Patiënteninformatiedossier borstkanker
Behandeling
U leest wat u zelf kunt doen en hoe u zich kunt voorbereiden. Alle belangrijke informatie staat overzichtelijk bij elkaar. U kunt het later altijd rustig nalezen.
inleiding
De chirurg heeft met u, en eventueel met uw naasten, de resultaten van de onderzoeken op de mammapolikliniek besproken. Deze bevestigen, definitief of met grote waarschijnlijkheid, dat u borstkanker heeft. Ook is er een behandelingsvoorstel gedaan. Mogelijk dat er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn.
De artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners informeren u zo goed mogelijk zodat u een juiste beslissing kunt nemen over de voorgestelde behandelingen. Omdat het om veel, vaak nieuwe informatie gaat, is het niet eenvoudig om alles in één keer te onthouden. Daarom kunnen u en uw naasten in dit patiënten informatie dossier (PID) alles nog eens rustig nalezen. Voor elke patiënt is de situatie weer anders.
Er zal dan ook regelmatig nieuwe informatie - op maat - worden toegevoegd.
Het gebruik van het dossier
Wij zijn ons ervan bewust dat zowel vrouwen als mannen borstkanker kunnen krijgen, waar ‘zij’ staat wordt ook ‘hij’ bedoeld.
Het mammateam vindt het belangrijk dat patiënten betrokken worden in hun besluitvorming over behandelopties en mogelijke gevolgen daarvan.
Om uw gesprek met de dokter en verpleegkundige goed voor te bereiden kunt u een persoonlijke checklist maken.
Deze vindt u op de website b-bewust: www.b-bewust.nlhttp://www.b-bewust.nl.
Dit is een initiatief van Borstkankervereniging Nederland, een folder vindt u in deze map achter tabblad 3.
Wat doet de mammacareverpleegkundige?
Dit is een verpleegkundige die zich gespecialiseerd heeft in de zorg rondom de patiënt met borstkanker. Zij begeleidt patiënten gedurende het diagnose- en behandeltraject.
Hierbij kunt u denken aan:
Begeleiding tijdens of na gesprekken met de arts over bijvoorbeeld onderzoeksresultaten en voorstellen voor behandeling.
Aanvullende informatie over borstkanker, onderzoek, behandeling en hoe met de gevolgen hiervan om te gaan.
Maken van afspraken voor aanvullende onderzoeken en de operatie.
Begeleiding van de nazorg na de opname.
Telefonisch bereikbaar voor vragen.
Intakegesprek
Voordat de operatie plaatsvindt, krijgt u nog een intake (voorbereidend gesprek). Hierin krijgt u informatie over de periode rondom opname en de operatie. Dit gesprek doet de mammacareverpleegkundige. Tijdens dit gesprek is er ook gelegenheid om uw vragen te bespreken.
Voorafgaand aan dit (telefonische) gesprek, vragen wij u om eerst de DIVI (digitale video) over het opnametraject en de operatie te bekijken.
Het is prettig om uw partner of een ander vertrouwd persoon mee te nemen naar dit gesprek, zodat hij of zij ook goed geïnformeerd is.
Opname
Het tijdstip van opname is afhankelijk van de geplande operatietijd. De middag voor de operatie zal de afdeling opnameplanning tussen 14.00 en 15.30 uur contact met u opnemen over het tijdstip van opname. Indien uw operatie op een maandag gepland staat dan wordt u de vrijdag voorafgaande tussen 14.00 en 15.30 uur gebeld.
Tijdens de opname is de afdelingsverpleegkundige beschikbaar voor vragen. Als het nodig is, kan zij contact opnemen met de mammacareverpleegkundige.
Beter voorbereid in gesprek met uw arts of verpleegkundige
U heeft vast veel vragen. Vragen die u thuis heeft bedacht of vragen die tijdens het gesprek opkomen. Stel deze ook altijd. Domme vragen bestaan niet. De volgende gesprektips kunnen u helpen tijdens het gesprek met uw arts:
Schrijf uw vragen op en neem deze mee op papier.
Schrijf de antwoorden op of neem het gesprek op om thuis rustig te kunnen nalezen of afluisteren.
Neem iemand mee, samen hoor je meer dan alleen.
Geef aan als u iets niet helemaal begrijpt.
Geef aan als u ergens over twijfelt.
