Ervaringsverhalen over onze geestelijke verzorging

Patiëntverhaal over geestelijke verzoring

'Afgelopen maand ben ik met spoed opgenomen in het ziekenhuis. 's Ochtends zat ik nog bij de huisarts en die haalde er meteen een ambulance bij om me naar CWZ te brengen.

Mijn hart

Het was niet goed met mijn hart. Ze hebben me gekatheteriseerd en gedotterd. Tien dagen heb ik op de afdeling cardiologie gelegen. De eerste zondag was ik niet goed genoeg om naar de zondagsdienst te gaan. De tweede zondag hebben ze me opgehaald en naar het stiltecentrum gebracht. We hebben daar een kaarsje opgestoken en er is ook nog een priester langsgekomen. Ik weet niet precies of het nou een katholieke priester was of een dominee. Dat maakt mij ook niets uit. Voor mij is alles één.

 

‘Ik vind het fijn om uitgebreider over dingen te kunnen praten’

Meneer H. Peters, ex-patiënt

Fijn gesprek

Ze hebben me ook een keer op mijn kamer opgezocht. We hebben een fijn gesprek gehad. De verpleegkundigen hebben het druk met hun werk. Dat snap ik en dat vind ik ook prima. Het is fijn dat er iemand van de geestelijke verzorgers kan langskomen om uitgebreider over dingen te kunnen praten. We hebben van alles besproken en dat was zinvol voor mij. Ik heb er troost uit gehaald. Ik geloof nog wel 'wat', maar niet meer zo veel als vroeger. Ik doe het zeg maar kalm aan wat het geloof betreft. Maar ik vind het fijn om het stiltecentrum te bezoeken en een kaarsje op te steken. Ik ben al vaker in CWZ Nijmegen opgenomen geweest en bezocht dan het stiltecentrum. Dat beviel me toen al goed. Dus als je een kaarsje voor me wil opsteken bij Maria van altijddurende bijstand? Heel graag!'

April 2015

Naar overzicht patiëntenverhalen

Ervaringen van vrijwilligers

'Als het kan maak ik een praatje, met humor’

Ton Kouwenberg, zaalcoördinator/uitnodiger

'Iedere zondagochtend om half tien ben ik in het ziekenhuis om ervoor te zorgen dat de brancardiers de briefjes krijgen waarop staat welke patiënten ze kunnen ophalen voor de zondagsdienst. Als de bedden en rolstoelen aankomen in het Auditorium – waar de dienst plaatsvindt – zorg ik voor de juiste opstelling. Zodat de voorganger makkelijk de hostie kan uitdelen én dat de bedden makkelijk de uitgang kunnen bereiken in geval van calamiteiten. Ik maak vaak een praatje met de mensen. Als het kan met humor. Het hoeft niet allemaal zwaar en somber te zijn. Mensen waarderen dat. Eén keer in de maand ben ik 'uitnodiger'. Dan ga ik op zaterdag de afdelingen langs om te informeren of er patiënten zijn die de dienst willen bijwonen. Dat kan wel 'ns heftig zijn. Je komt mensen tegen die het niet meer zien zitten, of mensen die graag zouden willen, maar te ziek zijn om te komen. Maar ook mensen die kwetsend zijn. Toen misbruik in de katholieke kerk een hot item was, heb ik ook wel gehoord: 'hoor jij ook bij die club?' In de dertien jaar dat ik vrijwilliger ben bij de geestelijke verzorging en ethiek heb ik nog nooit een negatieve reactie gehad van mensen die een dienst bijwoonden. Een keer was er een katholieke man die het er niet mee eens was dat een dominee de dienst deed. Toen zei ik tegen hem: 'Geef het een kans. Als je merkt dat je niet wil blijven, steek dan je hand op. Na afloop vroeg ik hem of de dienst was bevallen. 'Hartstikke goed', antwoordde hij me. Tot mijn pensioen ben ik bakker geweest in Hatert. Ik ging altijd veel met mensen om en vind het fijn om dat hier te kunnen blijven doen. Als ze me zouden zeggen dat ik morgen moest stoppen? Vreselijk, zou ik dat vinden.'

