Inleiding
U wordt binnenkort opgenomen voor een dikke darm- of endeldarmoperatie. U bent hierover geïnformeerd door uw behandelend chirurg. De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op het herstel na een operatie.
In CWZ wordt bij deze operatie het ERAS programma toegepast. ERAS is een afkorting van de Engelse woorden: Enhanced Recovery After Surgery, wat vertaald betekent: versneld herstel na operatie. CWZ loopt met deze zorg voor op andere ziekenhuizen en behoort tot het wereldwijde netwerk genaamd ERAS Centre of Excellence. Dit betekent dat we op hoog niveau unieke zorg aanbieden. Het ERAS-programma is een kwaliteitsprogramma rondom een operatie, waarin alle factoren die een positieve invloed hebben op herstel zijn samengebracht.
Herstel na een buikoperatie:
Een zo klein mogelijke operatiewond. Hoe minder schade aan weefsel, des te sneller het herstel.
Optimale pijnbestrijding. Niet alleen de pijn wordt effectief bestreden, maar ook de nadelige effecten van pijnbestrijding op maag- en darmwerking worden zo klein mogelijk.
Zo snel mogelijk weer op uw oude niveau bewegen. Hierdoor wordt het verlies van spierkracht beperkt en de ademhaling gestimuleerd.
Zo snel mogelijk weer normaal eten. Dit beperkt gewichtsverlies en daarmee verlies van spiermassa en spierkracht.
Naast uw algehele conditie vóór de operatie, bepaalt ook de grootte en het verloop van de operatie of het herstel voorspoedig zal zijn.
De darmen
Darmen zijn een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Wanneer het voedsel de maag gepasseerd is, komt het in de dunne darm terecht. De functie van de dunne darm is het verteren van voedsel en het opnemen van voedingstoffen uit het voedsel. De dunne darm is tussen de 5 en 7 meter lang. Wanneer de voedselresten in de dikke darm aan komen zijn de voedingstoffen er al uitgehaald door de dunne darm. Er zit nog veel vocht en onverteerbare voedingsstoffen in de voedselbrij.
De belangrijkste functie van de dikke darm is het onttrekken van vocht aan de ontlasting. De dikke darm is ongeveer 1,5 meter. De dikke darm is in verschillende delen opgedeeld: het opstijgende deel, het dwars verlopende deel, het afdalende deel, het sigmoïd (links onder in de buik) en het laatste stukje de endeldarm, ook wel rectum genoemd. In de endeldarm wordt de ontlasting opgevangen en opgeslagen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
De darmoperatie
De chirurg heeft met u besproken welke operatie u gaat krijgen en waarom u deze operatie moet ondergaan. Een ziek stuk darm wordt verwijderd, in verband met bijvoorbeeld een vernauwing, infectie, poliep of kanker. In sommige gevallen moet hierbij een stoma worden aangelegd. Dit is een kunstmatige uitgang van de darm op de buik. Meestal kunnen de twee stukken darm weer met elkaar worden verbonden met een naad (of anastomose). Als er een verhoogd lekkagegevaar voor deze naad bestaat, kan een tijdelijk beschermende stoma aangelegd worden om de naad te ontlasten. Dit stoma wordt na ongeveer 3 maanden weer operatief verwijderd. Wanneer de darmuiteinden niet met elkaar kunnen worden verbonden, is het noodzakelijk om een definitief stoma aan te leggen.
De chirurg bespreekt met u of het aanleggen van een stoma noodzakelijk is. Mocht u tijdens de operatie een stoma krijgen, dan zal de stomaverpleegkundige worden betrokken. Zij zal u hierover informeren voor de operatie. Ook zal zij u na de operatie begeleiden.
Voorbereiding op de operatie
Op deze pagina kunt u de informatie van de chirurg nog eens nalezen. Op de polikliniek krijgt u van de verpleegkundige uitgebreide voorlichting en begeleiding over de ingreep en over het ERAS programma. De verpleegkundige bespreekt met u:
waar en hoe de opname is geregeld;
de gang van zaken tijdens de opname;
welke verdere voorbereidingen nodig zijn;
de nazorg: wat u zelf kunt doen om het herstel te bevorderen;
wie en wanneer u kunt bellen bij vragen.
U krijgt uw afspraken op papier mee of kunt uw afspraken digitaal via Mijn CWZ inzien.
