Lopende onderzoeken cardiologie

Prevalentie studies

  •  Op dit zijn er geen lopende prevalentie studies

Device studies

GOLDILOX

Achtergrond
De kransslagaders (coronaire) voorzien het hart van bloed en zuurstof. Vernauwing van deze aders geeft uiteenlopende hartklachten, van pijn op de borst bij inspanning tot een (acuut) hartinfarct. Vernauwing van de coronaire ontstaat door twee mechanismen.

Het eerste mechanisme is vernauwing door ophoping van overmatig cholesterol in de kransslagader, deze ophoping heet een plaque. Naast dat een plaque vernauwing geeft, kan deze ook scheuren waardoor een bloedprop kan ontstaan. Deze bloedprop kan de kransslagaders acuut volledig afsluiten wat resulteert in een acuut hartinfarct.

Het tweede mechanisme heeft te maken met ontsteking (inflammatie). Dit is geen ontsteking door een bacterie of een andere ziekteverwekker maar een afweerreactie van het lichaam op de plaques. Deze reactie zorgt voor uitharding van de cholesterol ophoping, wat het risico op scheuren vergroot en dus het risico op een hartinfarct vergroot.

De ophoping van cholesterol kan beïnvloed worden door levensstijl aanpassingen (voeding) en met medicatie (statines). Mensen die een hartinfarct hebben doorgemaakt, krijgen als onderdeel van hun behandeling deze aanpassingen en statines. Echter grijpt deze behandeling alleen in op het eerste mechanisme. In deze studie wordt, naast het ophopen van cholesterol, de ontstekingsreactie behandeld. Hiervoor is er nog geen standaard behandeling.   

Studiemedicatie
Het middel in deze studie heet MEDI6570 en is een menselijke antistof die via een injectie in de huid ingebracht wordt. Deze antistof zorgt ervoor dat de ontstekingsreactie in de kransslagaders afneemt. In deze studie worden drie verschillende hoeveelheden studiemedicatie vergeleken met een placebo. Met andere woorden, 75% van de deelnemers krijgt het werkende middel. 

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben minder dan een jaar geleden een hartinfarct doorgemaakt.

Aegis II

Achtergrond
Een (acuut) hartinfarct (myocardinfarct) treedt op als een kransslagader of één van de kleinere takken ervan plotseling verstopt raakt, waardoor de hartspier geen bloed en zuurstof meer krijgt. Dit deel van de hartspier kan afsterven, tenzij de verstopping snel wordt opgeheven. De meest voorkomende oorzaak van een hartinfarct  is de ophoping van overtollig cholesterol, waardoor vetafzettingen ontstaan die de kransslagader vernauwen.

Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat de aanwezigheid van een eiwit in het bloed, apolipoproteïne A-I (apoA-I) genaamd, kan helpen om het teveel aan cholesterol uit de slagaders te verwijderen. Eiwitten zijn de bouwstenen van al onze lichaamsdelen en oefenen een groot aantal belangrijke functies uit. CSL112 is een mengsel van apoA-I en vetten die afkomstig zijn uit bloed van menselijke donoren, sojabonen en gal van koeien of schapen (gal is vloeistof uit de galblaas die een rol speelt bij de spijsvertering). CSL112 lijkt op HDL (lipoproteïnen met een hoge dichtheid), dat het ‘goede cholesterol’ wordt genoemd.

Studiemedicatie
In dit onderzoek wordt het geneesmiddel CSL112 in vergelijking met een placebo onderzocht. Doel van dit onderzoek is om te kijken hoe veilig CSL112 is en hoe de werkzaamheid is. Gedurende 4 weken wordt eenmaal per week het onderzoeksmedicijn CSL112 / placebo toegediend. Dit gaat via een infuus waardoor het geneesmiddel langzaam (in 2 uur) in het lichaam loopt. Het gehele onderzoek bestaat uit 4 toedieningen van het onderzoeksmedicijn CSL112 / placebo.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben een recentelijk een hartinfarct doorgemaakt.

Clear

Achtergrond
In eerder onderzoeken was het onderzoeksmiddel bempedoïne zuur, werkzaam bij het verlagen van het lagedichtheidslipoproteïne – cholesterol (LDL-C, oftewel het “slechte cholesterol) in het lichaam. Door het verlagen van de LDL-C gehaltes in het lichaam kan het risico op complicaties van hart- en vaatziekte, zoals een hartinfarct of een beroerte afnemen.