Vat het gesprek aan het einde in uw eigen woorden samen. Zo kunt u samen met uw arts of verpleegkundige nagaan of u het begrepen heeft.
Kijk voor meer informatie op
3 goede vragen
Als u naar de arts gaat voor onderzoek of behandeling, heeft u altijd meerdere mogelijkheden waaruit u kunt kiezen. Welke behandeling of welk onderzoek het beste bij u past, hangt van een aantal zaken af. Het is belangrijk om samen met uw arts deze zaken op een rijtje te zetten. Dit kunt u doen door 3 goede vragen te stellen. Samen met uw arts kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past.
De 3 goede vragen zijn:
Wat zijn mijn mogelijkheden?
Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
Wat betekent dat in mijn situatie?
Deze vragen nodigen uw arts uit goede informatie te geven en een open gesprek met u te voeren. Samen met hem of haar kunt u vervolgens beslissen welk onderzoek of behandeling het beste bij u past. U maakt zo een goed geïnformeerde keuze, en dat maakt de kans van slagen het grootst.
Multi Disciplinair Overleg (MDO)
Iedere patiënt wordt voor en na de operatie besproken in het multidisciplinair overleg (MDO). In het MDO zijn altijd een chirurg, radioloog, oncoloog, patholoog, radiotherapeut, verpleegkundig specialist en mammacareverpleegkundige aanwezig. Zij bespreken uw diagnose en het voorgestelde behandelplan. Het kan zijn dat er vanuit dit MDO een ander behandelplan voorgesteld wordt dan eerder met u is besproken, ook kunnen aanvullende onderzoeken worden geadviseerd. Uw behandelend arts zal de adviezen vanuit het MDO met u bespreken.
Wij streven ernaar om uw afspraken zoveel mogelijk bij één arts te plannen. Maar door afwezigheid van een arts of vanwege logistieke redenen kan het voorkomen dat we genoodzaakt zijn hiervan af te wijken.
Mijn behandelend arts is:
……………………………………………………………………………………………….
De operatie kan door uw behandelend arts maar ook een ander in borstkanker gespecialiseerd arts gedaan worden.
Dit is afhankelijk van de mogelijkheden die er op dat moment zijn. Uiteraard proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met uw wensen.
De chirurg die mij opereert is:
……………………………………………………………………………………………….
Waarneming en opleiding
We proberen de medische zorg voor u zo te organiseren dat u zoveel mogelijk dezelfde arts ziet. We willen u anderzijds ook zo snel mogelijk van dienst zijn. Dit geldt voor de operaties die u moet ondergaan en voor de polikliniekbezoeken.
Het kan gebeuren dat u een andere arts ziet op de operatiekamer, op de verpleegafdeling of op de polikliniek. U kunt ervan op aan dat dit ten alle tijden iemand is met kennis van zaken en dat uw gegevens goed zijn overgedragen. Waarneming door een andere arts is een gevolg van afwezigheid door bijvoorbeeld een congres, vakantie of ziekte. Daarnaast dragen wij zorg voor de opleiding van jonge chirurgen. In het kader van hun specialisatie is patiëntencontact noodzakelijk. In dit laatste geval is er steeds een gespecialiseerd stafchirurg voor supervisie beschikbaar.
Wanneer u onder controle blijft na eerdere operatie of behandeling kunt u ook door een andere persoon gezien worden. Dit kan een andere chirurg zijn, een chirurg in opleiding of een gespecialiseerd verpleegkundige. Ook in deze beide laatste gevallen is het steeds zo dat een gespecialiseerd chirurg beschikbaar is voor overleg. Er wordt ook over gewaakt dat de bekwaamheid van de waarnemers steeds voldoet aan de eisen die u aan uw polibezoek mag stellen.
Als u er bezwaar tegen heeft door anderen gezien te worden, kunt u dat kenbaar maken. In dat geval zoeken we samen naar een oplossing, hetgeen wel invloed kan hebben op de voortgang van de planning.
Een Santeon behandeling
U wordt behandeld in CWZ (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis). Om u de best mogelijke behandeling en zorg te kunnen bieden werken wij samen met zeven andere grote ziekenhuizen in Nederland. Samen heten we Santeon. Om sneller tot betere zorg voor onze patiënten te komen, werken de Santeon ziekenhuizen nauw met elkaar samen. Zij delen kennis en ervaring en de medisch specialisten kijken bij elkaar ‘in de keuken’ om van elkaar te leren.
