Operatie met anesthesie

Bij uw operatie krijgt u algehele anesthesie. Dit noemen we in CWZ algehele narcose.

Er is samen met uw behandelend arts gekozen voor een operatie. U wordt voor de operatie in een diepe slaap gebracht met medicijnen die de anesthesioloog via het infuus toedient.

In CWZ regelen vóór uw operatie

Naar de afdeling opname en patiëntenplanning B02-09

Dit geldt alleen voor patiënten van heelkundeoogheelkundegynaecologie en plastische chirurgie. Patiënten van andere specialismen hoeven niet naar deze afdeling. Op deze afdeling regelt u de operatiedatum. U hoort op welke afdeling u wordt opgenomen. Verder krijgt u een routebriefje mee. Daarop staat langs welke afdelingen u moet voor de voorbereiding. Over het tijdstip van de operatie bellen we u later thuis.

Naar de intake-verpleegkundige

Vaak gaat u ook langs de intake-verpleegkundige. Die geeft u informatie over de gang van zaken rond de opname. U krijgt ook informatie over de voor- en nazorg.

Hartfilmpje maken

Als u 60 jaar of ouder bent laat u eerst een hartfilmpje (ECG) maken op de hartfunctieafdeling. U krijgt hiervoor een aanvraagformulier. U kunt daar zonder afspraak terecht.

Pre-operatief spreekuur anesthesie

Voordat de anesthesioloog u anesthesie geeft, beoordeelt hij uw medische gegevens. Daarna bepaalt hij welke vorm van anesthesie voor u het beste is. Dat hangt af van de soort operatie, de duur van de operatie, uw leeftijd, uw conditie en andere factoren. De anesthesioloog schat in welke risico’s er zijn en hoe hij deze kan beperken. Dit gebeurt op het pre-operatief spreekuur anesthesiologie.

De operatie

Voorbereiding op de verpleegafdeling

  • Vaak krijgt u van de verpleegkundige op de afdeling een rustgevende tablet. Daarvan kunt u al een slaperig gevoel krijgen. 
  • U krijgt 2 polsbandjes met uw naam en geboortedatum. Controleer deze goed. 
  • Teken met de verpleegkundige de operatieplek op uw lichaam af. 
  • Vertel altijd als er iets in uw gezondheid of medicijnen is veranderd sinds uw laatste bezoek aan de dokter of anesthesioloog.

Spoedoperatie

Bij een spoedoperatie proberen we de anesthesie vooraf met u te bespreken op de polikliniek anesthesiologie of op de verpleegafdeling. Lukt dat niet, dan spreken de chirurg en de anesthesioloog de gegevens door die van belang zijn voor de operatie. Vóór de operatie kunt u altijd nog vragen stellen aan de anesthesioloog in de voorbereidingsruimte.

Voorbereidingskamer OK

In uw eigen bed wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht. Hier wordt u ontvangen door de anesthesioloog en/of de anesthesiemedewerker. Zij doen hier de voorbereidingen van de anesthesie. Vertel altijd als er iets in uw gezondheid of medicijnen is veranderd sinds uw laatste bezoek aan de dokter of anesthesioloog. Er wordt vaak gevraagd naar uw naam, geboortedatum en welke ingreep u krijgt. Dit doen wij als extra check.

In de operatiekamer

In de operatiekamer schuift u vanuit uw bed over op een smalle operatietafel. Ook hier wordt vaak gevraagd naar uw naam, geboortedatum en welke ingreep u krijgt. Dit doen wij als extra check. De anesthesioloog geeft u de verdoving, die met u besproken is. Voordat u de slaapmiddelen krijgt toegediend, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. U krijgt plakkers op uw borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed bij te houden. De bloeddruk wordt aan de arm gemeten. Als alle voorbereidingen klaar zijn, dient de anesthesioloog u een snelwerkend slaapmiddel toe. Binnen een halve minuut bent u onder narcose.

Verhindering operatie

Het kan zijn dat de operatie wordt uitgesteld. Bijvoorbeeld vanwege ziekte van de dokter of OK-personeel of omdat de IC vol ligt. Moet u zelf afzeggen vanwege bijvoorbeeld ziekte? Doe dit dan zo snel mogelijk bij de afdeling die uw operatie heeft gepland. U komt dan boven aan de wachtlijst. Het ziekenhuis is niet aansprakelijk voor de financiële gevolgen van dit uitstel.