Studiemedicatie
In dit onderzoek wordt geneesmiddel bempedoïne zuur in vergelijking met een placebo onderzocht bij patiënten die statine-intolerant zijn (cholesterolmiddelen en een standaard dosering niet kunnen verdragen). Doel van dit onderzoek is om te evalueren of een langetermijnbehandeling het risico op ernstige cardiovasculaire gebeurtenissen kan verminderen bij patiënten met, of met een hoog risico op cardiovasculair overlijden, niet-fataal myocardinfarcht, niet-fatale beroerte, ziekenhuisopname voor coronaire revascularisatie.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek zijn statine intolerant (cholesterolmiddelen op een standaard dosering niet kunnen verdragen).

Vesalius

Achtergrond
Het geneesmiddel evolocumab, ontwikkelt door Amgen, is door instanties in verschillende landen goedgekeurd voor het verlagen van het LDL-C (slechte cholesterol) gehalte bij bepaalde patiënten, zolang het wordt gebruikt in combinatie met een dieet en statines (cholesterol verlager). In sommige landen/regio’s is evolocumab goedgekeurd voor het verlagen van het risico op een cardiovasculaire gebeurtenis bij patiënten met een vastgestelde hart- en vaatziekte, zoals patiënten die een hartaanval, beroerte of problemen met bloedvaten in hun armen en benen hebben gehad. 

Studiemedicatie
Evolocumab wordt vergeleken met een placebo. De placebo ziet er hetzelfde uit als evolocumab, maar bevat geen werkzame bestandsdelen.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben een verhoogd risico om een cardiale gebeurtenis (zoals een hartaanval of beroerte) mee te maken. Bij een hoog cholesterolgehalte, en dan vooral een hoog LDL-C (slechte cholesterol).

Horizon

Achtergrond
In het bloed zitten verschillende deeltjes, die het risico op het verharden van de vaatwand van de bloedvaten vergroten. Denk hierbij aan het “slechte” cholesterol, ook wel het LDL genoemd. Lipoproteine (a), ook wel LP(a) genoemd, is ook één van die deeltjes. Dit kan leiden tot aandoeningen als een hartinfarct, herseninfarct of perifeer vaatlijden (ook bekend als etalagebenen). Patiënten worden gevraagd voor dit onderzoek als ze in het verleden één van deze aandoeningen hebben gehad en aanleg hebben voor een verhoogde aanmaak van het stofje LP(a).

Studiemedicatie
In dit wereldwijde onderzoek wordt TQJ230 in vergelijking met placebo onderzocht bij patiënten die een hartinfarct, herseninfarct of perifeer vaatlijden hebben gehad. Het doel in dit onderzoek is het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en aanverwante complicaties te verkleinen bij hart- en vaatziekte patiënten met een verhoogd LP(a), in vergelijking met placebo.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben een hartinfarct, herseninfarct of perifeer vaatlijden doorgemaakt.

Pacific-AMI

Achtergrond
Het geneesmiddel BAY 2433334 wordt in de Pacific-AMI onderzocht. BAY 2433334 werkt door een stap van het bloedstollingsproces in ons lichaam te blokkeren en het bloed te verdunnen. Verdunning van het bloed kan voorkomen dat bloedstolsels ontstaan. Bloedstolsels kunnen leiden tot aandoeningen zoals een beroerte of hartaanval.

De standaardbehandeling na een hartinfarct is een behandeling gericht op het dubbel temmen van bloedplaatsjes. Het nieuwe medicijn BAY 2433334 wordt gegeven naast de geneesmiddelen van de standaardbehandeling. Het nieuwe middel BAY 2433334 is gericht op het blokkeren van het bloedstollingsproces. De verwachting is dat BAY 2433334 een voordeel biedt wanneer het gegeven wordt naast de standaardbehandeling en dat het niet zal leiden tot een toename in bloedingen. 

Studiemedicatie
In dit onderzoek wordt BAY 2433334 in vergelijking met placebo onderzocht. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om meer te weten te komen over een nieuw geneesmiddel met de naam BAY 2433334. Het doel van het onderzoek is om de beste dosis van het nieuwe geneesmiddel te vinden, om te kijken hoe goed BAY 2433334 werkt na een hartinfarct, en om te weten te komen of het nieuwe geneesmiddel veilig is en hoe het lichaam erdoor wordt beïnvloed. Ook wordt het onderzoek gedaan om te weten te komen hoe het geneesmiddel zich beweegt in het lichaam, door het lichaam en weer naar buiten.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben een hartinfarct.