Preoperatief spreekuur anesthesie
Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel preoperatief onderzoek of preoperatieve voorbereiding genoemd. Daarom heeft u een (telefonische) afspraak voor de poli anesthesiologie (B02) gekregen. Op de CWZ pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’ kunt u hier meer over lezen. Wanneer u bloedverdunners gebruikt, spreekt de chirurg of de anesthesist met u af wanneer en/of u daarmee moet stoppen.
Voeding
Uit onderzoek is gebleken dat het genezingsproces beter verloopt als uw voedingstoestand op het moment van de operatie zo optimaal mogelijk is. In een goede voedingstoestand kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder kans op complicaties zoals een infectie. Door de lichamelijke en psychische gevolgen van uw ziekte kan uw eetlust afnemen. Wanneer u minder eet dan uw lichaam nodig heeft, valt u af. Regelmatig wegen is een eenvoudige controle om te zien, of u voldoende eet. Eenmaal per week wegen op dezelfde weegschaal en hetzelfde tijdstip is voldoende.
Onbedoeld gewichtsverlies voor de operatie is niet wenselijk. Uw conditie lijdt er onder, uw weerstand neemt af, uw voedingstoestand verslechtert. Ook als er sprake is van overgewicht, is het beter om niet (op een ongezonde manier) voor de operatie af te vallen. Bij ernstig overgewicht adviseren wij om af te vallen, onder begeleiding van diëtist, voorafgaand aan de operatie. Het is belangrijk om spiermassa te behouden en vetmassa te verminderen. Dit vermindert de kans op complicaties tijdens en na de operatie.
Op de polikliniek heelkunde neemt de verpleegkundige een korte vragenlijst af om uw voedingstoestand te beoordelen. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van onbedoeld gewichtsverlies en/of een verminderde eetlust dan wordt u door de verpleegkundige doorverwezen naar de diëtist. De diëtist zal met u overleggen op welke manier u uw voedingstoestand zo optimaal mogelijk kunt krijgen, rekening houdend met persoonlijke klachten. Drinkvoeding kan nodig zijn om uw voedingstoestand te optimaliseren.
Leefstijl en bewegen
Rook 2-4 weken voor de operatie niet en gebruik geen alcohol en drugs. Dit kan eventueel met ondersteuning. Als u dit wenst of denkt niet zelfstandig te kunnen stoppen, geef dit dan aan bij uw behandelend chirurg of verpleegkundige.
Bij een operatie moet uw lichaam een grote prestatie leveren. Als u in een goede conditie bent, herstelt u sneller. De kans op complicaties na de operatie is kleiner als u een goede conditie heeft voor de operatie. Zorg dat u dagelijks genoeg beweegt, bijvoorbeeld: dagelijks een uur lang (stevig) wandelen, huishoudelijke klussen doen of op de fiets boodschappen doen.
Pre-operatief consult fysiotherapie
Na een buikoperatie behoort een luchtweginfectie tot een van de complicaties die voor kan komen. Bij sommige groepen mensen is dit risico hoger dan bij andere. De risicofactoren zijn:
al aanwezige long en-of hartproblemen;
leeftijd boven de 65 jaar;
slechte voedingstoestand;
diabetes;
roken; rook 2-4 weken voor de operatie niet.
Als u in een van bovenstaande risicogroep valt krijgt u vóór de operatie een afspraak bij de fysiotherapeut in het ziekenhuis. Tijdens deze afspraak zullen de volgende dingen worden besproken:
Uw conditie aan de hand van uw activiteitenniveau en een bewegingsadvies op maat om uw conditie zo nodig nog op te bouwen;
Testen van de kracht van uw inademingsspieren en uitleg over het apparaat (threshold) waarmee u deze inademingsspieren kunt trainen;
Oefenen van een ademhalings-en hoesttechniek die belangrijk is voor de eerste periode ná de operatie. Hiervoor komt de fysiotherapeut de eerste dag na de operatie bij u langs om dit nogmaals samen te oefenen
Met bovenstaande tips willen we complicaties als longinfectie, verlies aan zelfredzaamheid en fitheid en vertraging in het herstel zo veel mogelijk voorkomen.
