Promotieonderzoek stomabreuk

CWZ-chirurg Bibi Hansson over de beste remedie stomabreuk

Circa 30.000 Nederlanders hebben een stoma. De helft van hen krijgt te kampen met een stomabreuk, ook bekend als een parastomale hernia. De opening in de buikwand - gemaakt om de darm naar buiten te leiden om het stoma aan te leggen - is dan opengerekt. Daardoor ontstaat er een bult op de buik en wil het stomazakje niet goed meer kleven, vaak met voortdurende lekkage van urine of ontlasting als gevolg. Onaangenaam, zo niet mensonterend. Chirurg Bibi Hansson ontwikkelde jaren geleden een nieuwe laparoscopische methode om dergelijke breuken te behandelen. Op 13 december 2012 promoveerde ze op de resultaten van haar speurtocht naar de ideale chirurgische techniek om dit probleem te behandelen en te voorkomen.

Wat was een jaar of twintig terug de behandeling als een patiënt een stomabreuk had?

‘In geval van zeer grote breuken met levensbedreigende klachten werd de stoma verplaatst naar een steviger plaats op de buik van de patiënt. Een zware ingreep met tegenvallende resultaten. Daarom was de gebruikelijke aanpak ‘pappen en nathouden’, oftewel leren leven met het probleem en de klachten zo goed als mogelijk onder controle proberen te krijgen met hulp van de stomaverpleegkundigen. Pas in de afgelopen tien jaar zijn nieuwe, minder invasieve operatietechnieken ontwikkeld.’

Je stond aan de wieg van de laparoscopische variant om stomabreuken te herstellen met een kunststof matje. Hoe kwam dat zo?

‘Die techniek leidde ik af van een methode om littekenbreuken via de kijkbuis te herstellen. Je maakt een veel kleinere operatiewond en daardoor is de operatie veel minder zwaar voor de patiënt. Bijkomstig voordeel is dat er minder kans is op infecties van zowel de wond als van de mat. Om een stomabreuk te herstellen gebruikten we net hetzelfde matje als bij een littekenbreuk maar dan met een sleutelgatvormige opening, zodat ie mooi rond de darm paste. Dit heet de Keyhole-techniek. We volgden de resultaten binnen een landelijke studie die twee jaar duurde. De eerste resultaten waren veelbelovend, maar op de lange termijn zagen we dat 37 procent van deze patiënten een nieuwe breuk kregen. Daarom ben ik in 2010 opnieuw alle bestaande literatuur gaan doorploegen, op zoek naar verbetering. Er was gelukkig al wat meer literatuur voorhanden. Ik kwam op het spoor van de zogenoemde Sugarbaker-techniek, ontwikkeld in de VS. Ook laparoscopisch inmiddels en ook met een kunststofmat, maar dan zonder gat erin. In plaats daarvan maak je een soort extra knik in de darm, voordat je het matje vastmaakt aan de buikwand. We switchten naar deze techniek en startten een Europese studie naar de resultaten. Nu twee jaar later weten we dat deze techniek een veelbelovend recidiefpercentage heeft van 6.6 procent.’

Dus die wordt nu overal in Nederland toegepast?

‘Dat gaat helaas niet zo snel. Ik ben in 2002 als een van de eerste in Nederland met de laparoscopische ingreep bij stomabreuken begonnen en ben ook de enige die de ingreep relatief vaak uitvoert. Er zijn nog steeds ziekenhuizen waar de patiënt te horen krijgt dat er niets aan te doen is. Gelukkig neemt de kennis wel toe, ook bij patiënten. Op patiëntenfora op internet circuleert veel informatie over de laparoscopische techniek. Wij krijgen verwijzingen vanuit het hele land. Daarnaast verzorgen we workshops in binnen- en buitenland om deze ingreep bekend te maken. Aan mijn promotie was bovendien een multidisciplinair internationaal congres gekoppeld, ook weer om dit onderwerp in de spotlights te zetten.’

De Sugarbaker-techniek wordt de standaard en daarmee zijn we er?

‘Nee, het afsluitend hoofdstuk in mijn proefschrift gaat over preventie. We onderzoeken de optie om bij patiënten al bij het moment van aanleg van het stoma preventief een matje te plaatsen. Wij hopen dat deze nationale PREVENT-trial resulteert in minder stomabreuken en betere kwaliteit van leven.’