Neuspoliepen

Behandeling

Inleiding

Uw behandelend arts heeft voorgesteld om uw reuk en/of neusklachten die veroorzaakt worden door neuspoliepen te behandelen. Deze folder geeft u informatie over wat de KNO arts in CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek alles nog eens rustig kunt nalezen.

Welke functie heeft de neus?

De neus is er zeker niet alleen voor de reuk, al is dit wel een belangrijk onderdeel van de functie. De neus is vooral een onderdeel van de ademhalingsorganen. In de neus wordt de ingeademde lucht verwarmd, bevochtigd en gereinigd. Zo wordt 90% van de deeltjes die onze lucht verontreinigen, door de neus weggefilterd en onschadelijk gemaakt. De neus levert dus een bijdrage aan een zo goed mogelijke ademhaling. Daarnaast heeft de neus een belangrijke functie bij de stemvorming en verloopt de afvloed van traanvocht via de neus. Tenslotte is de uitwendige vorm van de neus ook een belangrijk aspect; hierdoor wordt het uiterlijk van iemand in belangrijke mate bepaald.

Wat zijn neuspoliepen?

Neuspoliepen zijn goedaardige uitgroeiingen van het neusslijmvlies. Ze ontstaan meestal in het gebied waar de neusbijholten uitkomen in de neusholten. Neusbijholten zijn holle ruimten in de botten rondom de neus. Een mens heeft vier neusbijholten: de voorhoofdsholte, de kaakbeenholte, de zeefbeenholte en de wiggebeensholte. Poliepen ontstaan meestal in de zeefbeenholte, die ligt tussen de neus en de ogen. De poliepen hangen aan een steeltje als een soort ‘slijmvlieszakje’ uit in de neus.

De precieze oorzaak van neuspoliepen is nog onbekend. Wel is duidelijk dat mensen met allergie, chronische ontsteking van het slijmvlies van de neus en neusbijholten en overactief reagerend neusslijmvlies (allergie) meer kans hebben op het ontwikkelen van neuspoliepen. De kans is ook verhoogd bij mensen met astma, die last hebben van klachten als hoesten, slijm opgeven, piepen op de borst en benauwdheid. Neuspoliepen ontstaan bijna altijd aan twee kanten. Ze komen op alle leeftijden voor, maar vooral tussen dertig en veertig jaar en zelden op kinderleeftijd. Enkelzijdige neuspoliepen kunnen een uiting zijn van andere aandoeningen, zoals een kwaadaardig gezwel, maar dit is zeldzaam.

Verschijnselen van neuspoliepen

De belangrijkste klachten van neuspoliepen zijn neusverstopping, regelmatige verkoudheden en een verminderde reuk/smaak. Daarnaast kunt u hoofdpijn hebben met een vol gevoel in het hoofd, maar dit komt minder vaak voor. Als u ligt, verergeren de klachten van neusverstopping. Verder blijkt dat een aandoening van de bovenste luchtwegen (neus en neusbijholten) vaak een nadelig effect heeft op de werking van de onderste luchtwegen (longen). Behandeling van de aandoening van de bovenste luchtwegen is daarom vaak gunstig voor de onderste luchtwegen.

Diagnose stellen bij neuspoliepen

Als u klachten hebt die wijzen op neuspoliepen, dan kan de huisarts u doorverwijzen naar de keel-, neus- en oorarts (KNO-arts). Deze zal eerst een algemeen onderzoek doen, waarbij onder andere in uw neus gekeken wordt. Meestal zijn de neuspoliepen al op deze manier zichtbaar. Soms zijn de neuspoliepen echter zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Dan wordt een zogenaamde neusendoscopie uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt met een dun ‘kijkertje’ hoger in de neus gekeken. Soms worden ook röntgenfoto’s van de neusbijholten gemaakt, bijvoorbeeld een sinusfoto of CT-scan. De definitieve diagnose wordt gesteld na weefselonderzoek – dat bij de operatie verkregen wordt - in het laboratorium.