Santeon behandeling bij borstkanker
De zeven Santeon ziekenhuizen hebben elkaar in de afgelopen periode op borstkankerzorg steeds uitgedaagd om de lat hoger te leggen. Als een ziekenhuis op een bepaald aspect van de borstkankerzorg beter scoort dan de andere ziekenhuizen, dan nemen de andere ziekenhuizen dat over. Zo komen de ziekenhuizen met elkaar tot de beste behandeling voor u als patiënt. We gaan daarin verder dan de normen waar ziekenhuizen aan moeten voldoen. De garantie dat wij de normen halen, plus de verbeteringen die in ieder ziekenhuis zijn doorgevoerd, maken deze behandeling een Santeon behandeling.
Wat kunt u van een Santeon behandeling verwachten?
Een aantal voorbeelden:
U heeft één laagdrempelig aanspreekpunt waarop u kunt terugvallen gedurende het hele zorgtraject. Deze mammacareverpleegkundige kent uw situatie waardoor u uw verhaal niet steeds opnieuw hoeft te vertellen.
In het multidisciplinaire behandelteam zit op afroep een plastisch chirurg. Doordat deze van begin af aan betrokken is bij uw behandeling, kan de plastisch chirurg tijdens dezelfde operatie de borst reconstrueren. Dat maakt een tweede operatie overbodig.
Ons ziekenhuis zorgt ervoor dat uw huisarts binnen 24 uur na het eerste polikliniekbezoek de contactgegevens ontvangt van uw behandelend arts en van uw vaste aanspreekpunt in het ziekenhuis. Uw huisarts blijft daarna op de hoogte van uw situatie.
Artsen en chirurgen van de Santeon ziekenhuizen hebben veel ervaring met de behandeling van borstkanker. Meer dan 10% van de Nederlandse patiënten met kanker wordt door de Santeon ziekenhuizen behandeld. Daarmee zijn wij samen de grootste uitvoerder van kankerbehandelingen in Nederland.
Het blijft niet bij de verbeteringen die de zeven Santeon ziekenhuizen nu al hebben doorgevoerd. Een Santeon behandeling wordt continu bijgesteld met nieuwe normen.
Deze worden dan ook in alle zeven Santeon ziekenhuizen ingevoerd. Meer informatie over een Santeon behandeling voor borstkanker kunt u vinden op: www.santeonvoorborstkanker.nlhttp://www.santeonvoorborstkanker.nl
Santeon is de Nederlandse ziekenhuisketen van zeven topklinische ziekenhuizen, te weten het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein, Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, Medisch Spectrum Twente in Enschede, Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam en het Martini Ziekenhuis in Groningen. www.santeon.nlhttp://www.santeon.nl
Na ontslag
Na ontslag uit het ziekenhuis komt u na 10 tot 14 dagen bij de chirurg om de uitslag van de operatie en zo nodig de vervolgbehandelingen te bespreken. Daarna komt u bij de mammacareverpleegkundige, die de vervolgafspraken met u maakt. Mocht u eerder vragen hebben, dan kunt u altijd bellen met de mammacareverpleegkundige, telefoonnummer (024) 365 71 12. U krijgt een doktersassistente van de polikliniek heelkunde aan de telefoon, zij zal u doorverbinden met de mammacareverpleegkundige
Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en persoonlijke factoren zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd last kunnen hebben van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten zullen daarvan afhankelijk zijn.
Pijnbestrijding
Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u zo nodig de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt.
Dit doet u als volgt:
· De eerste twee dagen gebruikt u 4 keer per dag, om de
6 uur, 2 tabletten paracetamol van 500 mg.
· Dan 2 dagen 4 keer per dag, om de 6 uur, 1 tablet paracetamol van 500 mg gebruiken.
· Daarna stopt u en gebruikt alleen zo nodig bij pijn
2 tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 keer per dag).
Vaak worden ook sterkere pijnstillers op recept mee gegeven. Deze kunt u, indien nodig, naast de paracetamol gebruiken.
Wanneer contact opnemen?
Neemt u de eerste week na de operatie contact op met het ziekenhuis bij:
Hevige pijnklachten die niet verdwijnen als u pijnstillers gebruikt.
