Bloedonderzoek / bloedprikken

Prikposten / locaties bloedprikken

De openingstijden en adressen van prikposten vindt u op de website van INR Trombosedienst. Naar de prikposten >

Wat is een bloedonderzoek?

Voor een bloedonderzoek prikt een arts of verpleegkundige wat bloed bij u. Het bloed wordt naar het laboratorium gebracht en daar onderzocht.

Wanneer krijgt u een bloedonderzoek?

In het bloed kunnen artsen veel dingen meten. Bijvoorbeeld de bloedgroep, de bloedsuikerspiegel, cholesterolgehalte of de ijzerconcentratie. Bloedonderzoek kan worden ingezet voor het aantonen van bijvoorbeeld bloedarmoede, een infectie of het vervolgen van een orgaan specifieke ziekte. Soms kan het nodig zijn dat u bij uzelf een beetje bloed afneemt. Mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) leren hoe ze thuis zelf met een druppel bloed uit een vingerprik hun bloedsuikerspiegel kunnen bepalen.

Waar gebeurt een bloedonderzoek?

U kunt bloed laten prikken bij de bloedafname in het ziekenhuis of bij de prikposten in de regio. Het bloed wordt onderzocht in het laboratorium.

Nuchter zijn

Voor sommige bloedonderzoeken moet u nuchter zijn. U mag dan 's ochtends niet eten of drinken. Op het formulier dat u van uw arts meekrijgt, staat of u nuchter moet zijn.

Meer informatie over bloedafname / bloedprikken

Hoe verloopt een bloedonderzoek?

Uw behandelend arts kan het nodig vinden dat er onderzoek wordt verricht naar een bepaald bestanddeel in uw bloed. Hij vraagt dan een laboratoriumonderzoek aan via een formulier. Op dit formulier is aangekruist welk onderzoek moet gebeuren. Na afname van het bloed wordt het bloed naar het laboratorium gebracht. Daar onderzoeken de analisten alleen datgene waar uw arts om vraagt. Het kan ook zijn dat uw arts uw urine of ontlasting wil laten onderzoeken. Dat gebeurt ook in het laboratorium.

Bekijk hier de prikposten op de website van INR Trombosedienst.

Let op: op feestdagen zijn de CWZ prikposten gesloten. 

Welke voorbereidingen moet ik doen?

  • Instructies opvolgen 

Voor een goede interpretatie van de uitslag van het laboratorium is het van belang dat u de instructies van uw huisarts goed opvolgt. Zo kan uw arts u vooraf vragen om uw bloed nuchter te laten afnemen. Ook zal de huisarts u instrueren voor de afname van een 24-uurs urine.

  • Nuchter zijn

Om sommige bestanddelen van het bloed goed te kunnen testen, moet u nuchter zijn op het moment van de bloedafname. Uw (huis)arts vertelt u dit, als dit nodig is. 'Nuchter zijn' betekent dat u vanaf 24.00 uur, de avond voor het prikken, niets meer mag eten en drinken. Een klein beetje water mag wel.  U mag uw medicijnen wel gewoon innemen. Maar geen koffie, thee, melk, droog stukje brood, koekje, of beschuitje.

De bloedafname in het ziekenhuis en de meeste van onze prikposten zijn vanaf ’s morgens vroeg geopend. U hoeft dus niet zo lang nuchter te zijn. Houdt u er wel rekening mee dat het tussen 8.00 en 10.00 uur druk kan zijn.

Waar en wanneer kan ik bloed laten prikken?

U kunt bloed laten afnemen bij:

  • de afdeling bloedafname (B82) in het ziekenhuis U hoeft hiervoor geen afspraak te maken. De afdeling bloedafname is elke werkdag geopend van 8.00 tot 17.00 en op zaterdag van 11.00 tot 11.30. Houdt u er wel rekening mee dat het tussen 8.00 en 10.00 uur druk kan zijn.
  • tientallen prikposten dichter bij u in de buurt. Op de pagina prikposten van de INR Trombosedienst vindt u de adressen en openingstijden van alle prikposten.