Medicijnen bij neuspoliepen

Neuspoliepen kunnen behandeld worden met medicijnen. Behandeling met een corticosteroïd neusspray bijvoorbeeld, kan een duidelijke vermindering van de klachten geven. Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen en hebben een ontstekingsremmend effect.

Meestal is het geen probleem om deze neussprays jarenlang te gebruiken. Het is echter niet zo dat de neuspoliepen altijd verdwijnen door deze sprays. Corticosteroïden kunt u ook in tabletvorm (prednison) of als injectie krijgen en geven dan vaak een opmerkelijke verbetering van de klachten. Deze manier van toediening mag vanwege de bijwerkingen slechts gedurende een korte tijd, vooral omdat deze medicijnen de hormoonproducerende werking van de bijnierschors onderdrukken.

Operatie bij neuspoliepen

Het operatief verwijderen van neuspoliepen is nodig als ze de luchtdoorgang blokkeren, de afvoer uit de neusbijholten blokkeren waardoor infecties ontstaan of in verband worden gebracht met tumoren. Om neuspoliepen te verwijderen, zijn twee soorten operaties mogelijk:

  • de poliepextractie

  • de neusbijholte-operatie.

Bij beide operaties is het belangrijk dat u vanaf enkele dagen voor de ingreep geen bloedverdunnende medicijnen (zoals sintrom of aspirine) meer gebruikt. Deze medicijnen vergroten namelijk de kans op nabloedingen.

Bij de poliepextractie wordt het deel van de poliep verwijderd dat in de neus zichtbaar is. Het deel dat in de zeefbeenholte zit, kan op deze manier niet worden weggehaald. Deze operatie gebeurt soms onder plaatselijke verdoving.

Bij een (endoscopische) neusbijholte-operatie worden alle poliepen verwijderd, zowel uit de neus als uit de neusbijholten. Deze operatie gebeurt meestal onder algemene verdoving. Zie voor meer informatie de folder ‘Endoscopische operaties aan de bijholten van de neus’.

Neuspoliepen blijken ondanks operatieve verwijdering soms weer terug te komen. Dit is waarschijnlijk bij poliepextractie vaker het geval dan bij een (endoscopische) neusbijholte operatie.

Vaak wordt na de operatie langdurig een corticosteroïd neusspray ge-geven, waardoor neuspoliepen minder snel terugkomen. Ook is het noodzakelijk een eventuele allergie te behandelen en ervoor te zorgen dat u zo weinig mogelijk in contact komt met de stof waarvoor u allergisch bent.

Voorbereiding neusoperatie

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan de neus.U zult geen pijn voelen. De operatie vindt plaats onder volledige narcose. Hierover kunt u meer lezen in de CWZ-folder ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. U wordt voor deze ingreep twee dagen in het ziekenhuis opgenomen.

Het secretariaat KNO regelt de opname- en operatieplanning. Op de polikliniek krijgt u onder voorbehoud de datum waarop de operatie gepland is. Deze wordt ongeveer een week van tevoren schriftelijk bevestigd door het secretariaat KNO. Heeft u nog geen operatiedatum gekregen dan neemt het secretariaat KNO nog contact met u op.

Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel pre-operatief onderzoek of pre-operatieve voorbereiding genoemd.

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of bent u onder controle van de trombosedienst? Meld dit dan aan uw behandelend arts in CWZ. Denk bij bloedverdunnende medicijnen aan bijvoorbeeld acenocoumarol of fenprocoumon en/of aspirine.

  • Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem uw doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze bloedverdunnende medicijnen. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u voor de ingreep of operatie met het innemen moet te stoppen en wanneer u weer kunt beginnen met de medicijnen.

  • Als u medicijnen gebruikt of overgevoelig bent voor bijvoorbeeld jodium, verdovingsvloeistof, pleisters of andere stoffen meld dit dan aan de arts, de verpleegkundige of assistente van polikliniek.

  • Meld ook als u een pacemaker (of een ICD) draagt.

  • Meld ook of u preventief antibiotica nodig heeft.

Spreekuur anesthesioloog

De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom heeft de doktersassistente een afspraak voor u op het spreekuur van de anesthesioloog gemaakt.