Op de CWZ-pagina “Preoperatieve fysiotherapie” kunt u hier meer over lezen
De dag voor de operatie
Darmvoorbereiding
Wanneer u aan de eerste helft van de dikke darm (‘rechts’) geopereerd wordt, heeft u geen laxeermiddel nodig. Wordt u aan het laatste gedeelte van de dikke darm (‘links’) geopereerd, dan zult u de avond voor de operatie een klysma krijgen om het laatste stukje van de darm te reinigen. Mocht met u besproken zijn dat u een (tijdelijke) stoma krijgt, kan het zijn dat u een andere voorbereiding krijgt.
U hoort van de verpleegkundige op de polikliniek of u darmvoorbereiding nodig heeft.
Voeding
U mag tot 6 uur voor de meldtijd gewoon eten en drinken.
U kunt de avond voor de operatie, voor het slapen gaan nog een kleine maaltijd gebruiken in de vorm van bijvoorbeeld een plak koek of beschuit met beleg. Het is belangrijk dat u gedurende de dag voor de operatie minstens anderhalve liter drinkt (geen alcohol).
Uit onderzoek is gebleken dat ruim gebruik van suikerrijke dranken (800 ml) de avond voor de operatie en daarbij 2 flesjes PreOp (dit is geen drinkvoeding, maar een suikerrijke drank) 2 uur vóór de operatie ervoor zorgen dat u minder honger heeft voor de operatie, uw lichaamsreserve behouden blijft en u zich beter voelt na de operatie. De avond voor de operatie kunt u bijvoorbeeld gebruik maken van de volgende dranken:
zoete aanmaaklimonade;
vruchtensap (geen light);
diksap;
thee of koffie met ruim suiker.
Bent u diabetes patiënt? Dan geldt dit niet voor u.
Op de CWZ-pagina ‘Gebruik van PreOp voor de operatie’ kunt u hier meer over lezen.
De dag van de operatie
U hoort van de verpleegkundige op de polikliniek waar u zich moet melden voor opname. U meldt zich op de dag van opname, op het afgesproken tijdstip aan meldpunt 2C of op verpleegafdeling C40. De verpleegkundige haalt u op in de wachtruimte, zij zal een kort gesprek met u voeren. De verpleegkundige controleert ook uw identiteit en geboortedatum, waarvoor u een geldig legitimatiebewijs moet meenemen. Als het nodig is, wordt er bloed bij u afgenomen.
Voeding
U mag tot 6 uur voor de meldtijd gewoon eten en drinken
U mag nog wel heldere dranken zoals water, thee, limonade en koffie (geen melkproducten, geen koolzuurhoudende drank) gebruiken. Vanaf 2 uur voordat u opgenomen wordt, mag u niets meer drinken
De ochtend van de operatie moet u 2 flesjes preOp drank (dit is geen drinkvoeding, maar een suikerrijke drank) gebruiken. De 2 flesjes preOp moeten 2 uur voordat u opgenomen wordt op zijn (zie ook de pagina ‘Gebruik preOp voor de operatie’).
Bent u diabetes patiënt? Dan is deze drank niet geschikt voor u.
Anesthesie
Tijdens uw operatie krijgt u algehele anesthesie (narcose). De narcose zal zo afgestemd zijn dat u slaapt en niets merkt van de operatie. In de meeste gevallen wordt u direct na de operatie weer wakker gemaakt. De eerste periode na de operatie wordt u op de verkoeverkamer (of uitslaapkamer) in de gaten gehouden tot u voldoende wakker bent en geen pijn (meer) ervaart. U zult dan door de verpleegkundige van de verkoeverkamer begeleid worden om te komen zitten op de rand van het bed, met de voeten uit bed. Dit bevordert het uit bed komen en hier mee uw herstel, wanneer u weer terug bent op de verpleegafdeling.
Afhankelijk van de situatie kan dit één tot enige uren duren. In zeldzame gevallen wordt u na de operatie in slaap gehouden en op de intensive care (IC) verder behandelt. In de meeste gevallen gaat u naar de verpleegafdeling. Als u terug bent op de afdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon om te vertellen dat u op de verpleegafdeling bent.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor een snel herstel. Wanneer u pijn heeft, kunt u dit melden bij de verpleegkundige. Dit kan te maken hebben met onvoldoende pijnbestrijding, maar kan ook een teken zijn van minder goed herstel. Dagelijks zal de verpleegkundige aan u vragen een cijfer te geven aan de pijn, de pijnscore.
