Voeding bij diabetes

Voeding

Als u diabetes heeft is het belangrijk om extra te letten op de koolhydraten in de voeding omdat deze een verhoging van uw bloedglucose (bloedsuiker) geven. Daarnaast is het belangrijk om op de hoeveelheid en soort vet te letten. Vet bevat veel energie en kan invloed hebben op hart- en vaatziekten.

Is er sprake van overgewicht dan is het belangrijk om af te vallen. Bij een te hoog lichaamsgewicht wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline waardoor er steeds meer insuline nodig is. Om tot gewichtsverlies te komen is het advies om anders te gaan eten en het gebruik van producten die veel energie leveren (zoals zoete en hartige snacks, vette voedingsmiddelen, suiker, suikerbevattende frisdranken en alcoholische dranken) te verminderen.
De hoeveelheid energie wordt aangeduid in kilocalorieën (kcal).

Naast het veranderen van het eetpatroon is voldoende lichaamsbeweging aan te raden. Meer beweging zorgt voor betere bloedglucoses en maakt het makkelijker om af te vallen.

Een goede voeding is niet eenzijdig, maar gevarieerd. Deze voeding kunt u lange tijd volhouden. Op die manier is het makkelijker om gewend te raken aan een ander eetpatroon.

Aandachtspunten in de voeding

Koolhydraten
Koolhydraten is de verzamelnaam voor suiker, melksuiker, vruchtensuiker en zetmeel.
Koolhydraten komen onder andere voor in fruit en vruchtensappen, melk en melkproducten, brood, aardappelen, rijst , pasta, groenten en peulvruchten. Maar ook in voedingsmiddelen waaraan suiker of honing is toegevoegd zoals snoep, koek en gebak.
Koolhydraten zorgen voor een stijging van de bloedglucose. Daarom is het belangrijk niet teveel koolhydraten ineens te nemen en geen soort die een snelle stijging van de bloedglucose geeft. Met de diëtist bekijkt u samen naar de hoeveelheid, de soort en de verdeling van de koolhydraten.

Snelle suikers
Suiker is een koolhydraat dat een snelle stijging geeft van de bloedglucose. Die snelle stijging gebeurt ook bij het drinken van dranken zoals suikerbevattende frisdrank, vruchtensappen en vruchtendrank/tweedrank. Het is beter te kiezen voor dranken zonder suikers. Eventueel kunt u kiezen voor een drank die gezoet is met zoetstof. Let op termen die misleidend kunnen zijn, zoals ‘zonder toegevoegd suiker’. De van nature aanwezige suikers (zoals vruchtensuiker) zitten dan wel in het product en kunnen alsnog een snelle stijging van de bloedglucose geven.

Voedingsvezel
Gebruik bij voorkeur producten met veel voedingsvezel. Voedingsvezels zijn de onverteerbare deeltjes in de voeding die nodig zijn voor een goede darmwerking. Bij een vezelrijke voeding stijgt het bloedglucosegehalte minder snel. Rijk aan voedingsvezel zijn bijvoorbeeld volkorenproducten, groente, peulvruchten, fruit, noten, zaden en pitten.

Vetten
In de voeding bij diabetes speelt de hoeveelheid vet een belangrijke rol in verband met gewichtstoename. Bij diabetes is er een groter risico op een te hoog cholesterolgehalte in het bloed, waardoor de keuze voor onverzadigd vet in de voeding de voorkeur heeft.
Verzadigd vet komt voor in voedingsmiddelen van dierlijke herkomst, zoals vlees, melk en kaas. Maar ook in sommige plantaardige voedingsmiddelen zoals kokos en cacao.
Kies bij voorkeur de magere vleessoorten, magere of halfvolle melkproducten en minder vette kaas.
Onverzadigd vet komt voor in olie, dieethalvarine en dieetmargarine, vette vis en noten.

Broodmaaltijden

Brood
Brood bevat koolhydraten. Volkorenbrood en bruine broodsoorten hebben de voorkeur, omdat ze rijker zijn aan voedingsvezels.
Een gemiddelde snee bruinbrood weegt 35 gram en levert ongeveer 16 gram koolhydraten
Onderstaande producten bevatten ook ongeveer 16 gram koolhydraten (in de aangegeven portiegrootte):

  • 2 (volkoren) beschuiten
  • 2 sneetjes (bruin) knäckebröd
  • 2 sneden koolhydraatarm brood
  • 3 stukjes stokbrood
  • 1 snee donker roggebrood
  • 1½ snee licht roggebrood
  • ½ krentenbol of ½ broodje
  • 1 snee krenten- of rozijnenbrood
  • 1 schaaltje yoghurt of kwark naturel (150 ml) met 1 eetlepel muesli
  • 1 schaaltje pap van melk (150 ml) zonder suiker

Beleg

Halvarine, margarine, roomboter
Halvarine, margarine en roomboter bevatten geen koolhydraten, maar wel (verzadigd) vet. Besmeer het brood bij voorkeur met dieethalvarine of een halvarine-product als u wilt afvallen.

