit dat het lichaam ziek is, zoals vermoeidheid, verminderde eetlust en/of gewichtsverlies. Deze klachten kunnen de eerste uiting zijn van longkanker.

Naar boven

Welke vormen van longkanker zijn er?

Longkanker kan onderscheiden worden in twee verschillende typen: het zogenaamde kleincellige en het niet-kleincellige type. Bij 80% van de patiënten is er sprake van het niet-kleincellige type van longkanker. Het onderscheiden van het type longkanker is van belang voor de behandeling.

Niet kleincellig

Het niet-kleincellige type kan weer onderverdeeld worden in subtypes (bijvoorbeeld adenocarcinoom, plaveiselcelcarcinoom, grootcellig carcinoom).

Kleincellig

Het kleincellige celtype groeit vaak sneller en agressiever dan het niet-kleincellige type.

Uitzaaiingen in de longen

Bij uitzaaiingen in de longen vanuit een ander orgaan spreken we niet van longkanker. Een speciale vorm van kanker die ook in de borstholte voorkomt is borstvlieskanker (=mesothelioom). Deze vorm van kanker is sterk gerelateerd aan de blootstelling aan asbest.

Naar boven

Hoe wordt de diagnose longkanker gesteld?

Vaak ontstaat aan de hand van een gemaakte longfoto (= X thorax) het vermoeden op longkanker. Voor het stellen van de diagnose longkanker is veel onderzoek nodig. Dit komt omdat het van belang is heel het lichaam in kaart te brengen om de uitgebreidheid van de ziekte (dat wil zeggen: is alleen de long aangedaan of is de ziekte uitgezaaid naar de lymfeklieren of andere organen?)  te kunnen vaststellen, om zo de beste behandeling te kunnen bepalen.

Om de tijd van onzekerheid zo kort mogelijk te laten zijn, bestaat er in het CWZ het “Sneldiagnostiekprogramma”, waarbij alle onderzoeken zo snel als mogelijk na elkaar worden gepland . Alle vormen van onderzoek, die nodig zijn voor het stellen van de diagnose zijn in het CWZ aanwezig. Meestal zal er een PET/CT scan worden gemaakt. Dit is een onderzoek waarbij in één onderzoek uw hele lichaam wordt afgebeeld met behulp van röntgenstraling (CT scan) en een zeer kleine hoeveelheid radioactieve stof (PET scan). Aan de hand hiervan volgt een onderzoek om een stukje weefsel van het gezwel in de long (via een bronchoscopie of een longpunctie), of, als er uitzaaiingen vermoed worden uit de lymfeklieren (via een EBUS) of uit een ander orgaan te halen. Het verkregen weefsel wordt onder de microscoop bekeken en hiermee kan de diagnose, en vaak ook de uitgebreidheid van de ziekte, worden vastgesteld. Het duurt enkele dagen voordat alle uitslagen definitief bekend zijn.

Ander onderzoek dat wordt gedaan, is bloedonderzoek, een ECG (hartfilmpje) en longfunctieonderzoek (om de longinhoud te kunnen vaststellen). Afhankelijk van de situatie kunnen nog andere onderzoeken nodig zijn, zoals een scan van de hersenen.

Naar boven

Wat zijn de mogelijkheden voor behandeling van longkanker?

De behandelingsmogelijkheden hangen af van het type longkanker, van de uitgebreidheid van de ziekte, maar ook van andere zaken, zoals de algemene conditie en andere ziekten die aanwezig kunnen zijn (zoals hartziekten, nierziekten, COPD).

Iedere patient wordt besproken in ons multidisciplinaire team, dat wekelijks bij elkaar komt (longartsen, chirurgen, radioloog, radiotherapeut, nucleair geneeskundige, anesthesioloog, longoncologieverpleegkundige).

De algemene behandelingsmogelijkheden worden in het hierna volgende aan de hand van het type longkanker en de uitgebreidheid van de ziekte beschreven. Het behandelingsvoorstel wordt altijd op individuele wijze bepaald en kan daarom afwijken van hetgeen in onderstaande wordt uitgelegd.