Na de operatie krijgt u 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol of, als dit niet mogelijk is, via het infuus of een zetpil. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft. Naast paracetamol krijgt u morfine of op morfine lijkende medicijnen, om de pijn te bestrijden kunnen injecties of tabletten gegeven worden. Mocht u een allergie voor een van deze medicijnen hebben wordt een alternatieve pijnstiller gegeven.
Kijk voor meer informatie over pijnbestrijding op de CWZ pagina ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.
Na de operatie
Infuus, sonde, blaaskatheter en drain
Infuus, sonde, drain en een blaaskatheter worden zo beperkt mogelijk gebruikt.
Iedere patiënt krijgt voor de operatie een infuus ingebracht. Door dit infuus wordt tijdens en na de operatie medicijnen en vloeistof gegeven. In principe wordt er na de operatie geen medicatie of vocht toegediend via het infuus en zal alleen het waaknaaldje blijven zitten.
Tijdens de operatie wordt een blaaskatheter ingebracht. De blaaskatheter wordt zo snel mogelijk (op de operatiekamer) verwijderd.
Tijdens de operatie wordt een maagslang (maaghevel) ingebracht. Dit is een sonde door uw neus die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap
afgezogen kan worden. Deze maagslang wordt bij de meeste patiënten weer verwijderd voordat u wakker wordt.
Soms wordt een drain (afvoerslang in de buik) voor de afvoer van inwendig wondvocht uit het operatiegebied ingebracht. De arts zal dan dagelijks beoordelen wanneer deze verwijderd kan worden.
Optimale zorg de dagen na de operatie
Eten en drinken
Na de operatie zijn extra voedingsstoffen nodig voor genezing van de wond en om te herstellen. Onze voeding bevat allerlei verschillende voedingsstoffen die we dagelijks nodig hebben, zoals eiwitten, vetten, koolhydraten (=suiker), vitamines en mineralen. Iedere voedingsstof heeft zijn eigen functie en samen zorgen ze ervoor dat, bij het gebruik van een gevarieerde voeding, het lichaam krijgt wat het nodig heeft. Tijdens ziekte en herstel is eiwit erg belangrijk voor groei van nieuw weefsel, wondgenezing en voor het behouden of weer opbouwen van uw spierkracht en uw weerstand. Zuivel- en sojaproducten, kaas, vlees(waren), vis, kip, ei en vegetarische vleesvervangers zijn rijk aan eiwit. Probeer van deze voedingsmiddelen meer gebruik te maken.
Uit onderzoeken en uit ervaring is gebleken dat het veilig en zelfs beter is, om snel na de operatie weer gewoon te eten en te drinken. Het heeft een positief effect op het herstel van de darmfunctie. Ga op uw eigen gevoel af en neem alleen iets waar u zin in heeft en waarvan u denkt dat u het aankan. Kies ook die maaltijden die u voor de operatie gewend was te eten.
Daarbij is het belangrijk dat u met kleine hoeveelheden gaat starten. U kunt beter vaak op een dag kleine beetjes eten en grote porties vermijden. Gebruik dus naast de drie hoofdmaaltijden ook tussendoortjes. De room-servicemedewerkster zal u daarom regelmatig maaltijden en tussendoortjes met extra eiwit aanbieden. Neem rustig de tijd om te eten/drinken, bij voorkeur rechtop zittend aan tafel.
Bouw de hoeveelheden die u eet langzaam op, op geleide van hoe u zich voelt en hoe u het eten verdraagt. Misselijkheid kan een reden zijn dat het eten niet lukt. Het ERAS programma bevat een aantal elementen, dat erop gericht is misselijkheid na de operatie te voorkomen. Zo wordt er uit voorzorg medicijnen gegeven tegen misselijkheid. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Wanneer u last heeft van misselijkheid, geef dit dan aan bij de verpleegkundige. De grootte van de operatie en de reactie van het lichaam op de operatie bepalen of u misselijk wordt. Soms is het noodzakelijk om een slangetje via uw neus te plaatsen, die in de maag ligt, om de druk eraf te halen.