Kaas
Kaas bevat geen koolhydraten, maar wel veel (verzadigd) vet. Maak als u wilt afvallen bij voorkeur gebruik van de minder vette soorten, zoals 30+ kaas, magere smeerkaas, hüttenkäse, zuivelspread.

Vleeswaren
De meeste soorten vleeswaren bevatten geen koolhydraten. De magere soorten hebben de voorkeur zoals rookvlees, achterham, casselerrib, filet américain, fricandeau, kalkoenham, kipfilet, kiprollade, rosbief, schouderham.

Ei
In eieren zitten geen koolhydraten, waardoor dit een goed alternatief is voor kaas en/of vleeswaren.

Zoet beleg
Zoet beleg bevat koolhydraten die snel in uw bloed worden opgenomen. Zoet beleg voor 1 snee brood levert ongeveer 10 tot 12 gram koolhydraten.
Zoet beleg is jam, (appel)stroop, honing, marmelade, vruchtenhagelslag, chocoladepasta, -hagelslag of -vlokken en gezoete notenpasta’s. Het is beter hier weinig gebruik van te maken. Een portie halvajam bevat 5 gram koolhydraten, dat is een betere keuze. Ook fruit op brood is een gezonde keuze, bijvoorbeeld plakjes banaan, aardbei of appel.

Overig beleg
Sandwichspread, komkommersalade, selderijsalade, humus, pindakaas en ongezoete notenspread, vis, avocado en groentespreads  bevatten weinig koolhydraten en zijn een goede keuze voor op brood.

Melk en melkproducten
Melk en melkproducten bevatten koolhydraten. 1 Glas melk van 150 ml levert 7 gram koolhydraten.
Onderstaande producten bevatten ook ongeveer 7 gram koolhydraten (in de aangegeven portiegrootte):

  • 1 glas karnemelk of kefir (150 ml)
  • 1 schaaltje yoghurt of kwark of Griekse yoghurt naturel (150 ml)
  • 1 schaal sojayoghurt (300 ml)

Naar boven

Warme maaltijden

Soep
Bouillon en heldere soep met groente, vlees of kip bevatten nauwelijks koolhydraten. Dit heeft geen effect op de bloedglucose.
Is de soep gebonden met bloem, rijst, macaroni of bereid met veel vermicelli dan levert de soep 8 gram koolhydraten. Als u dit wilt compenseren kunt u bijvoorbeeld 1 aardappel (of aardappelvervanging) minder nemen.
Een maaltijdsoep op basis van peulvruchten (zoals erwten-, bonen- of linzensoep) bevat ongeveer 23 gram koolhydraten per 250 ml. Dit vervangt een maaltijd van 2 aardappelen, een portie groenten en een stuk vlees. 

Vlees of vleesvervanging
Vlees, kip, ander gevogelte, wild of vis bevatten geen koolhydraten. Toch is het belangrijk te letten op de keuze van het vlees of vleesvervanging in verband met de hoeveelheid vet.
Maak bij voorkeur gebruik van de magere rund-, varkens- of kalfssoorten als biefstuk, runderpoulet, rosbief, magere runderlappen, tartaar, rundergehakt, fricandeau, haas-/ribkarbonade, varkensfilet, varkenshaasje, magere varkenslap en ongepaneerde schnitzel.
Gepaneerd vlees of vis bevatten wel koolhydraten.
Als alternatief voor vlees kunt u gebruik maken van gevogelte zoals kipfilet, kalkoenrollade, kalkoenfilet, wild of vis als kabeljauw, schelvis, schol, tong, wijting, forel en zalm.

Maakt u gebruik van vegetarische vleesvervangingen wees dan alert dat sommige soorten koolhydraten bevatten. Er zitten grote verschillen in de koolhydraatgehaltes van vleesvervangers.

Let op: kijk goed op het etiket naar de hoeveelheid koolhydraten. 

Jus of saus
Vlees of vleesvervanging bij voorkeur bereiden in bak-en-braadvet rijk aan onverzadigde vetzuren of vloeibare dieetmargarine of in olie.