Wat kan ik verwachten als ik naar een locatie ga voor bloedafname?

  • Registratie van gegevens
    Een medewerker van de bloedafname neemt het aanvraagformulier in ontvangst en vraagt aan u of de naam op het formulier juist is. Het aangevraagde onderzoek wordt direct ingevoerd in de computer en gekoppeld aan uw persoonsgegevens die op het aanvraagformulier staan. Vervolgens worden er etiketten gemaakt met uw naam en geboortedatum. Die worden straks op de buisjes met bloed of op het potje met urine of ontlasting geplakt. U kunt weer plaatsnemen in de wachtkamer totdat u opgeroepen wordt voor de bloedafname.
  • Afname van bloed
    Een informatiebord geeft aan wanneer en naar welke afnameruimtes u mag  gaan voor de bloedafname. In deze ruimte wordt weer uw naam en geboortedatum gevraagd ter controle van uw persoonsgegevens. Daarna wordt er bloed afgenomen. Dit gebeurt meestal uit uw arm. De etiketten met uw persoonsgegevens plakt de medewerker op de verschillende buisjes.

Hoe verloopt de afname van urine of ontlasting?

  • Potje
    Voor de afname van urine en ontlasting kan uw huisarts u een potje geven. Deze levert u gevuld weer in bij uw huisarts, bij de afdeling bloedafname van het ziekenhuis of bij een van de prikposten. Uw huisarts kan u ook alleen het aanvraagformulier meegeven. Dan vult u het potje bij de afdeling bloedafname in het ziekenhuis en levert het direct in.
  • De 24-uurs urine
    oor sommige bestanddelen in uw urine is het van belang om gedurende een hele dag uw urine op te vangen. Dit wordt een 24-uurs urine genoemd. Instructies hierover vindt u in de folder '24-uur urine'.

Welk laboratoriumonderzoek is nodig en wanneer krijg ik de uitslag?

  • Veel verschillende onderzoeken
    Uw bloed, urine of ontlasting wordt in het laboratorium onderzocht. Er zijn heel veel verschillende onderzoeken mogelijk. Uw arts beslist, eventueel na overleg met het hoofd van het laboratorium, welk onderzoek nodig is.
  • De uitslag
    e uitslag van het onderzoek heeft meestal alleen betekenis in combinatie met de bevindingen van ander onderzoek. Al die gegevens zijn bekend bij uw arts. Hij is degene die conclusies kan trekken voor de diagnose of behandeling. Daarom geven wij onze uitslagen alleen door aan uw behandelend arts. U hebt met hem afgesproken wanneer u de uitslag hoort.

Hoe kan ik mijn kind voorbereiden en helpen bij bloedprikken?

  • Speciale kinderkamer
    Voor u en uw kind is een bloedafname extra spannend. Bij de afdeling bloedafname in het ziekenhuis hebben wij hiervoor een speciale kinderkamer ingericht. Bij uw kind nemen wij bloed af uit de arm, de vingers of het hieltje. Eventueel kan de huid op die plaats van tevoren worden verdoofd met pijnstillende zalf. Deze zalf is beschikbaar op de afdeling bloedafname in het ziekenhuis. De zalf moet een half uur intrekken voorafgaand aan de bloedafname.
  • Vooraf
    U kunt helpen de bloedafname makkelijker te laten verlopen door uw kind te vertellen wat er gaat gebeuren. Deze fotoreportage over bloedafname bij een kind kan daarbij helpen. Uw kind is minder angstig als u eerlijk vertelt dat een prik pijn kan doen. Zeg ook dat de pijn weer snel over is. Daarnaast voelt uw kind minder pijn als hij/zij ontspannen is. Wees daarom zelf kalm.
  • Tijdens het bloedprikken
    Meestal kan het kind tijdens de bloedafname bij u op schoot zitten. Een speen, een knuffel, een verhaaltje of een raadseltje kunnen hierbij helpen.
  • Na afloop
    Praat met uw kind nog even na over de bloedafname. Hoe ging het? Deed het veel pijn? Hielp de zalf? Zo helpt u uw kind het beste om deze ervaring te verwerken.