Naar boven

Er is sprake van het niet-kleincellige type longkanker (niet-kleincellig longcarcinoom)

Samenvattend is de behandeling van longkanker afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie van de patiënt. De kans op genezing wordt bepaald door de uitgebreidheid van de ziekte. De genezingskans is het grootste als de tumor middels een operatie kan worden verwijderd. Helaas komt ook bij geopereerde patiënten de ziekte in bijna de helft van de gevallen terug. Daarom wordt na een operatie tegenwoordig vaak chemotherapie gegeven. Bij uitzaaiingen in de lymfeklieren is de genezingskans kleiner. Er is geen kans op genezing als er uitzaaiingen in de andere long of in andere organen dan de long zijn ontstaan.

Beperkte ziekte

Als er met alle onderzoeken die gedaan zijn geen aanwijzingen worden gevonden voor uitzaaiingen, dan is een operatie (zie “chirurgie”) mogelijk, waarbij één of meerdere kwabben van de long worden verwijderd. Soms is het nodig een gehele long te verwijderen. Een longoperatie is een zware ingreep. Pas na de operatie kan worden beoordeeld of de gehele tumor is verwijderd en of er inderdaad geen uitzaaiingen waren. Het verwijderde weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Afhankelijk van de uitslag hiervan wordt beoordeeld of na de operatie nog chemotherapie (zie “chemotherapie”) nodig is. Een operatie om de tumor weg te halen, is de behandeling van keuze. Als dit op grond van de conditie of een beperkte longfunctie niet mogelijk is, dan kan lokale bestraling ( zie “radiotherapie”) een optie zijn. Soms vindt een RFA (radiofrequency-ablation) plaats, dit is een vorm van behandeling waarbij middels een naald in de tumor het weefsel wordt verhit. Dit is echter nog een experimentele behandeling bij longkanker. 

Lokaal uitgebreide ziekte   

Onder  “lokaal uitgebreide ziekte” wordt verstaan dat er uitzaaiingen zijn ontstaan in de lymfeklieren. In deze gevallen bestaat de behandeling meestal uit een combinatie van chemotherapie en bestraling (zie “chemotherapie en “radiotherapie”). In sommige gevallen wordt deze behandeling tegelijkertijd gegeven, in andere gevallen na elkaar (eerst chemotherapie, daarna bestraling). In sommige gevallen is na chemotherapie toch een operatie mogelijk. De genezingskans bij dit stadium van ziekte is klein.

Uitgezaaide ziekte   

Als er uitzaaiingen in de andere long of in andere organen zijn ontstaan, dan is genezing niet meer mogelijk. De behandeling is gericht op (meestal beperkte) levensverlenging en behoud van kwaliteit van leven. De enige behandelingsmogelijkheid is chemotherapie (zie “chemotherapie”). Chemotherapie in dit stadium van ziekte wordt palliatief genoemd, omdat er geen genezing mogelijk is. Welk type chemotherapie het best gegeven kan worden, hangt van het subtype van het niet-kleincellige longcarcinoom af. Chemotherapie wordt meestal gegeven via een infuus, hiervoor is een korte opname in het ziekenhuis nodig. Er worden meestal vier kuren, om de drie weken, gegeven. Dit is afhankelijk van het effect en de bijwerkingen die optreden. Indien de balans tussen de bijwerkingen van de behandeling en de positieve effecten die de behandeling kan hebben ongunstig wordt, kan er voor gekozen worden de chemotherapie te staken. In een aantal gevallen zal in eerste, maar meestal in tweede of derde instantie gekozen worden voor chemotherapie via tabletten.

Als verwacht wordt dat de bijwerkingen van chemotherapie niet opwegen tegen de te verwachten positieve effecten ervan, kan worden afgezien van actieve behandeling. Dan wordt gekozen voor een afwachtende strategie, waarbij geprobeerd wordt de klachten de verlichten.

Als er op een bepaalde plaats in het lichaam sprake is van een pijnlijke uitzaaiing of als er bijvoorbeeld sprake is van het ophoesten van bloed, dan kan kortdurende bestraling op die plek plaatsvinden, om de klachten te verminderen. Bij uitzaaiingen in de hersenen wordt ook vaak gekozen voor bestraling.

Naar boven

Er is sprake van het kleincellige type longkanker (=kleincellig longcarcinoom)

Bij het kleincellige longcarcinoom is de ziekte vrijwel altijd al uitgezaaid naar de lymfeklieren achter het borstbeen (de ruimte tussen de twee longen) of naar andere organen (bijvoorbeeld de andere long, de botten, de hersenen, de bijnieren of de lever). Dit maakt een operatie om de ziekte weg te halen vrijwel nooit mogelijk.  De behandeling bestaat dan ook vrijwel altijd uit chemotherapie (zie “chemotherapie”) al dan niet gecombineerd met bestraling (zie “radiotherapie”). De tumor reageert meestal goed op de behandeling, maar helaas komt het kleincellige longcarcinoom vaak (snel) terug na afloop van de behandeling.   

