Urinestoma of neoblaas

Wanneer een urinestoma of neoblaas?

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom urine niet via de ‘normale’ weg het lichaam kan verlaten. Bijvoorbeeld bij een ziekte, erfelijke afwijking of ongeval. Dan kan het nodig zijn om een stoma of neoblaas aan te leggen. Mogelijke oorzaken van een stoma:

Hoe wordt een urinestoma aangelegd?

Bij de Brickerstoma wordt een deel van de dunne darm gebruikt om een directe afvoer van de urine te maken. Hiervoor gebruikt de uroloog een stukje dunne darm van ongeveer 15 centimeter van het laatste deel van de dunne darm. De darm houdt zijn peristaltiek. Het stukje darm wordt aan een zijde metde twee urineleiders verbonden. Het andere uiteinde wordt in de buikwand gehecht en met omgevouwen randje in de huid vastgezet. Dit vormt dus de stoma. Deze operatie wordt in Radboud UMCN uitgevoerd door uw eigen uroloog in samenwerking met een uroloog uit het Radboud.

Hoe wordt een neoblaas aangelegd?

Bij een neoblaas wordt de hele blaas weggehaald. Bij mannen wordt vaak ook de prostaat verwijderd. Bij vrouwen soms de eierstokken, eileiders en ook de baarmoeder. Uit een stukje dunne darm van 40 tot 60 centimeter wordt een nieuwe blaas gevormd. De blaas wordt aangesloten op de plasbuis zodat de urine via de normale weg het lichaam kan verlaten.

Stoma verzorgen

De stomaverpleegkundige en afdelingsverpleegkundige helpen u bij het wennen aan de stoma. Ze laten zien hoe u de stoma kunt verzorgen. U begint daar meteen mee. Wanneer u wordt ontslagen uit het ziekenhuis, bent u als het goed is in staat om uw stoma zelf te verzorgen. Kunt u het niet zelf, dan zal de (stoma)verpleegkundige ervoor zorgen dat dit thuis goed wordt geregeld. Voordat u naar huis gaat, controleert de stomaverpleegkundige uw stoma en informeert of er nog vragen of onduidelijkheden zijn. De stomaverpleegkundige zal u uitleggen waar u terecht kunt bij problemen en mogelijke complicaties met uw stoma. Ook regelt de stomaverpleegkundige de stomamaterialen die u thuis gaat gebruiken. Het is aan te raden om tijdens uw ziekenhuisopname tenminste eenmaal uw partner/naaste mee te laten kijken met de stomazorg. Dit helpt voor het leren omgaan met de stoma en vermindert de eventuele onzekerheid.

Vervolgcontroles

De (stoma)verpleegkundige belt u binnen enkele dagen na het ontslag op om te vragen hoe het gaat. U kunt in dit gesprek uw vragen stellen. Er wordt een afspraak gemaakt voor de eerste nacontrole op de polikliniek. In overleg met u maakt de stomaverpleegkundige afspraken over de vervolgcontroles. Het eerste jaar zijn er altijd na-controles. Tijdens deze na-controles kunt u de stomaverpleegkundige vragen stellen over:

  • De verzorging van uw stoma; het onderhouden en schoonhouden van de huid.
  • Problemen of complicaties die u ervaart.
  • Of u in de thuissituatie ondersteuning nodig heeft.
  • Het gebruik van het stomamateriaal en aanpassing van het materiaal.
  • Voeding, bijvoorbeeld over het voorkomen van uitdroging en zouttekort.
  • Sporten, relaties, seksualiteit, werk, hobby’s, reizen.

U kunt deze behandeling krijgen bij de volgende aandoeningen. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met de volgende poliklinieken of teams. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met deze specialismen. Dit hangt af van uw situatie.