Surpass CVOT

Achtergrond
Tirzepatide (GIP)is een onderzoeksgeneesmiddel dat een duale agonist wordt genoemd zorgt ervoor dat er meer insuline vrijkomt in het lichaam, waardoor de glucosewaarden in het lichaam dalen. Dit kan leiden tot aanzienlijk gewichtsverlies. Van Dulaglutide (GLP-1), is aangetoond dat ze het hart- en vaatstelsel kunnen beschermen en kunnen zorgen voor minder ongewenste cardiovasculaire problemen. Ook wordt de cardiovasculaire veiligheid en bescherming van Tirzepatide beoordeeld bij patiënten met diabetes type 2.

Studiemedicatie
Tijdens dit onderzoek wordt Tirzepatide vergeleken met het momenteel beschikbare geneesmiddel Dulaglutide. Er wordt onderzocht hoe goed Tirzepatide werkt in vergelijking met Dulaglutide voor het voorkomen van problemen met hart en de bloedvaten bij patiënten met diabetes type 2 en een hoger risico op cardiovasculaire voorvallen.

Deelname
Deelnemers aan dit onderzoek hebben hart en vaatziekte en diabetes type 2.

Dessolve-III (device studie)

Achtergrond
Een stent is een klein metalen buisje dat geplaatst wordt in de kransslagaders, de bloedvaten die het hart van bloed voorzien. Een stent wordt geplaatst bij patiënten bij wie één of meer van de kransslagaders zo ernstig vernauwd is, dat het hart niet voldoende zuurstofrijk bloed krijgt aangevoerd. Dit kan pijn op de borst klachten veroorzaken. Er zijn verschillende types en soorten stents.

Onderzoeksproduct
Dit onderzoek vergelijkt de werkzaamheid en prestaties van twee 'geregistreerde' stents met elkaar, de MiStent en de XIENCE. De XIENCE wordt in CWZ als standaard gebruikt. Beide stents zijn bedekt met een laagje waarin een geneesmiddel is verwerkt. Het verschil is dat bij de Mistent dit laagje wordt afgebroken en bij de XIENCE niet.

Deelname
Deelnemers aan het onderzoek moeten een dotterbehandeling ondergaan. De patiëntengroep wordt onderverdeeld in 2 groepen. De ene groep krijgt de Mistent en de andere groep de XIENCE. De deelnemer weet niet welke stent hij/zij gekregen heeft.

Do-it (device studie)

Bij bepaalde aandoeningen wordt geadviseerd een ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator) te plaatsen. Bij welke aandoeningen en bij welke patiënten wordt beslist door de cardioloog. Als er bij een patient een ICD geplaatst is, willen de onderzoekers graag inzicht in de medische gegevens, zodat zij kunnen onderzoeken waarom de ICD geplaatst is en of de patiënt er baat bij heeft. De medische gegevens worden na toestemming gecodeerd naar de onderzoekers gestuurd, waardoor de medische gegevens volledig anoniem zijn.

Dutch DrivR (device studie)

Achtergrond
2 maanden na de plaatsing van een ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator) of een CRT-D (ICD met pacemaker) mogen patiënten niet autorijden. Dit onderzoek wil kijken welke invloed dat heeft op patiënten en of patiënten met een ICD of CRT-D hun rijgedrag hebben aangepast. Heeft u een ICD of CRT-D geplaatst gekregen.

Deelname
Deelnemers hebben een ICD of CRT-D geplaatst gekregen. Over een periode van 1 jaar zal 3 keer een boekje met vragenlijsten toegestuurd worden.

Padit (device studie)

Achtergrond
Dit onderzoek wordt gehouden onder patiënten die ingepland zijn om een pacemaker of een ICD (interne defibrillator) geplaatst te krijgen. Om te voorkomen dat er een infectie optreedt na de plaatsing hiervan, krijgt iedere patiënt antibiotica via het infuus, vlak voordat de ingreep plaats vind. Uit eerder onderzoek is gebleken dat dit effectief is. In sommige ziekenhuizen wordt tijdens en na de operatie ook nog antibiotica gegeven. Het is niet zeker of dit de kans op een infectie kleiner maakt dan wanneer patiënten alleen vóór de ingreep antibiotica krijgen.

Studiemedicatie
In dit onderzoek wordt er in 2 periodes van 6 maanden een verschillende antibioticabehandeling gegeven. Afhankelijk van wanneer de ingreep gepland is, krijgt de deelnemer één van de twee volgende behandelingen:

  1. Voorafgaand aan de ingreep éénmalig antibiotica via het infuus
  2. Voorafgaand aan de ingreep éénmalig antibiotica via het infuus, tijdens de ingreep een spoeling van de holte waarin de pacemaker of ICD geplaatst wordt en ná de ingreep gedurende 2 dagen antibiotica in tabletten

Beide behandelingen zijn goedgekeurd in Nederland om infecties te voorkomen bij de plaatsing van een pacemaker of ICD.