Hormoontherapie borstkanker

Wat is hormoontherapie bij borstkanker?

Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf maakt. Een belangrijke groep hormonen zijn de geslachtshormonen. Borstklierweefsel kan niet groeien en functioneren zonder de vrouwelijke geslachtshormonen. Ook borstkankercellen groeien vaak (deels) door die geslachtshormonen. Als dat zo is, wordt de tumor 'hormoongevoelig' genoemd.

Hormoontherapie maakt gebruik van die gevoeligheid. Door medicijnen wordt de productie van 'eigen' hormonen beperkt of hun invloed wordt verminderd. Daarom noemen we deze behandeling liever anti-hormoon therapie. In een vroeg stadium van borstkanker kan anti-hormoontherapie de overlevingskans vergroten. Bij uitzaaiingen kunnen de groei en de verspreiding van de kankercellen (tijdelijk) worden geremd. 

Wanneer krijgt u anti-hormoontherapie bij borstkanker?

Of u voor anti-hormonale therapie in aanmerking komt, hangt in de eerste plaats af van de vraag of de tumor gevoelig is voor hormonen. Dit wordt in het laboratorium uitgezocht. Als de tumor gevoelig is voor hormonen, is de kans dat de tumor gunstig reageert op de medicijnen tussen de 50 en 70 procent. Als de tumor niet gevoelig is voor hormonen is er geen reden voor anti-hormoon therapie.

Anti-hormonale therapie wordt onder andere gegeven aan patiënten met hormoongevoelige borstkanker. Welke therapie het meest geschikt is, hangt onder meer af van uw leeftijd, kinderwens, of u voor of na de overgang bent, het stadium van de ziekte en van uw eigen overwegingen. 

Hoe gebeurt anti-hormoontherapie bij borstkanker?

Anti-hormoontherapie kan op een aantal manieren worden toegepast. Veel vrouwen met borstkanker worden behandeld met preparaten tegen vrouwelijk hormoon. Deze medicijnen remmen de aanmaak of werking van bepaalde 'eigen' hormonen, oestrogenen of progesteron. Hierdoor wordt de woekering van de kankercellen geremd en sterven de hormoongevoelige kankercellen uiteindelijk af.

Vrouwen maken na de overgang, als de eierstokken geen oestrogenen meer produceren, toch nog oestrogenen aan. Deze aanmaak vindt in het onderhuids vetweefsel plaats uit weer andere hormonen, die in de bijnieren zijn gemaakt. Deze vrouwen krijgen meestal aromataseremmers voorgeschreven, als anti-hormonale therapie.

Bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, kan de behandeling bestaan uit het tijdelijk of blijvend uitschakelen van de hormoonproductie van de eierstokken. Dit gebeurt met injecties met langwerkende hormonen tegen de aanmaak van vrouwelijk hormoon. De injecties worden gegeven in combinatie met antihormonen.

Na het stoppen van de behandeling keert bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, de menstruatie weer terug. Soms kan bij te veel klachten op de injecties en bij uitgesproken wens van de patiënt, overwogen worden de eierstokfunctie definitief uit te schakelen door de eierstokken operatief te verwijderen. 

Waar gebeurt anti-hormoontherapie bij borstkanker?

Anti-hormoontherapie bij borstkanker gebeurt op de mammapoli en op de polikliniek oncologie.

De injectietherapie kan bij de huisarts plaatsvinden op aangeven van het team in het CWZ. Deze injecties kunnen maandelijks of driemaandelijks plaatsvinden.

De totale duur van de anti-hormoonbehandeling varieert van 5-10 jaar. Dit hangt af van het stadium van de ziekte en van de wijze waarop de behandeling beter of minder goed wordt verdragen.

Meer over hormoontherapie bij borstkanker

Ga naar de pagina over borstkanker.

De belangrijkste bijwerkingen van anti-hormoonbehandeling zijn overgangsklachten. Hoewel iemand al geruime tijd in de overgang kan zijn, kunnen deze klachten toch op de voorgrond treden. Het gaat met name om opvliegers, gewrichtsklachten, vaginale droogte, blaasinfecties, beperkt haarverlies, beperkte baardgroei, gewichtstoename, stemmingsveranderingen.

Bij klachten van bijwerkingen is het van belang uw behandelend team op de hoogte te stellen. Vaak is het mogelijk de klachten te verlichten met bijkomende medicatie of tips. Belangrijk is de lange duur van de behandeling. Zo kan het voorkomen dat uw team voorstelt de behandeling een of enkele weken te onderbreken om uw lichaam de kans te bieden tot rust te komen. Als de behandeling daarna hervat wordt heeft dat uiteindelijk geen negatief effect.

Bij de behandeling met aromatase remmers kan een zeldzame situaties botontkalking optreden. Om die reden verrichten we 1-2 jaarlijks botdichtheid metingen. We stellen altijd extra calcium en vitamine D voor ter preventie van botontkalking. De beste preventie is beweging.

De behandeling met tamoxifen kan in zeldzame situaties aanleiding geven tot vaginale bloeding. Dit kan dan weer in zeer zeldzame situatie het gevolg zijn van beginnend baarmoederkanker. Als een vaginale bloeding optreedt dient u dit meteen te melden, dan wordt een verwijzing naar de gynaecoloog geregeld.

Als u neiging heeft tot trombosevorming kan dat een reden zijn om de voorkeur te geven aan aromataseremmers.

U kunt deze behandeling krijgen bij de volgende aandoeningen. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met de volgende poliklinieken of teams. Dit hangt af van uw situatie.

U kunt bij deze behandeling te maken krijgen met deze specialismen. Dit hangt af van uw situatie.