Infectie: wond is gezwollen, rood en warm, gaat open en/of er komt wondvocht uit.
Temperatuur hoger dan 38,5 °C kort na de operatie.
Hervatting van diverse activiteiten?
Gouden regel is dat u geleidelijk aan weer van alles mag gaan doen en uitproberen, zolang dit geen aanhoudende toename van klachten geeft. Wissel de eerste dagen rust en activiteit steeds af, waarbij u geleidelijk aan steeds actiever wordt en minder hoeft te rusten.
Wandelen
Lopen is goed om uw conditie weer wat te verbeteren en u mag dit doen naar kunnen. Wissel de eerste dagen lopen en rusten goed af.
Fietsen
Zodra u zich probleemloos kunt bewegen, mag u fietsen, als u dat tevoren ook deed, weer gaan uitproberen.
Autorijden
Als u zich probleemloos kunt bewegen, kunt u ook weer gaan autorijden. Meestal is dit na enkele dagen. Als uw okselklieren zijn verwijderd is het belangrijk om uw arm/schouderfunctie te optimaliseren en pas dan weer het autorijden te hervatten. Dit is ook voor de verzekering een voorwaarde om deel te mogen nemen aan het verkeer.
Sporten
Als u gewend was om te sporten kunt u dat meestal na 2 weken weer langzaam oppakken. Als uw okselklieren zijn verwijderd zal dit pas kunnen als uw arm/schouderfunctie weer goed is. Wanneer de dagelijkse dingen en wandelen weer probleemloos gaan, kunt u, als u dat gewend was, weer rustig beginnen met sporten. Start op een vlakke, zachte ondergrond en draag goede schokabsorberende sportschoenen. Voer de activiteit en het tempo geleidelijk op naar kunnen, waarbij u goed let op de reacties van uw lijf. Zorg steeds dat u volledig hersteld bent voordat u wéér gaat sporten.
Seksualiteit
Door de behandeling van borstkanker kan het zelfvertrouwen en zelfbeeld beschadigt raken. Aanvullende behandelingen zoals chemotherapie en hormoontherapie hebben hierop ook nog een nadelige invloed. Praat met uw partner, probeer uw gevoelens en angsten bespreekbaar te maken. Ook kunt u uw problemen bespreken met de mammacareverpleegkundige, verpleegkundig specialist of arts. Zij kunnen u informatie en adviezen geven en eventueel doorverwijzen naar een seksuoloog. Meer informatie vindt u in de folder “Borstkanker en seksualiteit”, die te krijgen is op de mammapoli.
Emoties
De diagnose borstkanker is voor de meeste mensen een grote schok en het brengt veel emoties te weeg. Alle zekerheden vallen weg. Iedereen reageert op zijn eigen manier op kanker. Het kost tijd om een nieuw evenwicht te vinden. Soms helpt het om dingen op te schrijven, eropuit te gaan, afleiding te zoeken. Maar het is normaal dat u af en toe geëmotioneerd of uit het lood geslagen zal zijn.
U kunt uw emotionele problemen bespreken met de mammacareverpleegkundige, verpleegkundig specialist of arts. Zij geven advies, tips of eventueel een doorverwijzing voor begeleiding door bijvoorbeeld medisch maatschappelijk werk
Werkhervatting
Als er geen vervolgbehandeling nodig is kunt u meestal 2 weken na het ontslag weer met werken (eventueel aangepast) beginnen. Zwaar lichamelijk werk kan echter pas na 6 weken worden hervat. Aanvullende behandeling als radio- of chemotherapie speelt hierbij zeker een rol. Bespreek dan met de desbetreffende specialist wat de adviezen zijn over werkhervatting.
Ook is het mogelijk dat u psychische belasting de werkhervatting in de beginperiode nog in de weg staat.
Halfjaarlijkse - Jaarlijkse controleafspraken
Doorgaans komt u gedurende 3 jaar voor controle naar het ziekenhuis. De controle wordt uitgevoerd door de verpleegkundige specialist. Meer informatie vindt u in de folder ‘Controles na behandeling voor borstkanker’. De folder zit in dit PID.
Vragen
Heeft u vragen, stel ze dan gerust aan de mammacareverpleegkundige of in de gesprekken met uw arts.
Veelgestelde vragen
Is mijn borstkanker erfelijk?
