Euthanasie

Algemeen

Inleiding

CWZ wil graag dat patiënten betrokken zijn bij de zorg en zoveel mogelijk eigen regie hebben, ook in situaties waarin een ziekte niet te genezen is. Een belangrijke waarde van CWZ is daarom de betrokkenheid van patiënten. CWZ hecht in deze situaties groot belang aan goede palliatieve zorg om waar mogelijk ondraaglijk lijden te voorkomen of te verminderen. Het belangrijkste doel van palliatieve zorg is om uw kwaliteit van leven te behouden en waar mogelijk te verbeteren als u niet meer kunt genezen en nog wel een (lange) tijd met ziekte leeft.

Het kan zijn dat u momenteel zelf met vragen rondom euthanasie bezig bent. Op deze pagina kunt u lezen wat euthanasie is en hoe CWZ met een verzoek om euthanasie omgaat.

Wat is euthanasie?

Als u vindt dat u ondraaglijk lijdt en er is geen uitzicht meer op verbetering, dan kunt u uw arts vragen uw leven te beëindigen. Dit heet euthanasie. Artsen doen dat alleen als een patiënt daar zelf om vraagt. U praat uitgebreid met uw arts over welk lijden voor u ondraaglijk is of (ondraaglijk) zou kunnen worden. Euthanasie, een verzoek van de patiënt aan de arts om het leven te beëindigen, is misschien wel de meest ingrijpende keuze die mensen kunnen maken. In de euthanasiewet staan alle regels die gelden bij euthanasie. De officiële naam van de euthanasiewet is Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL).

Het bespreekbaar maken van euthanasie

Het is belangrijk om vanaf het eerste moment dat u aan euthanasie denkt, dit met uw behandelend arts te bespreken. Dit kan uw huisarts of uw medisch specialist in CWZ zijn. Uw arts zal zorgvuldig afwegen of uw verzoek op dat moment aan de wettelijke eisen voldoet en of hij/zij uw verzoek wil uitvoeren. U heeft het recht om een euthanasieverzoek te doen. Een arts is echter niet verplicht om aan uw verzoek te voldoen. Het kan zijn dat uw arts gewetensbezwaren heeft tegen euthanasie. Dit moet natuurlijk gerespecteerd worden. In dit geval mag u, bij een dringend verzoek tot levensbeëindiging, van uw arts verwachten dat hij een collega inschakelt die de behandeling overneemt.

Euthanasie is alleen toegestaan als een arts zich houdt aan de regels in de euthanasiewet. Een einde maken aan het leven van iemand anders is strafbaar. Ook als de patiënt er zelf om vraagt bij de arts. De arts is niet strafbaar als hij zich houdt aan alle 6 zorgvuldigheidseisen uit de euthanasiewet. Deze 6 eisen worden hieronder beschreven.

1. Vrijwillig en goed over nagedacht
De arts moet overtuigd zijn dat de vraag van de patiënt om euthanasie vrijwillig is en dat de patiënt er goed over heeft nagedacht. De vraag moet dus echt van de patiënt zelf komen. Niemand mag de patiënt dwingen of onder druk zetten. Familie niet en vrienden ook niet. Ook moet de vraag niet opeens opkomen, dan zou de wens voor euthanasie namelijk ook weer opeens weg kunnen zijn. Praat daarom op tijd en regelmatig met een (huis)arts over de wens.

2. Uitzichtloos en ondraaglijk lijden
De arts moet ervan overtuigd zijn dat de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. Bij de beoordeling van de uitzichtloosheid staan de diagnose van de patiënt en de vooruitzichten centraal. Er is sprake van uitzichtloosheid als:

  • de patiënt niet meer kan genezen;

  • de patiënt onnodig lijdt en dit niet minder kan worden.

De arts bekijkt ook hoeveel verbetering een behandeling nog kan geven. En hoe zwaar de behandeling is voor de patiënt. Bij ondraaglijk lijden gaat het vooral over hoe de patiënt dit ervaart. Dit is voor iedereen anders. De arts moet zich in kunnen leven in de patiënt en zijn of haar lijden.

3. Informeren over de situatie en de vooruitzichten
De arts moet de patiënt informatie geven over de medische situatie; hoe zijn situatie er in de toekomst uit zal zien. Het is belangrijk dat de patiënt alle nuttige informatie over zijn situatie begrijpt. Zo kan hij /zij een goede keuze maken. De arts moet nagaan of de patiënt voldoende weet. En of de patiënt de informatie ook begrepen heeft.

4. Geen redelijke andere oplossing
De arts moet samen met de patiënt besluiten dat er geen redelijke andere oplossing is voor de situatie van de patiënt. De arts moet altijd kijken of er geen andere manieren zijn om het lijden te verlichten. Dat betekent niet dat de patiënt alle mogelijke behandelingen moet proberen voordat een euthanasie verzoek kan worden ingewilligd.
Heeft de patiënt veel last en pijn van een bepaalde behandeling? Dan telt dat mee in de beoordeling. Soms is een behandeling heel zwaar en verbetert de situatie van de patiënt maar een beetje. Dan mogen de arts en patiënt samen besluiten dat de behandeling stopt.

