Patiënteninformatiedossier heupprothese
Behandeling
In dit dossier leest u stap voor stap wat u kunt verwachten, wat u moet doen en hoe u zich het beste kunt voorbereiden op een borstreconstructie. Verandert er iets in uw situatie, of krijgt u klachten door uw gebroken heup of de behandeling?
Neem dan contact op met de afdeling orthopedie.
Inleiding
U bent opgenomen in CWZ met een gebroken heup. Uw arts heeft met u besproken dat een operatie nodig is. Een heupoperatie is een ingrijpende behandeling. Herstel kost tijd en vraagt inzet van u en uw naasten.
U krijgt tijdens uw opname veel informatie. Daarom staat alles ook in dit patiënteninformatiedossier. Zo kunt u het rustig nalezen.
Het is belangrijk dat u één vaste contactpersoon heeft. Deze persoon kan u helpen en meedenken tijdens uw behandeling en herstel.
Wij werken samen met andere zorgorganisaties, zoals herstelcentra en thuiszorg. Samen kijken we welke nazorg het beste bij u past.
Mogelijke behandelingen of begeleiding
Bij een gebroken heup bestaat de behandeling meestal uit:
een operatie aan de heup
een verblijf in het ziekenhuis
revalidatie na de operatie
Na uw opname kunt u op verschillende plekken herstellen:
in een herstelhotel of verpleeghuis
thuis met hulp van de thuiszorg
Uw zorgverlener bespreekt samen met u wat het beste bij u past.
Heeft u vragen? Stel deze gerust.
Een goede voorbereiding
Welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past, hangt van een aantal zaken af. Bijvoorbeeld van de risico’s en de bijwerkingen, van uw leefstijl en omstandigheden, van uw beroep en uw wensen. Het is daarom belangrijk om met uw zorgverlener te bespreken wat u belangrijk vindt. Zo kunt u de mogelijkheden beter vergelijken en samen beslissen wat het beste past bij uw situatie.
Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op uw gesprek, hebben we hieronder een aantal hulpmiddelen in het kort beschreven. Meer informatie over elk hulpmiddel leest u hierna.
Gesprekstips: om u op weg te helpen
Een aantal handige tips om u goed voor te bereiden op het gesprek met uw arts of verpleegkundige.
3 goede vragen: zelf de regie in de spreekkamer
De 3 goede vragen helpen u te kiezen welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past. Dit hangt namelijk van een aantal zaken af. Het is belangrijk om samen met uw arts deze zaken op een rijtje te zetten. Dit kunt u doen door 3 goede vragen te stellen.
MijnCWZ: uw gegevens, voorbereidingen en afspraakdetails
In MijnCWZ vindt u al uw medische gegevens, kunt u vragen stellen aan uw zorgverlener en ziet u alle informatie over uw afspraak. Hier zet de zorgverlener ook belangrijke informatie voor u klaar, zodat u zich goed kunt voorbereiden. Dit zijn bijvoorbeeld folders, notities of vragenlijsten.
CWZ Zorgapp: alles wat u moet weten in één app
De gratis app ‘Patient Journey’ (CWZ zorgapp) geeft u alle belangrijke informatie over uw operatie, onderzoek of behandeling in CWZ. Zo heeft u alle informatie altijd bij de hand en kunt u zich goed voorbereiden. De app stuurt u berichten en herinneringen op het moment dat bepaalde informatie voor u belangrijk is.
Beter voorbereid in gesprek met uw arts of verpleegkundige
U heeft vast veel vragen. Vragen die u thuis heeft bedacht of vragen die tijdens het gesprek opkomen. Stel deze ook altijd. Domme vragen bestaan niet. De volgende gesprektips kunnen u helpen tijdens het gesprek met uw arts:
Schrijf uw vragen op en neem deze mee op papier.
Schrijf de antwoorden op of neem het gesprek op om thuis rustig te kunnen nalezen of afluisteren.
Neem iemand mee, samen hoor je meer dan alleen.
Geef aan als u iets niet helemaal begrijpt.
Geef aan als u ergens over twijfelt.