Groente
Groenten zijn een belangrijke bron van voedingsvezels, vitamines en mineralen. Ze leveren weinig koolhydraten. 1 Grote lepel groente levert ongeveer 2 gram koolhydraten.
Rauwkost als tomaat, komkommer, sla, geraspte wortel en dergelijke kunt u extra gebruiken. 
Tip: Eet rauwkost niet alleen bij de warme maaltijd, maar ook op of naast het brood en als tussendoortje.

Aardappelen en vervanging 
Aardappelen en vervangers hiervan, zoals rijst en deegwaren, zijn de belangrijkste koolhydraatleveranciers van de warme maaltijd.
2 Kleine aardappelen (100 gram) leveren ongeveer 16 gram koolhydraten.
Onderstaande producten bevatten ook ongeveer 16 gram koolhydraten (in de aangegeven portiegrootte):

  • 3 opscheplepels aardappelpuree (100 gram)
  • 2 opscheplepels gekookte deegwaren zoals volkoren macaroni en spaghetti (=100 gram)
  • 2 opscheplepels gekookte peulvruchten zoals bruine bonen, witte bonen, kapucijners, linzen (= 100 gram)
  • 1 grote opscheplepel gekookte zilvervliesrijst (= 55 gram)
  • 1 grote opscheplepel patates frites (= 50 gram)
  • 2 aardappelkroketjes (= 60 gram)
  • 1 snee bruinbrood
  • 3 stukjes stokbrood of ciabatta (30 gram)

Naar boven

Nagerechten

1 Schaaltje yoghurt of kwark naturel (150 ml) met een stuk fruit van 15 gram koolhydraten (zie fruit) levert ongeveer 22 gram koolhydraten.
Onderstaande producten bevatten ook ongeveer 22 gram koolhydraten (in de aangegeven portiegrootte):

  • 1 schaaltje yoghurt (150 ml) met 2 eetlepels muesli
  • 1 schaaltje vruchtenyoghurt of vla (150 ml)
  • 1 schaaltje pap met suiker (150 ml)
  • 2 bolletjes consumptie- of roomijs (1 bolletje à 50 gram)
  • 3 bolletjes yoghurtijs ( 1 bolletje à 50 gram)
  • ½ schaaltje geweekte en/of gekookte tutti frutti of pruimen
  • 1 schaaltje appelmoes of compote (150 ml) 

Naar boven

Fruit

Alle fruitsoorten leveren koolhydraten door de aanwezigheid van vruchtensuiker. Niet alle soorten fruit bevat evenveel koolhydraten.

Fruit met ongeveer 7 gram koolhydraten:

Fruit Hoeveelheid koolhydraten
Aardbeien schaaltje 150 gram
Bramen schaaltje 100 gram
Frambozen schaaltje 100 gram
Rode bessen of aalbessen schaaltje 100 gram
Mandarijn 1 stuks
Nectarine of perzik 1 stuks
Pruim 2 stuks
Rode bessen schaaltje 100 gram
1 schijf netmeloen of suikermeloen 100 gram

Een stuk fruit dat circa 15 gram koolhydraten bevat kan bestaan uit:

Fruit Hoeveelheid koolhydraten
Abrikozen 7 stuks
Ananas, vers 1 schijf van 125 gram
Appel een kleine van 125 gram
Banaan Een hele kleine van 60 gram
Dadels, geconfijt 4 stuks
Druiven 10 stuks, 100 gram
Grapefruit 1,5 stuk
Kersen Schaaltje 125 gram
Krenten of rozijnen 20 gram = 2 eetlepels
Mango ½ van 120 gram
Peer 1 stuk van 150 gram
Sinaasappel 1 grote van 180 gram
Vijg vers of gedroogd 1½ stuk
Watermeloen dunne schijf 200 gram

Naar boven

Tussendoortjes zonder koolhydraten

Neemt u als tussendoortje iets zonder koolhydraten dan heeft dit geen invloed op de bloedglucosespiegel. Tussendoortjes kunnen wel veel energie leveren doordat ze vetten en/of eiwitten bevatten.

  • Rauwkost
  • Ongezouten noten
  • Olijven, snoeptomaatje, paprikareepjes, radijsje, stukje komkommer
  • Komkommer of tomaatjes dippen in de roomkaas/kruidenkaas
  • Gekookt ei
  • Kipfilet met pesto en rucola
  • Opgerolde kaas of ham met monchou en groente, zoals augurk, asperges of selderij
  • Stukje kaas
  • Rolletje van ham met roomkaas of kruidenkaas en augurk, fijn gesnipperd uitje/ bosui, bieslook, geraspte kaas en basilicum
  • Gehaktballetje
  • Cocktailworstje, knakworstje of bifi worstje
  • Suikervrije kauwgum

Naar boven

Dranken

Een aantal dranken bevat geen koolhydraten. Dit zijn thee en koffie zonder suiker, water uit de kraan, bron- en mineraalwater (eventueel met een smaakje), light frisdranken, bouillon of ongebonden soep. Deze dranken kunt u vrij gebruiken.
Per dag kunt u een glas tomatensap of groentesap drinken zonder er iets anders voor weg te laten. Meerdere glazen hebben wel invloed op de bloedglucose.