Van alle mensen met borstkanker is bij ongeveer 5% een erfelijke aanleg aantoonbaar.Signalen dat er sprake kan zijn van erfelijke borst- of eierstokkanker in de familie:
borstkanker krijgt vóór het 40e levensjaar én een ander signaal;
eierstokkanker in de familie;
borst- en/of eierstokkanker bij meerdere 1ste of 2de graads;
familieleden;
als een vrouw zowel borst- als eierstokkanker krijgt;
als iemand in beide borsten kanker krijgt;
als er in de familie een man is met borstkanker;
prostaatkanker onder de leeftijd van 60 jaar én een ander signaal;
triple negatieve borstkanker komt vaker voor bij een BRCA-mutatie en kan een aanwijzing zijn voor erfelijkheid.
In deze gevallen of een combinatie ervan kunt u een verwijzing krijgen voor erfelijkheidsonderzoek: om advies te krijgen over de kans op erfelijke aanleg. Een verwijzing gebeurt naar het Klinisch Genetisch Centrum van het RUCO. Meer uitleg kan u vinden op de website: http://www.oncoline.nl/familiair-mamma-ovariumcarcinoomhttp://www.oncoline.nl/familiair-mamma-ovariumcarcinoom
Bespreek uw vragen met betrekking tot erfelijkheid met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Moet mijn andere borst er ook niet af?
Als er sprake is van een aangetoonde erfelijke aanleg (BRCA1 BRCA2 genmutatie), kan men overwegen om uit voorzorg de borsten te laten verwijderen. Hiermee wordt de kans op het ontstaan van borstkanker met meer dan 90% verminderd (gereduceerd). De volle 100% wordt nooit bereikt onder andere omdat er soms toch nog een minieme kans bestaat op borstkanker in de achtergebleven huid in de borstregio of primair in de oksel.
Uit vergelijking met groepen vrouwen zonder aangetoonde genmutatie die dat lieten doen, blijkt dat het ontwikkelen van een nieuwe borstkanker in de andere borst weinig voorkomt (minder dan 10% in verloop van 20 jaar). En dat minder dan 1% uiteindelijk hierdoor komt te overlijden. Het is daarnaast bekend dat het gebruik van chemo- en hormoontherapie een bijdrage leveren aan de vermindering van de kans op het ontwikkelen van een nieuwe borstkanker in de andere borst.
Bespreek uw vragen met betrekking tot de andere borst met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Moet ik een “scan” of bloedonderzoek om te zoeken naar uitzaaiingen?
Bij een diagnose borstkanker wordt altijd onderzocht hoe uitgebreid de ziekte is, en wat de meest passende behandeling is. Of er een aanvullende scan of bloedonderzoek nodig is, hangt af van het type borstkanker, de grootte van de tumor en de kenmerken van de kankercellen.
Soms worden extra onderzoeken gedaan als er aanwijzingen zijn dat de ziekte zich mogelijk heeft uitgebreid, bijvoorbeeld bij een grote tumor, vergrote lymfeklieren of bepaalde klachten.
Moet ik een MRI-scan van de borsten laten maken?
Een MRI is een onderzoek waarbij door middel van radiofrequente golven (dus geen röntgenstraling) in een elektromagnetisch veld een scan van de borst wordt gemaakt. Via een infuus in de arm wordt tijdens het onderzoek contrastvloeistof ingespoten om onderscheid te kunnen zien tussen tumorweefsel en borstklierweefsel. Waarbij een tumor sterk contrast opneemt en gezond weefsel meestal maar weinig.
Een MRI is niet beter dan een echografie of mammografie, maar kan aanvullend zijn in zeer geselecteerde situaties, zoals:
screening bij hoog-risicopatiënten (mensen met een aangetoond erfelijke aanleg);
onvoldoende duidelijkheid na mammogram en echo;
meting van het effect van chemotherapie voorafgaand aan een operatie;
bij een klierrijke borst een beter beeld krijgen van de tumor;
bij een lobulair carcinoom.
De MRI-methode van borstonderzoek behoort niet tot de standaarddiagnostiek naar borstkanker. Het is een kostbaar onderzoek en heeft als nadeel dat het door een grote groep patiënten als onaangenaam wordt ervaren (nauwe ruimte, veel lawaai, buikligging, infuus), sommige stadia van borstkanker nauwelijks zichtbaar worden en fout positieve waarden: er wordt iets gezien wat verder onderzocht moet worden en wat uiteindelijk een onschuldige afwijking blijkt te zijn. Dit laatste geeft vaak onterechte onrust bij patiënten.