Uit ervaring weten we dat er na de operatie de eerste dagen niet de hoeveelheden worden gegeten die u gebruikelijk gewend bent. De smaak kan tijdelijk verminderd of veranderd zijn. Dit kan de inname van voeding ook negatief beïnvloeden. Daarom krijgt iedere patiënt in het ERAS programma energierijke voeding aangeboden en eiwitrijke tussendoortjes. De roomservicemedewerker kan u precies aangeven wat het aanbod is. Deze informatie is ook te vinden op de pagina ‘Menu Optimaal’. Deze krijgt u bij opname door de roomservicemedewerker.
Als u bij opname niet in een goede voedingstoestand verkeert dan krijgt u mogelijk flesjes drinkvoeding ter aanvulling aangeboden. Drinkvoeding is een medische vloeibare dieetvoeding en is in diverse zoete smaken op basis van melk, yoghurt of vruchtensap verkrijgbaar. Drinkvoeding levert in een klein volume veel voedingsstoffen zoals kilocalorieën en eiwitten. Drink daarom de drinkvoeding langzaam op; neem af en toe een paar slokjes. Neem ruim de tijd voor een flesje. Dit voorkomt een vol gevoel.
Als u drinkvoeding als aanvulling gebruikt, dan zal de diëtist na de operatie beoordelen of deze nog gebruikt moeten worden.
Ook na de operatie blijft het van belang om uw gewichtsverloop in de gaten te houden. De diëtiste zal betrokken blijven als dit nodig is. De eerste dagen na de operatie kan het zijn dat u wat zwaarder bent dan normaal; dit kan vocht zijn wat u vasthoudt. Weeg uzelf thuis 1 keer per week op een vast moment en onder dezelfde omstandigheden.
Wanneer u:
goed herstelt bent van de operatie;
uw wond goed genezen is;
uw gewicht stabiel blijft;
u weer op uw gebruikelijke hoeveelheden zit met maaltijden;
Dan zijn extra eiwitten in uw voeding niet meer nodig. Het advies is dan om een gezond eetpatroon aan te houden volgens de Schijf van Vijf.
Als u in de thuissituatie toch in gewicht afneemt of er zijn voedingsproblemen, neem dan contact met uw specialist op. Zo nodig kunt u in de thuissituatie verder begeleid worden door een diëtist.
Bewegen na operatie
Op de dag van de operatie is het belangrijk om al te starten met bewegen. Bewegen is namelijk belangrijk bij het voorkomen van trombose en het behouden van spierkracht. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de ademhaling als u rechtop in de stoel zit beter is en u beter kunt hoesten. Onderstaand schema kunt u als richtlijn gebruiken:
De dag van operatie
Op de verkoeverkamer, onder begeleiding: zitten op de rand van het bed met bewegen van de benen
Op de afdeling: Zoveel mogelijk bewegen en lopen, minimaal 2 uur uit bed. Maaltijden eet u in de stoel.
De eerste dag na operatie
Zoveel mogelijk bewegen en lopen (minimaal 6 uur). Maaltijden eet u zittend aan tafel.
Vanaf de tweede dag na operatie
Onbeperkt lopen en zitten.
Uiteraard is een goede pijnbestrijding van groot belang voor de beweging. Geef duidelijk aan wanneer pijn u belemmert uit bed te komen. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zoveel mogelijk rechtop in bed te zitten en/of vraag om hulp bij het mobiliseren.
Voorkomen (preventie) van trombose
Om trombose te voorkomen, krijgt u dagelijks een injectie met een bloedverdunnend middel. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie is het mogelijk dat u deze anti-trombose injecties thuis door moet gebruiken voor ongeveer 4 weken.
Laxeren
Ter bevordering van de werking van de dikke darm en om verstopping te voorkomen, krijgt u gedurende de opname vanaf de eerste dag na de operatie 2 keer per dag een laxerende tablet (waarop u moet kauwen) of een poeder. Zodra ontlasting goed op gang is, wordt het middel gestaakt. Wanneer u met de operatie een stoma van dunne darm heeft gekregen, dan krijgt u deze tabletten niet.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij een operatie aan de darmen is de kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding, lekkage van de naad of een wondinfectie.
Een wondinfectie is een ontsteking van de huid op de plaats van de hechtingen. De symptomen zijn roodheid van de huid of lekken van wondvocht.