Vat het gesprek aan het einde in uw eigen woorden samen. Zo kunt u samen met uw arts of verpleegkundige nagaan of u het begrepen heeft.
Kijk voor meer informatie op Samen beslissenhttps://www.cwz.nl/naar-het-ziekenhuis/afspraak/samen-beslissen
3 goede vragen
Als u naar de arts gaat voor onderzoek of behandeling, heeft u altijd meerdere mogelijkheden waaruit u kunt kiezen. Welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past, hangt van een aantal zaken af. Het is belangrijk om samen met uw arts deze zaken op een rijtje te zetten. Dit kunt u doen door 3 goede vragen te stellen. Samen met uw arts kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past.
De 3 goede vragen zijn:
Wat zijn mijn mogelijkheden?
Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
Wat betekent dat in mijn situatie?
Deze vragen nodigen uw arts uit goede informatie te geven en een open gesprek met u te voeren. Samen met hem of haar kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past. U maakt zo een goed geïnformeerde keuze, en dat maakt de kans van slagen het grootst.
Oefeningen na een totale heupprothese
Oefeningen spelen een belangrijke rol binnen de therapie. Daarbij wordt gestreefd naar een zo optimaal mogelijk herstel van de heupfunctie. Het effect van de therapie is mede afhankelijk van de mate waarin u zelf een actieve bijdrage levert. Het is belangrijk dat u regelmatig oefent, overeenkomstig de instructies van de fysiotherapeut.
De beschreven oefeningen zijn bedoeld als ruggesteuntje bij het onthouden van de oefeningen die de fysiotherapeut met u heeft doorgenomen. Het is niet de bedoeling dat u op eigen initiatief met nieuwe oefeningen begint.
Doe alleen de oefeningen die met u besproken zijn. Bij het oefenen mag u enige rek, trek en druk voelen en er mag gerust vermoeidheid optreden. Forceer echter nooit.
Na ontslag uit het ziekenhuis wordt de fysiotherapeutische behandeling, bij een fysiotherapeut bij u in de buurt, voortgezet tot de volgende poliklinische controle bij de orthopeed.
Oefeningen
Oefeningen na een gebroken heup
Oefeningen helpen u om sneller te herstellen. Ze maken uw heup sterker en soepeler.
Let op:
doe alleen de oefeningen die u met de fysiotherapeut heeft afgesproken
oefen regelmatig
u mag lichte spanning voelen
forceer nooit
Na ontslag gaat de fysiotherapie verder bij een fysiotherapeut in de buurt of in het verpleeghuis.
Voorbeelden van oefeningen
Liggend:
beweeg uw tenen en voeten
trek uw knie rustig op (maximaal 90 graden)
span uw bovenbeenspieren aan
knijp uw bilspieren samen
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
Ten minste ieder uur 10 keer: beweeg de tenen en voeten op en neer (de benen stil houden).
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
5 - 10 keer: trek uw knie rustig op in de richting van de borst. Buig niet verder dan 90 graden in de heup (haaks). Schuif met de hak over het bed.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
5 - 10 keer 5 seconden: leg uw been gestrekt neer, waarbij u de knieholte naar beneden drukt en zo de bovenbeenspieren aanspant. Het niet geopereerde been mag gebogen op het bed staan.
10 keer 5 seconden: ga zoveel mogelijk gestrekt liggen. Vervolgens de billen samenknijpen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=1080&q=100)
2 keer per dag 30 minuten: neem platte bedrust.
Doe de hoofdsteun omlaag en gebruik, als het mogelijk is, één hoofdkussen.
Uw niet geopereerde been mag u optrekken.
Zittend:
strek uw knie en houd dit even vast
til uw voet iets van de grond
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=750&q=100)
5 - 10 keer 5 seconden: Ga goed achter in de stoel zitten. Strek de knie en maak het been zo recht mogelijk.
5 - 10 keer 2 seconden: Hef uw been een klein stukje. De knie blijft gebogen. Laat de voet net los van de grond komen (eventueel in de eerste fase op uw tenen afzetten).
Staand (met steun):
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
5 - 10 keer 5 seconden: Beweeg het geopereerde been zijwaarts. Let op dat u uw bekken niet optrekt.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=640&q=100)
5 - 10 keer 5 seconden op dezelfde wijze achterwaarts.