April 2015

‘Het past bij mij om mensen bij te staan in moeilijke situaties’

Ineke van Gestel, liturgisch assistente

'Veertig jaar heb ik als verpleegkundige op diverse afdelingen in CWZ Nijmegen gewerkt. Ik sloot mijn carrière af als familiezorgverpleegkundige. Die laatste functie voelde als een kroon op mijn loopbaan. Het past bij mij om mensen mentaal te ondersteunen. Ze bij te staan in moeilijke situaties. Ik heb veel gesprekken gevoerd met ernstig zieke patiënten en hun familie. Voor mij was de stap snel gemaakt om na mijn CWZ-loopbaan te kiezen voor vrijwilligerswerk bij de afdeling geestelijke verzorging en ethiek. Daar komt nog bij dat ik een religieus bewogen mens ben. Religie is de bron. Teksten uit de bijbel inspireren me en ik weet dat ik dat op een bepaalde manier ook kan overdragen. Ik ben dan ook heel blij dat ik een bijdrage kan leveren als liturgisch assistent. Tijdens de zondagsdienst lees ik het epistel voor en de voorbeden. Verder deel ik ook de hostie uit. Als soort van rechterhand van de voorganger. Laatst had ik met voorganger Paulien een dienst. Ik kan dan bij de overweging echt denken: o wat mooi, wordt die Bijbeltekst zo bedoeld? Na de viering maak ik een praatje met de mensen. En ik merk dat ze dat echt waarderen. Het past bij mijn leeftijdsfase om meer stil te staan bij de vraag waar het in het leven nou echt om gaat. Ik heb beter leren luisteren - dat is zó belangrijk - en vind intimiteit en contact met de ander het belangrijkste wat er is. Mensen in crisissituaties zoeken troost en bemoediging. Ik vind het fijn dat ik mijn steentje hierin kan bijdragen.’

April 2015

Ervaring van zorgverleners

'Ik geloof niet in iets hogers, ik geloof in de mens'

Verpleegkundige cardiologie Wilmie Crienen

‘Op mijn afdeling liggen veel patiënten die met levensvragen worden geconfronteerd. Mensen die net een hartinfarct hebben gehad realiseren zich dat hun leven aan een zijden draadje hangt. Het had ook het eind kunnen zijn. Ook chronische patiënten met hartfalen zien hun leven beetje bij beetje afbrokkelen. Dat roept vragen bij hen op. Waarom gebeurt mij dit? Hoe moet ik verder met mijn leven? Hoe vertel ik het mijn familie? Bij sommige vragen kan ik ze helpen, maar andere vragen zijn te groot. Ik heb een goed zintuig om dat te signaleren. Dan vraag ik of ik even bij ze aan het bed mag zitten en zeg ik dat ik me zorgen maak. Dit geeft een opening. Ik pols of ze behoefte hebben aan een serieus gesprek met een van de geestelijk verzorgers. Die mensen hebben ervaring in het omgaan met diepe vragen, nemen de tijd, vragen door en kunnen zó goed luisteren. Zij horen wat er achter het verhaal zit. Soms hebben patiënten een zetje nodig om bepaalde dingen bespreekbaar te maken. Ook al kan het angst opleveren of zijn ze verdrietig, toch geeft het hen achteraf een goed gevoel. Wie ik ook bel van de geestelijk verzorgers, ze zijn allemaal toegankelijk. Achteraf vraag ik de patiënt altijd hoe het gesprek is ontvangen. Een enkele keer krijg ik terug dat ze het ook met hun partner hadden kunnen oplossen, maar bijna altijd heeft het verlichting gegeven. Ik probeer het belang van geestelijke verzorging in het CWZ ook uit te dragen aan mijn collega's en aan leerling-verpleegkundigen. Op een of andere manier zit dat in mijn systeem. Misschien ook omdat ik de cursus Palliatieve zorg heb gedaan. Zelf heb ik niks met religie. Maar wel met spiritualiteit. Waarom zijn wij hier? Wat doen we hier met z'n allen? Hoe sta ik in het leven? Dit houdt me bezig. Ik geloof niet in iets hogers, maar ik geloof in de mens.’

April 2015