Navigatie:



Als je geopereerd wordt

Bekijk de interactieve diavoorstelling.

Op de poli heeft Jody gehoord dat ze geopereerd moet worden. Op deze pagina laat ze zien wat daar allemaal bij komt kijken.

Jongeren die voor een dagopname komen bij de chirurgisch specialismen komen niet op kinderafdeling A24, maar op de kinderdagunit C52K. De foto's gelden voor beide groepen, alleen de plaats is anders.

1. Vóór de dag van de operatie ga je naar de poli van de anesthesioloog. Vanaf 12 jaar mogen jongeren kiezen of ze het gesprek met deze arts alleen willen voeren of met hun ouders/verzorgers erbij. Wat ook kan: eerst alleen met de arts en daarna samen met je ouders/verzorgers.

2. De anesthesioloog zorgt ervoor dat je tijdens de operatie niets merkt. Hij legt uit wat een narcose inhoudt en hoe die wordt toegediend. Je krijgt ook een lichamelijk onderzoek:

  • hij luistert naar hart en longen
  • hij meet de bloeddruk
  • je wordt gemeten en gewogen (mét kleren, zonder schoenen)
  • hij bekijkt de luchtwegen (mond, tanden en hals)

3. Ook ga je vóór de dag van de operatie al een keer naar de kinderafdeling of kinderdagunit voor uitleg. Ze vertellen dan wat er gaat gebeuren op de dag van de operatie.

4. Op de dag van de operatie kom je naar het CWZ. Je bekijkt je kamer en pakt je tas uit.

5. In de tijd dat je moet wachten, moet je jezelf zien te vermaken. Een van je ouders / verzorgers mag de hele dag bij je blijven en bij de gesprekken zijn (als jij dat goed vindt).

6. De kinderverpleegkundige neemt een anamnese af. Dit betekent dat ze je allerlei vragen stelt, zoals: heb je niets gedronken en gegeten? Je kunt haar alles vragen.

7. Ook bij dit gesprek kies je: alleen of met je ouders/verzorgers erbij.

8. De kinderverpleegkundige brengt op 2 plaatsen zalf aan. Deze zalf, die een uur moet inwerken, is verdovend. Hij zorgt ervoor dat de prik voor de narcose minder pijn doet.

9. Sieraden en horloges moeten nu af, een lossebeugel moet uit.

10. Dan is het wachten tot je aan de beurt bent. Neem dus iets te doen mee.

11. Je krijgt een operatiejasje aan. Onderbroek en sokken mag je aanhouden. Op het armbandje staan je naam en geboortedatum.

12. Soms krijg je een rustgevend drankje te drinken.

13. Het kan ook zijn dat je een zetpil tegen de pijn krijgt of dat je tabletten moet innemen.

14. De operatieafdeling belt als je mag komen. Je vader of moeder (verzorger) en de kinderverpleegkundige doen in de ruimte ervoor een pak aan, een muts op en sloffen aan. Zelf moet je ook een muts op.

15. Als je op de operatietafel ligt, leggen ze een deken over je heen omdat het er koud is. Op je borst krijg je 3 plakkers die via snoertjes worden aangesloten op een monitor. Zo kan de anesthesioloog je hart goed in de gaten houden tijdens de operatie.

16. Aan je vinger krijg je een knijpertje. Deze saturatiemeter registreert de hoeveelheid zuurstof in je bloed. Ook dit is een hulpmiddel voor de anesthesioloog om je goed in de gaten te houden als je onder narcose bent.

17. De dokter doet een stuwband om je arm die best strak zit. Dan krijg je een prik.

18. Als de dokter de naald eruit haalt, blijft alleen een dun slangetje in je bloedvat zitten met een dopje erop.

19. In dit dopje spuit de anesthesioloog het narcosemiddel. Binnen enkele tellen ben je in diepe slaap. Je merkt nu niets als de chirurg je gaat opereren.

20. Als de operatie voorbij is, word je wakker in de verkoeverkamer. Hier moet je blijven tot je goed wakker bent. Daarna wordt je teruggebracht naar de kinderafdeling of kinderdagunit.

21. Na de operatie kan het zijn dat je je misselijk voelt of pijn hebt. Vertel dit altijd aan de kinderverpleegkundige. Zij kan dan kijken wat ze voor je kan doen. Je hoort van haar wanneer je weer kunt drinken. Eten is de volgende stap.

22. Vaak mag je na de operatie naar huis. Maar soms - dat weet je meestal van tevoren - moet je een of meerdere nachten blijven op de kinderafdeling. Je vader of moeder (verzorger) mag dan op een stretcher op de kamer blijven slapen.

23. Een tijdje na de operatie ga je op de poli bij de arts langs om te vertellen hoe het met je gaat.

24. Nogmaals: je kunt kiezen of je dit gesprek alleen doet of met je ouders/verzorgers erbij.

Rondkijken op de kinderafdeling

Dit is de ingang van A24

Dit is de ingang van A24.

Kinderen liggen alleen of met 2 of 4 kinderen bij elkaar. Elke kamer heeft een tv en een radio

Kinderen liggen alleen of met 2 of 4 kinderen bij elkaar. Elke kamer heeft een tv en een radio.

Voor tieners is er een internetzuil, waarmee je op je kamer of in je bed kunt surfen op internet

Voor tieners is er een internetzuil, waarmee je op je kamer of in je bed kunt surfen op internet.

De tienerkamer is alleen voor kinderen vanaf 12 jaar. Vanwege een verbouwing is deze kamer tijdelijk buiten gebruik

De tienerkamer is alleen voor kinderen vanaf 12 jaar. Vanwege een verbouwing is deze kamer tijdelijk buiten gebruik.

In de huiskamer wordt samen gegeten

In de huiskamer wordt samen gegeten.

Mobiel bellen mag, behalve als je aan een monitor bent aangesloten. Ook moet je opletten dat de afstand tussen je mobieltje en een infuus minstens 1,5 meter is

Mobiel bellen mag, behalve als je aan een monitor bent aangesloten. Ook moet je opletten dat de afstand tussen je mobieltje en een infuus minstens 1,5 meter is.

Als je privacy wilt, kun je het gordijn om je bed dichttrekken. Je kunt ook de luxaflex en het rolgordijn naar de gang dichtdoen

Als je privacy wilt, kun je het gordijn om je bed dichttrekken. Je kunt ook de luxaflex en het rolgordijn naar de gang dichtdoen.

Zo ziet de douche eruit

Zo ziet de douche eruit.

Als je niet uit bed kan, kun je op de bel drukken als je de kinderverpleegkundige nodig hebt

Als je niet uit bed kan, kun je op de bel drukken als je de kinderverpleegkundige nodig hebt.

Eén keer per week komen de cliniclowns Kwieb en Peer langs, waar je lekker mee kunt lachen

Eén keer per week komen de cliniclowns Kwieb en Peer langs, waar je lekker mee kunt lachen.

Met dank aan:

  • Model: Jody en haar moeder
  • Foto's: Richard Martens
  • Illustraties: Vormgevers Arnhem
  • Cliniclowns

Zoek op ziektebeeld

Illustatie haas