De dag van de operatie

Volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur blijft u nuchter en bent u eventueel gestopt met het innemen van (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afdeling kort verblijf C42.

Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat de blaas leeg is.

Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden, make-up en nagellak dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u al vast aantrekt. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatie afdeling. Vervolgens krijgt u een infuus. U gaat naar de operatiekamer en schuift over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. Na toediening van een snelwerkend slaapmiddel bent u binnen een halve minuut in een diepe slaap.

De operatie

De bedoeling van de operatie is de afsluiting op te heffen zodat u minder vaak verkouden bent en makkelijker kunt ademen. De ingreep vindt plaats via de neus. Er ontstaan dus geen uitwendige littekens. De wondjes worden niet gehecht, maar genezen vanzelf. In sommige gevallen spoelt de KNO-arts tijdens dezelfde ingreep de kaakholten. Dit is dan van tevoren met u besproken.

Na de operatie

Na de ingreep onder narcose blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatie-afdeling tot u goed wakker bent. Daarna haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u weer op.

Van het gaasverband of de tampons krijgt u een drukkend gevoel in de neus en soms wat hoofdpijn. U kunt niet door de neus ademen en krijgt daardoor een droge mond. Ook is het mogelijk dat uw ogen tranen. De onderkant van de neus is bedekt met een gaasje. De verpleegkundige verschoont dit regelmatig.

In het belang van een goede genezing mag u de eerste uren na de operatie niet uit bed (bedrust). Uw hoofd rust op een groot en een klein kussen. Als het drinken, eten en urineren goed gaat, verwijdert de verpleegkundige het infuus.

Wanneer u weer trek heeft, mag u gewoon eten. Het eten en drinken moeten echter wel afgekoeld zijn. U mag uit bed maar moet nog wel rustig aan doen. De dag na de operatie wordt het gaasverband tampon uit de neus verwijderd, tenzij er andere afspraken met u zijn gemaakt. Hierna moet u een uur op bed blijven liggen. U mag de neus wel ophalen, maar niet snuiten. Het ontslag naar huis wordt voorbereid. De dag na de operatie mag u meestal naar huis. U krijgt een afspraak voor een controlebezoek aan de polikliniek. De tweede week na de ingreep kan u meestal de gewone werkzaamheden weer hervatten.

Na de operatie kan er wat zwelling en een blauwe verkleuring van de gezichtshuid en de oogleden optreden, vooral als er aan het uitwendige van de neus geopereerd is. Dit is het gevolg van kleine onderhuidse bloeduitstortingen en gewoonlijk verdwijnt dit binnen enkele dagen. De pijn na de operatie is meestal gering en altijd goed met pijnstillers te bestrijden. In de neus en omgeving kan een doof gevoel optreden omdat kleine zenuwen zijn uitgeschakeld. Dit verdwijnt vanzelf, het normale gevoel komt terug binnen enkele weken tot maanden.

Nabehandeling neus na neusoperatie

Uw behandelend KNO-arts heeft u voor de operatie al een recept meegegeven voor een neuszalf (STB wonddressing nasale zalf) en het advies gegeven een Nasofree neusdouche te gebruiken voor de nabehandeling na de neusoperatie. Hieronder staat de uitleg voor het gebruik. Wij adviseren u om de dag na de operatie te starten met het gebruik van de neusdouche en de zalf (de neusdouche en de neuszalf beiden 2 maal daags gedurende 2 weken gebruiken).

Gebruiksaanwijzing Nasofree neusdouche

(voor een videohandleiding kijkt u op www.nasofree.nl)

  1. Leeg 1 sachet nasaal spoelzout in de neusdouche en vul deze met lauwwarm water (tot streepje ‘maximaal’). Het water dat u gebruikt mag gekookt worden, maar dat hoeft niet. West-Europees kraanwater is in principe voldoende schoon. Voor gebruik schudt u de neusdouche een beetje. Zorgt u ervoor dat u een tissue of stukje keukenrol bij de hand hebt om gedurende het neusspoelen uw neus af te vegen.