Let op: Fruitdranken en sap soorten waar op de verpakking de term "light" staat of ‘zonder toegevoegd suiker’, leveren minder koolhydraten dan de gewone varianten. Maar ze bevatten nog steeds vruchtensuikers en hebben dus wél invloed op uw bloedglucose. Zie voor meer informatie het kopje zoetstoffen.

Naar boven

Alcohol

Het advies is om geen alcohol te drinken, of in ieder geval niet meer dan 1 glas per dag. Dit advies is hetzelfde voor mannen en vrouwen.
Let op: alcohol kan uw bloedglucose verlagen. U kunt dan bijvoorbeeld in de nacht ongemerkt een hypo (= een te lage bloedglucose) krijgen. Ook is het mogelijk dat alcohol in verband met uw medicijngebruik niet is toegestaan. Overleg hierover met uw arts.

Naar boven

Zoetstoffen

Zoetstoffen zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze zoeter te maken. Zoetstoffen kunnen onderverdeeld worden in twee soorten:

  • Intensieve zoetstoffen zijn 50 tot 3000 keer zoeter dan suiker en leveren nauwelijks of geen calorieën. Producten met intensieve zoetstoffen kunnen in normale hoeveelheden gegeten worden en zijn niet slecht voor uw gezondheid. Intensieve zoetstoffen zitten voornamelijk in light dranken en zoetjes. De meest bekende intensieve zoetstoffen zijn: aspartaam, sacharine, cyclamaat en stevia. 
  • Polyolen zijn half zo zoet tot even zoet als suiker en bevatten half zoveel calorieën als suiker. Polyolen worden meegerekend bij de koolhydraten maar de opname in de dunne darm is gering, waardoor ze de bloedglucose nauwelijks verhogen.
    Wees voorzichtig met producten die polyolen bevatten, omdat ze calorieën leveren en laxerend kunnen werken. Polyolen zijn te herkennen aan de naam: deze eindigt altijd op ‘ol’ (bijvoorbeeld sorbitol). Polyolen zitten voornamelijk in suikervrij snoep, koek, gebak en jam.

Light betekent dat een product tenminste 30% minder calorieën, vet of suiker bevat dan een soortgelijk product. Alleen light/zero frisdranken en suikervrije (limonade)siropen bevatten niet of nauwelijks koolhydraten. Alle andere lightproducten kunnen nog wel koolhydraten bevatten. Een voorbeeld hiervan is light vruchtensap. Light vruchtensap bevat altijd koolhydraten, omdat het product van nature uit fruit bestaat en dus vruchtensuikers bevat. Voor meer informatie kunt u het etiket lezen.

 

Praktische tips

  • Breng variatie aan in uw maaltijden. Vervang een voedingsmiddel met koolhydraten door  een ander gerecht of voedingsmiddel dat ongeveer evenveel koolhydraten levert. Ga naar de tabel met voorbeelden.
  • Daarbij is ook rekening gehouden met de hoeveelheid vet die het voedingsmiddel bevat.

Naar boven

Etiketten lezen

Op het etiket van een verpakt product is veel informatie te vinden. Fabrikanten zijn bijvoorbeeld verplicht om de ingrediënten waaruit een product bestaat te vermelden. Ook de voedingswaarde is op het etiket te vinden:

  • De voedingswaarde geeft aan hoeveel energie (kcal), vetten, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout het product bevat.
  • De voedingswaarde staat aangegeven per 100 gram of 100 ml. Daarnaast kan de fabrikant kan het ook per portie aangeven.
  • Kijk goed naar de totale hoeveelheid koolhydraten die het product per portie bevat. Kijk dus niet alleen naar de hoeveelheid suikers, omdat alle koolhydraten een stijging van de bloedglucose geven.
  • Uitzondering hierop zijn de polyolen. Zie hiervoor ook het kopje ‘zoetstoffen’. Deze worden wel meegerekend als koolhydraten, maar ze hebben geen invloed op de bloedglucosespiegel.

Naar boven

U kunt deze behandeling krijgen bij de volgende aandoeningen. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met de volgende poliklinieken of teams. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met deze specialismen. Dit hangt af van uw situatie.