Bespreek uw vragen met betrekking tot aanvullend borstonderzoek met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Moet er niet vaker een mammografie gemaakt worden?
Gezien de dosis röntgenstraling is het niet wenselijk om vaker dan 1 keer per jaar een mammografie te laten maken tenzij er een nieuw ontstane zwelling ontstaat en er reden is voor nieuwe diagnostiek. Vaker een mammografie maken, toont niet meer of sneller borstkanker aan. Te vaak mammografie maken, verhoogt dan weer het risico op borstkanker of een terugkeer van de kanker.
Bespreek uw vragen met betrekking tot de mammografie met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Kan ik dezelfde dag de uitslag van mijn mammografie krijgen?
Helaas is het niet mogelijk dezelfde dag de uitslag van de mammografie te geven. Wel goed om te weten: als er op de mammografie afwijkingen te zien zijn dan zal de radioloog als het mogelijk is direct aanvullend onderzoek doen en een versnelde afspraak voor u maken bij de arts of verpleegkundig specialist.
Kan thermografie de mammografie vervangen?
Nee. Een thermografie is geen vervanging voor een mammografie. Thermografie is niet gevoelig genoeg om tumoren op te sporen, zeker niet in een vroeg stadium. Mammografie en thermografie zijn 2 verschillende methoden die ook verschillende informatie geven.
Omdat thermografie alleen naar de temperatuurverschillen in de huid kijkt, kunnen tumoren hiermee niet ontdekt worden, omdat deze vaak dieper in de borst liggen. Ook kunnen verkalkingen (die een voorstadium van kanker kunnen zijn) niet gevonden worden met thermografie. Zo worden bij thermografie tumoren en andere verdachte afwijkingen niet direct weergegeven.
Er is geen plaats voor de thermografie, naast de gebruikelijke extreem gevoelige combinatie van mammografie, echografie en MRI-scan.
Bespreek uw vragen met betrekking tot beeldvorming van de borst met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Is zelfonderzoek zinvol? Waarom géén periodiek zelfonderzoek?
Voorheen werd aanbevolen om periodiek zelfonderzoek te doen. Dit leidt echter niet tot een lager sterftecijfer. Hoewel het voor sommige vrouwen een gevoel van gerustheid en veiligheid biedt, kan het juist ook leiden tot onnodige onrust als je denkt dat je iets voelt. Daarnaast worden er door periodiek zelfonderzoek vaker goedaardige aandoeningen gevonden: dat betekent vaker biopsies en behandelingen, terwijl er niets aan de hand is (overbehandeling).
Voor het bevolkingsonderzoek geldt dat er ook voor- en nadelen zijn, maar via mammografie kunnen kleine afwijkingen die je niet zelf zou kunnen voelen worden opgespoord. Periodiek zelfonderzoek, dus op een vaste dag in de maand, is dus niet nodig, maar blijf alert op veranderingen in je lijf!
Het gaat er niet om kanker te ontdekken, het gaat erom bewust te zijn van hoe uw borsten aanvoelen, en dus ook te voelen als er iets verandert. Neem bij veranderingen contact op met uw huisarts.
Bespreek uw vragen met betrekking tot zelfonderzoek met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Welk onderzoek doen we nog na een amputatie?
Als de borst verwijderd is bestaat de controle uit nauwgezet bekijken en voelen van het litteken. Ook worden de lymfeklieren in de oksels, bij de sleutelbeenderen en in de hals gecontroleerd. Als beide borsten zijn geamputeerd is een mammografie, echografie of scan van de streek waar de borst zat, niet aangewezen.
Een nieuw ontstane verandering in het litteken of vergrote lymfklieren zullen altijd reden zijn voor verder onderzoek. Er zal een echografie gemaakt worden en eventueel een punctie of biopsie verricht.
Bespreek uw vragen met betrekking tot de controle na operatie met uw chirurg of verpleegkundig specialist. Wat kan ik doen om terugkeer van kanker te voorkomen?
Er zijn verschillende factoren die de kans op terugkeer van borstkanker in verschillende mate beïnvloeden.
Overgewicht is oorzaak van heel wat aandoeningen.