Dagprogramma opnamedag en operatiedag
Melden op het afgesproken tijdstip bij Meldpunt 2C voor de operatie opname afdeling (OOA)
Wachten in de wachtruimte tot kort voor de operatie
Verpleegkundige neemt een aantal gegevens met u door
Controle temperatuur
Bloedprikken (als het nodig is)
Operatie
Verblijf op uitslaapkamer (verkoeverkamer)
Na de operatie naar de verpleegafdeling
Regelmatige controles door verpleegkundige
Pijnbestrijding
11. Start fysiotherapie
uitleg leefregels
uitleg bewegen in bed
transfer tot staan naast het bed
als het mogelijk is oefenen van paar passen lopen
Dagprogramma revalidatiedag 1
Regelmatige controles
Pijnbestrijding
Verzorging op bed
Bloedprikken
Röntgenfoto: controle operatieresultaat
Fysiotherapie
-10.30 uur: start looptraining en in de stoel met hulp van de fysiotherapeut
-15.30 uur: doorgaan looptraining onder begeleiding van de fysiotherapeut
Zorggesprek: voorbereiding op ontslag naar huis
Instructie enoxiparine spuiten: zelf leren spuiten
Ontslaggesprek en uitreiken ontslagpapieren
Ontslag uit het ziekenhuis in de loop van de middag of op revalidatiedag 2 (als het nodig is)
Dagprogramma revalidatiedag 2 (indien nodig)
Regelmatige controles
Pijnbestrijding
Enoxiparine: zelf (leren) spuiten
Verzorging in badkamer/douchen
Fysiotherapie:
-10.30 uur: uitbreiding looptraining op de afdeling
-15.30 uur: looptraining en traplopen en afsluiting met
laatste vragen beantwoorden
Ontslaggesprek en uitreiken ontslagpapieren
Ontslag uit het ziekenhuis in de loop van de middag
Leefregels na het plaatsen van een heupprothese
De eerste 6 tot 8 weken na de operatie moet u met krukken blijven lopen, indien afwijkend dan is dit in overleg met fysiotherapeut of orthopeed/ verpleegkundig specialist.
Gedurende de eerste twee maanden na de operatie is het belangrijk dat u een aantal zaken goed in acht neemt zodat u voorkomt dat de heupprothese uit de kom schiet:
In deze periode moeten de benen enigszins gespreid worden gehouden bij het zitten en liggen.
Legt u uit voorzorg een kussen tussen uw benen als u in bed ligt. Als u op uw zijde gaat liggen zorg dan dat er altijd een kussen tussen de knieën ligt.
Uw knie niet in de richting van uw neus brengen, bijvoorbeeld om uw nagels te knippen.
Niet op de ‘gewone manier’ de kous en schoen aantrekken van het geopereerde been. Als u stevige instapschoenen draagt, heeft u alleen een lange schoenlepel nodig om uw schoenen aan te trekken. Bij veterschoenen zal u bij het strikken van veters gedurende twee maanden hulp nodig hebben.
Niet bukken vanuit een stoel.
Niet te ver over de tafel buigen.
Niet bukken vanuit een staande houding met de benen naast elkaar. De fysiotherapeut leert u hoe u iets van de grond kunt rapen met het geopereerde been naar achteren uitgestrekt.
Niet hurken.
Niet met de benen over elkaar gaan zitten.
Niet op een lage stoel of kruk gaan zitten.
Los staan kan en mag, u moet alleen opletten dat u niet gaat lopen of tegelijkertijd een draaibeweging maakt. Staan, bijvoorbeeld bij een aanrecht, kan en mag dus.
Overbelasting moet u vermijden.
De eerste paar weken zijn vermoeiend. Het herstel van de operatie, uw conditie en het oefenen zorgen voor vermoeidheid. Zorg ervoor dat u op tijd rust en het bezoek gedoseerd afspreekt. Onderschat deze vermoeidheid niet!
Vragen en aantekeningen
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
P580Laatst bijgewerkt op 10 juni 2026