Beperkte ziekte  

Als de ziekte niet is uitgezaaid buiten de borstholte en niet naar de andere long dan wordt gesproken van “beperkte ziekte”, ook wel “limited disease” genoemd. In dit geval is chemotherapie, meestal gecombineerd met bestraling de behandeling van keuze. Soms kan chemotherapie tegelijkertijd gegeven worden met bestraling, in andere gevallen worden deze behandelingen na elkaar gegeven. De chemotherapiebehandeling bestaat uit vier kuren, waarbij iedere drie weken een kuur wordt gegeven, waarvoor bij iedere kuur één nacht opname in het ziekenhuis nodig is. De bestraling wordt in een periode van zes tot zeven weken gegeven. De bestralingsbehandeling gebeurt poliklinisch. De kans op genezing is, ondanks deze zware behandeling, klein. Vijf jaar na het stellen van diagnose is ongeveer nog 20% van de patiënten in leven.

Als de tumor goed heeft gereageerd op de behandeling vindt na afloop van de behandeling ook nog bestraling van de hersenen plaats om te kans dat zich hier in de toekomst uitzaaiingen ontwikkelen zo klein mogelijk te maken.  

Uitgebreide ziekte   

Als de ziekte uitgezaaid is buiten de borstholte spreken we van uitgebreide ziekte, ook wel “extensive disease” genoemd. Dan is alleen chemotherapie mogelijk. Er worden vier of vijf kuren gegeven, om de drie weken, waarbij bij elke kuur één nacht opname in het ziekenhuis nodig is. Genezing is bij deze uitgebreidheid van ziekte niet mogelijk. Als de tumor goed reageert op de chemotherapie wordt na deze behandeling, zoals bij beperkte ziekte, bestraling van de hersenen gegeven, tenzij er voorafgaand al uitzaaiingen in de hersenen aanwezig waren.

Als de conditie chemotherapie via een infuus niet toelaat of om andere redenen niet mogelijk is, dan kan chemotherapie in de vorm van tabletten een mogelijkheid zijn. Als er op een bepaalde plaats in het lichaam sprake is van een pijnlijke uitzaaiing of als er bijvoorbeeld sprake is van het ophoesten van bloed, dan kan kortdurende bestraling op die plek plaatsvinden, om de klachten te verminderen. 

Naar boven

Wat als longkanker terugkomt?

Longkanker komt helaas vaak terug. Dit kan op dezelfde plaats in de long zijn, maar ook in de vorm van uitzaaiingen elders in het lichaam. Als de ziekte zich in zo’n situatie tot één plaats beperkt, is soms een (hernieuwde) operatie mogelijk. In de meeste gevallen zal er echter sprake zijn van een niet te genezen ziekte. De behandelingsmogelijkheden zijn afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte op dat moment en van de conditie van de patiënt. Vaak is chemotherapie een optie, ook als al eerdere behandeling met chemotherapie heeft plaatsgevonden. Soms is bestraling een mogelijkheid. Soms is het verstandig om af te zien van verdere actieve behandeling.

Naar boven

Verdere begeleiding

Uiteraard bestaat de behandeling en begeleiding bij longkanker niet alleen uit het geven van medicijnen of een operatie.

Daarom zijn er veel ondersteunende specialismen betrokken bij de zorg rondom longkanker, zoals diëtisten, fysiotherapeuten, maatschappelijk werkers en psychologen. Uiteraard speelt uw eigen huisarts ook een belangrijke rol. 

Alle zorg wordt gecoördineerd door uw eigen longarts in samenwerking met de longoncologieverpleegkundige. Alle informatie die voor u van belang is, staat in het Patiënten Informatie Dossier (PID), wat u uitgereikt krijgt als u  voor de eerste keer bij ons op de polikliniek komt.

Naar boven

Meer informatie

Mocht u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen hebben, dan kunt u terecht bij uw eigen (long- of huis)arts. U kunt ook de volgende websites bezoeken:

Naar boven


Zoek op ziektebeeld

Informatie over Q-koorts

Q-koorts bacterie