  2. Buig een beetje voorover en plaats de neusdouche schuin (in een hoek van ongeveer 45 graden) in één van uw neusgaten (zie foto).

  3. Knijp rustig in de neusdouche en laat na het knijpen het nasaal spoelzout uit uw neus stromen. Het nasaal spoelzout kan zowel via hetzelfde neusgat (bij ernstig verstopte neus) als via het andere neusgat naar buiten stromen. Plaats de tip van de neusdouche in het andere neusgat en herhaal deze gang van zaken totdat de neusdouche leeg is. Door rustig te knijpen voorkomt u dat er nasaal spoelzout in uw keelholte terecht komt. Mocht dat wel voorkomen, is dat niet schadelijk en spuugt u het gewoon uit.

Gebruiksaanwijzing STB zalf voor de neus

Wat is STB wonddressing nasale zalf?

STB zalf is een wondverbandmiddel dat speciaal is ontwikkeld voor de behandeling van chronische oppervlakkige wonden en wonden/ beschadigde slijmvliezen in holten (bijvoorbeeld oor of neus). Geadviseerd wordt om STB wonddressing nasale zalf tenminste 2 weken te gebruiken. STB wonddressing vormt een beschermend laagje over het beschadigde slijmvlies, waardoor bacteriën van buitenaf zoveel mogelijk worden tegengehouden en een vochtig wondmilieu ontstaat. Ook wordt korstvorming voorkomen (of bestaande korsten verweken) waardoor een snel herstel wordt ondersteund.

Hoe gebruikt u STB zalf ?

Wij adviseren u na uw neusoperatie om 2 keer per dag in beide neusgaten een beetje zalf aan te brengen met een wattenstokje en dit vervolgens door de neus te masseren. Geadviseerd wordt om de STB zalf tenminste 2 weken te gebruiken.

Richtlijnen voor de eerste twee weken thuis

Voorkomen van drukverhoging in de neus

De eerste week neus ontstaat. Dit kunt u voorkomen door:

  • Niet te bukken, te tillen en te persen;

  • U mag de neus niet snuiten; wel zachtjes ophalen;

  • Niezen met de mond open. Als u veel moet niezen, kunt u hiervoor een geneesmiddel aan de huisarts vragen.

Voorkomen van bloedvatverwijding

Door warmte ontstaat verwijding van de bloedvaten waardoor een bloeding kan optreden. U kunt dit voorkomen door:

  • Niet te heet te douchen;

  • Eten en drinken iets te laten afkoelen;

  • Geen gebruik te maken van sauna en/of zonnebank;

  • De eerste drie dagen niet in de zon te gaan lopen of zitten.

Bij een neusbloeding neemt u contact op met de polikliniek KNO, telefoon (024) 365 82 25 of buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende hulp (SEH), telefoon (024) 365 83 22.

Pijnbestrijding

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Daarom is het raadzaam dat u de eerste twee dagen de pijn met pijnstillers onderdrukt en dit langzaam afbouwt. Dit doet u als volgt:

  • De eerste twee dagen neemt u 4 keer per dag - om de zes uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

  • Vervolgens neemt u twee dagen 4 keer per dag - om de zes uur - 1 tablet paracetamol van 500 mg.

  • Daarna stopt u met de pijnstilling en gebruikt alleen zo nodig bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg (maximaal 4 per dag).

Wanneer u weer kunt gaan werken, naar school gaan of sporten overlegt u met de KNO-arts bij de eerstvolgende controle op de poli. Treden er ondanks de richtlijnen problemen of bijzonderheden op die niet kunnen wachten tot de eerstvolgende controle bij de KNO-arts dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek KNO.

Is er kans op een complicatie?

Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neus, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. In de praktijk zijn complicaties bij een neusoperatie zeldzaam.

Vragen?

Als u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, schrijf deze dan op of vraag iemand met u mee te gaan. De KNO-arts beantwoordt graag uw vragen over uw reuk en/of neusklachten en de behandeling daarvan. De anesthesioloog zal de vragen over de anesthesie beantwoorden.

Contact

G437-BLaatst bijgewerkt op 12 mei 2026

Inhoudsopgave