Na de operatie

Wat gebeurt er na de operatie?

Na de operatie gaat u naar de verkoeverkamer. Dat is een aparte ruimte vlak bij de operatiekamer. Hier zorgt een gespecialiseerd verpleegkundige dat u rustig van de operatie bijkomt. U bent aangesloten op bewakingsapparatuur. Als u helemaal wakker bent, kunt u terug naar de verpleegafdeling. Soms is het nodig dat u naar de intensive care gaat.

Het kan zijn dat er allerlei slangetjes aan uw lichaam vastzitten. Bijvoorbeeld een infuus met vocht wanneer u nog niet mag eten en drinken. Soms loopt er een slangetje door uw neus naar de maag of heeft u een slangetje in de neus met extra zuurstof. Een slangetje in de blaas (katheter) vangt urine op als u nog niet kunt plassen. Na een kleine operatie mag u tijdens de eerste uren alweer eten en drinken. Als u misselijk bent, meld dit dan aan de verpleegkundige. Wij kunnen u hiervoor medicijnen geven. Hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven, hangt af van de soort operatie en hoe snel u herstelt.

Instructies over wat wel en niet mag

U heeft instructies gekregen over wat u na de operatie wel en niet mag. Denk aan bewegen, rusten, drinken en eten. Vraag hiernaar als het niet duidelijk is. Probeer de instructies op te volgen en geef aan als dat niet lukt. Vraag ook hoe uw familie u kan ondersteunen met uit bed gaan en lopen. Wij adviseren u om zo snel mogelijk uit bed te gaan.

Meld pijn direct

Pijn kan slecht zijn voor de genezing. U kunt misschien niet diep doorademen of geen slijm ophoesten. De pijn kan u zelfs dwingen tot stil liggen. Alle reden dus om de pijn te verhelpen. Meld pijn dus altijd direct aan de verpleegkundige.

Pijnmeting

Veel mensen vinden het moeilijk om aan anderen te vertellen hoeveel pijn ze hebben. Dat is heel begrijpelijk. Maar u bent de enige die ons kan vertellen of u pijn heeft en hoe erg de pijn is. Een ander kan uw pijn niet voelen. Het geven van een cijfer kan helpen. Hoe werkt dat? Een aantal keer per dag vraagt de verpleegkundige of u de pijn een cijfer kunt geven. Het cijfer 0 betekent geen pijn. Heeft u weinig pijn dan kiest u het cijfer 1, 2 of 3. De pijn is dan acceptabel. Als de pijn u beperkt in bewegen, doorademen of hoesten kiest u een cijfer tussen 4 en 10. Het cijfer 10 betekent de ergst denkbare pijn. Het gaat erom hoe u de pijn ervaart. Dat is heel persoonlijk. Belangrijk is dat u zich niet laat beïnvloeden door de cijfers die anderen aan hun pijn geven. U kunt nooit een verkeerd cijfer geven. De verpleegkundige noteert het pijncijfer op een pijnscorelijst.

Pijnmedicatie

Vanaf het pijncijfer 4 passen wij vaak de pijnmedicatie aan. Zodra het middel werkt, vraagt de verpleegkundige u opnieuw om een cijfer te geven. Het is normaal dat de cijfers variëren. Op de pijnscorelijst staat op welk tijdstip u pijnmedicatie heeft gehad. Zo kunnen we zien wat het effect is van de pijnmedicatie.

Op de dag van de operatie naar huis

Als u op de dag van de operatie naar huis mag:

  • doe het thuis de eerste 24 uur na de operatie rustig aan 
  • bestuur geen auto
  • neem geen belangrijke beslissingen 
  • eet en drink licht verteerbare voedingsmiddelen.

Nazorg

Meer informatie over de nazorg krijgt u van de arts of verpleegkundige. Ook staat er informatie in de folder over de ingreep. Deze vindt u bij de aandoening op deze website.

  • Gebruik de checklist ‘Weer naar huis’ om u voor te bereiden op het vertrek naar huis. 
  • Weet u hoe u contact kunt opnemen bij vragen? 
  • Vraag of de huisarts al op de hoogte is gebracht.