Bij een naadlekkage is er een lek ontstaan op de plaats waar de darm weer aan elkaar is gemaakt, nadat het zieke stuk is verwijderd. Dan lekt de inhoud van de darm weg in de buik en kan voor buikvliesontsteking zorgen. De symptomen zijn: een bolle, gespannen buik, misselijkheid en braken, koorts en heftige buikpijn. Wanneer er sprake is van een naadlekkage is een behandeling hiervan noodzakelijk. Het is mogelijk dat er alleen antibiotica gegeven wordt of een drain geplaatst wordt. In de meeste situaties moet u opnieuw geopereerd worden. De darmnaad moet dan worden ontlast en er wordt (soms tijdelijk) een stoma aangelegd. Een naadlekkage is dus een ernstige complicatie en kan met (zeer) ernstig ziek-zijn gepaard gaan en soms tot een (zeer) traag herstel of zelfs overlijden leiden.
Natuurlijk kunnen hier niet alle complicaties genoemd worden die rondom een operatie aan de dikke darm kunnen voorkomen. Veel zal ook afhangen van uw persoonlijke conditie, uw medische voorgeschiedenis en of u rookt. Maar soms treden ook niet te voorziene complicaties op die het herstel kunnen bemoeilijken.
Ontslag uit het ziekenhuis
Afhankelijk van uw persoonlijke situatie, mag u de dag na uw operatie naar huis. U mag naar huis, wanneer tenminste aan de volgende voorwaarden is voldaan:
u heeft acceptabele pijn;
u verdraagt vaste voeding;
u laat windjes of de arts heeft vastgesteld dat de buik op gang aan het komen is;
u kunt de anti-trombosespuitjes injecteren,
thuis is de zorg rond, eventueel kunt u het stoma verzorgen of de thuiszorg is hiervoor geregeld.
Wanneer u voor de operatie zelfstandig functioneerde, heeft u waarschijnlijk geen extra zorg nodig thuis. Wel is het prettig als u de eerste twee weken hulp kunt krijgen van naasten.
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en persoonlijke factoren zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten zullen daarvan afhankelijk zijn.
Douchen/baden en wondverzorging
Douchen mag.
Wanneer u na ontslag pleisters op de wond heeft, kunt u deze thuis gerust verwijderen
Als het gaasje vastzit aan de wond kunt u het onder de douche losweken. Na het douchen moet u de wond droog te deppen. Het droog houden van de wond bevordert een goede wond genezing, als de wond droog is geen nieuwe pleister plakken.
De wond is goed genezen als de wond geheel dicht is.
Baden en zwemmen mag na 2 weken als de wond dicht is.
Pijnstilling
Pijn bevordert de genezing niet. Gebruik bij pijn de voorgeschreven medicatie die u op recept mee naar huis heeft gekregen. Pijn medicatie afbouwen op basis van hoeveel pijn u heeft, tenzij de behandelend specialist wat anders met u heeft afgesproken.
Bewegen bij thuiskomst
Bewegen is voor uw herstel erg belangrijk. Na thuiskomst kunt u nog enige tijd vermoeid zijn. De enige manier om de conditie weer op te bouwen is door te gaan bewegen. Bouw uw dagelijkse activiteiten op. Probeer dagelijks te wandelen of te fietsen. Daarnaast kan uw kleding wat strakker zitten, omdat u buik nog opgezet kan zijn.
Tillen en huishoudelijk werk
Na de operatie mag u 6 weken niet zwaar tillen, om te voorkomen dat er een littekenbreuk ontstaat. Denk hierbij aan het dragen van volle boodschappentassen en kinderen. Belangrijk bij het tillen en huishoudelijk werk: Luister altijd naar uw pijnklachten en uw lichaam!
Sporten
Vermijd de eerste zes weken contact sporten en sporten die veel lichamelijke inspanning vragen. Wanneer de dagelijkse activiteiten en wandelen weer probleemloos gaan, kunt u weer beginnen met het oppakken van uw sportactiviteiten en dit rustig opbouwen naar het oude niveau.
Werkhervatting
Naast uw algehele conditie vóór de operatie, bepaalt ook de grootte en het verloop van de operatie de duur van uw herstel. Vraagt u zich af in hoeverre uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts zo spoedig mogelijk na de ingreep op de hoogte brengt. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandigheden-spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt.
Autorijden
Ga niet autorijden zonder de kracht en alertheid hiervoor! Het reactievermogen kan bijvoorbeeld beïnvloed zijn door pijnstillers, waardoor uw concentratievermogen niet optimaal is.