5. Raadplegen onafhankelijke arts
De arts van de patiënt moet minimaal 1 onafhankelijke arts raadplegen. Deze arts heet een SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). De SCEN-arts moet de patiënt zien. Ook moet deze beoordelen of de arts die de euthanasie wil gaan uitvoeren zich heeft gehouden aan de zorgvuldigheidseisen. Onafhankelijkheid betekent dat de SCEN-arts een eigen mening mag geven over de patiënt en de arts. De SCEN-arts mag niet betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt of een persoonlijke band hebben met de arts of de patiënt.

6. Medisch zorgvuldige uitvoering
Tot slot moet de arts de euthanasie op een medisch zorgvuldige manier uitvoeren, bijvoorbeeld met de juiste medicijnen en in de juiste stappen. Hiervoor hebben artsen en apothekers een richtlijn gemaakt: ‘Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding’. In de richtlijn staan eisen hoe artsen euthanasie en hulp bij zelfdoding op een goede manier moeten uitvoeren.

Wils(on)bekwaamheid

Bij opname in CWZ wordt u verzocht een contactpersoon aan te wijzen die gewaarschuwd kan worden in onverwachte situaties. Mogelijk heeft u een schriftelijke machtiging opgesteld waarmee u iemand heeft gemachtigd namens u beslissingen te nemen over behandeling of verzorging. Deze contactpersoon of gemachtigde is meestal degene waarmee overlegd wordt over de medische behandeling indien u daartoe zelf niet meer in staat bent. Daarom is het belangrijk dat uw contactpersoon op de hoogte is van uw wensen en afspraken over de medische behandeling. Als u in een situatie terecht komt dat u (tijdelijk) niet meer voor uzelf kunt beslissen, kan een contactpersoon of gemachtigde niet namens u beslissen als het gaat om euthanasie. Daarvoor is een euthanasieverklaring van u nodig. Wel kan uw contactpersoon de behandelend arts wijzen op uw wensen als dit bij uw contactpersoon bekend is.

In een euthanasieverklaring schrijft u in eigen woorden op waarom u euthanasie wilt. U schrijft op wat voor u ondraaglijk lijden is. Dit hoeft geen uitgebreide verklaring te zijn en taalfouten zijn niet erg. Het gaat erom dat de verklaring overduidelijk van u is en bij u past. Het is belangrijk om te weten dat er geen rechten aan de toevoeging van een euthanasieverklaring in uw medisch dossier ontleend kunnen worden. Zodra uw wens voor euthanasie actueel wordt, zal de arts zich altijd moeten houden aan de zorgvuldigheidseisen welke zijn vastgelegd in de euthanasiewet.

Wat gebeurt er bij euthanasie?

Euthanasie wordt in de meeste situaties in de thuissituatie door uw huisarts (of een collega) uitgevoerd, in uitzonderingssituaties vindt euthanasie in CWZ plaats. Samen met uw naasten en de (huis)arts bespreekt u waar u wilt sterven en wie u er graag bij wilt hebben. U kunt met uw arts de mogelijkheden bespreken.

De euthanasie

  • U krijgt een slaapmiddel van de arts via bijvoorbeeld een infuus. U raakt hierdoor in een diepe slaap.

  • Als u slaapt, krijgt u een medicijn dat de spieren verlamt. Ook de ademhalingsspieren en de hartspier. U overlijdt meteen.

  • Als u bent overleden, belt de arts met de lijkschouwer van de gemeente. De lijkschouwer komt kijken en controleert of de patiënt door euthanasie is overleden.

  • Daarna belt de lijkschouwer de officier van justitie om toestemming te krijgen voor het begraven of cremeren.

  • De arts vult nog een meldingsformulier en een verslag in.

  • Daarna stuurt de lijkschouwer de verslagen van uw arts en de SCEN-arts naar de regionale toetsingscommissie euthanasie. De leden van deze commissie beoordelen of de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Ze sturen de arts hierover een brief.

Ondersteuning van andere disciplines

Binnen CWZ is een consultteam palliatieve en ondersteunende zorg. Dit team bestaat uit medisch specialisten, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen gespecialiseerd in het bieden van palliatieve zorg. Zij kunnen u, uw naasten en uw arts ondersteunen bij besluitvorming en de eventuele behandeling van symptoomlast in de laatste levensfase.

Soms kunt u, naast de ondersteuning van palliatief team, extra ondersteuning gebruiken door een meer gespecialiseerde zorgverlener. Daarom zijn er in CWZ ook andere zorgverleners betrokken bij het palliatief en ondersteunende team. Hierbij kunt u denken aan een geestelijk verzorger, medisch maatschappelijk werker, psycholoog en familiezorg verpleegkundige. In overleg met u kan het consultteam palliatieve zorg, als de situatie hierom vraagt, een van hen benaderen voor extra begeleiding of behandeling.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze pagina nog vragen bespreek deze dan met uw arts of verpleegkundige.
De tekst op deze pagina is mede gebaseerd op onderstaande bronnen, waar u ook aanvullende informatie kunt vinden:

Contact

G971Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026

Inhoudsopgave