Overgewicht verhoogt ook het risico op het krijgen van borstkanker en verhoogt het risico terugkeer van de kanker.
Alcohol is schadelijk. Het kan de hormoonhuishouding verstoren, drink niet meer dan 1 glas per dag.
Alcohol verhoogt ook het risico op het krijgen van borstkanker en verhoogt het risico op terugkeer van de kanker.
Roken is erg schadelijk. Roken verhoogt ook het risico op het krijgen van borstkanker en verhoogt het risico op terugkeer van de kanker.
Koffie heeft wisselende effecten op de algemene gezondheid. Koffie kan mogelijks de groei van sommige tumoren onderdrukken. Koffie vermindert bij vrouwen die behandeld worden met tamoxifen mogelijks het risico dat de kanker terugkomt.
Dit is geen advies om in grote mate koffie te consumeren.
Regelmatig duiken er in de media berichten op die wetenschappelijk niet onderbouwd zijn: deodorant; zonnebrand; beugelbeha's; persoonlijkheid, verhogen uw kans op borstkanker niet.
Bespreek uw vragen met betrekking tot uw risico op terugkeer van de ziekte en wat u daar zelf aan kan doen met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Kan ik complementaire behandelingen gebruiken?
Ik heb gelezen dat deze de groei van kankercellen remmen?
In reageerbuisonderzoek en bij proefdieren lijken heel wat stoffen de groei van kankercellen te remmen. Aangezien de meeste van die stoffen in voeding in het lichaam van de mens snel inactief worden, verliezen deze snel hun eventuele werking.
Van heel wat stoffen, vitamines, sporenelementen, antioxidanten, planten en groenten is op enig moment wel eens beweerd dat ze actief zijn tegen kanker. Daar zijn geen bewijzen voor. In dit rijtje horen, onder vele anderen, maretak, chocolade en champagne dieet, vogelzaad, kurkuma, elektrolytentherapie, magnetisme, steentherapie. Het is zeker niet slecht complementaire behandeling te gebruiken. Sommige mensen vinden er troost en kracht bij. Wij kunnen het niet aanraden en wijzen het evenmin af.
Kijk uit met ‘behandelaars’ die heel veel geld vragen voor hun diensten of producten. Doe die zaken die je een goed gevoel geven.
Bespreek uw vragen met betrekking tot complementaire behandelingen met uw chirurg of verpleegkundig specialist.
Is het veilig op soja gebaseerde voedingsmiddelen te gebruiken?
Ja, het is veilig om op soja gebaseerde voedingsmiddelen te gebruiken. Er zijn zelfs aanwijzingen dat soja beschermend werkt bij het ontstaan van hormoongevoelige borstkanker. Soja is rijk aan eiwit en onverzadigd vet. Ook bevat soja ijzer en vitamine B1. Van soja worden sojaproducten gemaakt zoals vleesvervangers en andere vegetarische producten, bijvoorbeeld tofu en tempé. Er worden ook zuivelproducten van gemaakt, zoals sojamelk, sojapudding en sojayoghurt. Daarnaast wordt soja aan veel producten toegevoegd, zoals in sommige sauzen en kant-en-klaar maaltijden. Op de verpakking staat of een product soja bevat.
Soja bevat isoflavonen, stoffen die erg lijken op het hormoon oestrogeen dat het lichaam zelf maakt. Oestrogenen zijn een groep vrouwelijke hormonen die een rol spelen bij de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken, het regelen van de menstruatiecyclus en bij zwangerschap. Isoflavonen worden ook wel plantaardige oestrogenen of fyto-oestrogenen genoemd. Deze fyto-oestrogenen kunnen invloed hebben op kankersoorten die gevoelig zijn voor hormonen, zoals borstkanker. Dit doordat de fyto-oestrogenen uit soja de werking van de lichaamseigen oestrogenen lijken te verminderen door hun plek in te nemen. Ook na de diagnose heeft het gebruik van sojaproducten mogelijk een gunstige invloed op de overleving en het gaat goed samen met het gebruik van Tamoxifen.
Het wordt afgeraden om soja of fyto-oestrogeen supplementen te gebruiken omdat de effecten van deze hoge doseringen nog onbekend zijn.
Meer informatie over voeding: www.voedingenkankerinfo.nlhttp://www.voedingenkankerinfo.nl
Moet mijn dochter gecontroleerd worden nu ik borstkanker heb?