Als u een autogordel oncomfortabel vind op de buik kunt u een handdoek tussen uw buik en de autogordel stoppen.
Voeding
De eerste weken kunt u een verminderde eetlust hebben. Bouw de hoeveelheden rustig op.
Na de operatie kunt en mag u alles weer eten. Mocht u van bepaalde etenswaren last krijgen, stop dan tijdelijk met het eten van dit etenswaren. Veel drinken is belangrijk om verstopping te voorkomen. Drink ongeveer 2 liter vocht per dag.
Ontlasting
Uw ontlastingspatroon kan veranderd zijn na uw operatie. Het is mogelijk dat uw ontlasting dunner is dan u gewend bent. Vaak treedt herstel op binnen enkele weken tot maanden.
Seks
Vrijen hoeft geen probleem te zijn als u hierbij de gouden regel in acht neemt.
Dus dat u geleidelijk aan weer van alles mag doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft.
Poliklinische controle
Al het weefsel dat tijdens de operatie wordt verwijderd, wordt onderzocht op het pathologisch anatomisch laboratorium. Het duurt ongeveer 14 dagen voordat de PA-uitslag bekend is. U heeft een afspraak gekregen voor de eerste poliklinische controle bij de chirurg.
De chirurg bekijkt dan of het herstel thuis zich goed heeft voortgezet en u krijgt de uitslag van het weefselonderzoek (PA-uitslag). Afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek, komt u regelmatig terug voor poliklinische controles bij de chirurg of de verpleegkundig specialist.
Problemen
Wanneer er thuis problemen ontstaan, kunt u contact opnemen met het ziekenhuis. U moet contact opnemen wanneer u de situatie niet vertrouwd, bijvoorbeeld bij:
een vermoeden op een ontsteking van de wond (toename roodheid, er komt pus uit de wond);
toenemende pijn in het algemeen;
aanhoudende misselijkheid/braken waardoor u niet of nauwelijks kunt eten en drinken;
aanhoudende diarree (meer dan 5 keer per 24 uur) of een aantal dagen geen ontlasting (waarbij u zich ziek/misselijk voelt).
Problemen in de eerste 48 uur na ontslag? Neem dan contact op met de verpleegkundige van afdeling C40, telefoonnummer (024) 365 78 00. Voor vragen die kunnen wachten tot de volgende dag, graag bellen tussen 10.00 en 14.00 uur. De verpleegkundige kan overleggen met de dienstdoende arts.
Problemen na de eerste 48 uur na ontslag? Neem dan contact op met de polikliniek chirurgie-heelkunde, telefoonnummer (024) 365 82 60.
Bent u patiënt van de GIO-polikliniek? Neem dan bij problemen tijdens kantooruren, contact op met de GIO-polikliniek, telefoonnummer (024) 365 80 64.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan uw behandelend chirurg of de verpleegkundige.
Op het verpleegkundig spreekuur of de GIO-poli vóór de opname krijgt u te horen bij wie u kunt zijn met dringende vragen of problemen.
Verhindering
Bent u op de dag van de opname onverhoopt verhinderd? Laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt naar de afdeling opname- en patiëntenplanning, tijdens kantooruren bereikbaar op telefoonnummer (024) 365 71 30. Kunt u een afspraak op de polikliniek of voor een onderzoek niet nakomen? Bel dan zo snel mogelijk de betreffende afdeling.
Kwaliteitsmeting en controle
CWZ neemt deel aan de landelijke registratie van kwaliteit/complicaties en veiligheid van operaties aan de dikke darm. Gegevens van deze operaties, inclusief opgetreden complicaties, worden anoniem verzameld in een landelijke database, waar veel Nederlandse ziekenhuizen aan deelnemen.
Contact
- ChirurgiePolikliniek chirurgie-heelkunde (B58)
Melden bij Meldpunt 2B
(024) 365 82 60
Maandag tot en met vrijdag 8.30 - 16.30 uur
Verpleegkundig spreekuur heelkunde024 365 78 57
Bereikbaar van 8.00 tot 16.30 uur. Bij geen gehoor spreekt u de voicemail in en wordt u teruggebeld.
[email protected]
GIO-poli (B58)Melden bij Meldpunt 2B
(024) 365 80 64
Bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur
[email protected]
- Urologie
G493-DLaatst bijgewerkt op 11 januari 2026