Als er geen bewezen erfelijke belasting is aangetoond (BRCA-1 of
BRCA-2 genmutatie):
Als u voor het 50e levensjaar borstkanker hebt gekregen.
Als u en nog een eerstelijns familielid voor het 60e levensjaar borstkanker hebt gekregen
Als er bij een eerstelijns of tweedelijns familielid ovariumcarcinoom (eierstokkanker) voor het 60e levensjaar is ontstaan.
Bij bovengenoemde situaties is het advies voor uw dochter:
Jaarlijks een mammografie maken via de huisarts vanaf het 40e levensjaar, vanaf het 50e tot 70elevensjaar tweejaarlijks een mammografie via het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
Bij sterk verhoogd risico, ofwel: meerdere familieleden op jonge leeftijd (onder de 50 jaar) borstkanker zonder aangetoonde genmutatie (BRCA-1 ofBRCA-2 ):
Vanaf 35-60 jaar, jaarlijks een mammografie en klinisch borstonderzoek, uit te voeren door een specialist op dit terrein.
Vanaf 60 tot 75 jaar deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
Als in de familie op bijzonder jonge leeftijd mammacarcinoom voorkomt kan overwogen worden om tussen 25 en 40 jaar al te starten met controles, echter mammografie niet eerder dan voor het 30e levensjaar.
Als er wel een erfelijke variant is aangetoond (BRCA -1 of BRCA-2 genmutatie):
Jaarlijkse controle door een mammografie vanaf 30e levensjaar, aanvraag en controle via specialist.
Bovenstaande gegevens zijn een richtlijn. Bespreek uw vragen over controle met uw specialist.
Voetnoot:
Eerstelijns familielid: ouder of kind.
Tweedelijns familielid: broer of zus, grootouders, kleinkinderen.
Verklarende woordenlijst
Anesthesioloog: specialist die narcose en plaatselijke verdoving verzorgt.
Carcinoom: kankergezwel.
Chemotherapie: medicijnen om kanker te behandelen, vaak per infuus toegediend
CT-scan: computertomografie: röntgenopnamen in dwarsdoorsneden van het lichaam kunnen samen worden gevoegd tot 3D beelden.
DCIS: voorstadium van borstkanker.
Ductaal carcinoom: borstkanker groeit vanuit de melkgang.
Echografie: beeldvorming door middel van geluidsgolven.
Fibroadenoom: goedaardig gezwel in de borst opgebouwd uit klier en bindweefsel.
Immunotherapie: doelgerichte therapie waarbij het immuunsysteem gestimuleerd wordt om tumorcellen aan te vallen.
Lobulair carcinoom: borstkanker groeit vanuit de melkklier.
Lymfoedeem: abnormale ophoping van eiwitten en vocht in lichaamsweefsel.
Mamma: borst.
Mammografie: röntgenfoto van de borst.
Mammacareverpleegkundige: Gespecialiseerd verpleegkundige voor borstkanker.
MDO: multidisciplinair overleg waarbij radioloog, chirurg, oncoloog, patholoog, verpleegkundig specialist en mammacareverpleegkundige aanwezig zijn, patiënten worden hier besproken voor en na de behandeling.
MRI: magnetic resonance imaging, beeldvorming door middel van onschadelijke radiogolven en magneetvelden.
Nucleair geneeskundige: specialist die onderzoekt en behandeld door middel van radioactiviteit.
Oncoloog: specialist in de behandeling van kanker met medicijnen.
Oncologisch chirurg: specialist in de operatieve behandeling van kanker.
OKD: okselklier dissectie, het operatief verwijderen van de lymfklieren in de oksel.
Patholoog: specialist die weefsel onderzoekt onder de microscoop.
PID: Persoonlijk Informatie Dossier: map met informatie over de aandoening.
Radioloog: specialist in medische beeldvorming met behulp van röntgenstraling, ultrageluid of magnetische velden
Schildwachtklieronderzoek: methode om de eerste lymfklier in de oksel op te sporen en operatief te verwijderen voor onderzoek.
Vragen en aantekeningen
Op deze pagina kunnen vragen, adviezen en gebeurtenissen opgeschreven worden.
(Datum, reden consult/bevinding, actie, naam/functie)
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
P582Laatst bijgewerkt op 10 juni 2026


