Patiëntverhaal over acute astma

Zo ben je een computerspelletje aan het spelen en zó lig je op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis. Het gebeurde de 13-jarige Job van den Burg een paar weken na de zomervakantie. Job had een zware astma-aanval. Opname op de kinderafdeling was een must. Job vertelt over zijn belevenissen.

Misselijk

‘Ik voelde me ’s nachts al benauwd. Omdat ik niet kon slapen, mocht ik van papa naar beneden om een spel op de Play Station te spelen. In de ochtend viel ik pas in slaap. Toen ik wakker werd, was ik misselijk. Ik moest steeds overgeven en slapen, omdat ik zo moe was. Mijn vader vertrouwde het niet en nam mij mee naar de huisarts. Ik kon nauwelijks op mijn benen staan. De huisarts zei dat ik naar de spoedeisende hulp moest. Eigenlijk was ik te moe om bang te zijn.’

Aardig

‘Al snel bleek dat ik een zware astma-aanval had. Ik had meer lucht nodig. Daarom werd ik verneveld met medicijnen. Daarna ging ik naar de kinderafdeling. Vijf dagen moest ik blijven. Als ik kon slapen zonder zuurstofslangetje in mijn neus mocht ik naar huis. Ook moest het zuurstofgehalte in mijn bloed goed zijn. De mensen die er werken, zijn aardig. Mijn moeder en vader zijn veel bij me geweest en familie kwam langs. Vaak bleef mama slapen. Maar de tijd ging erg sloom. Het ergste vond ik dat ik niet kon lopen omdat ik zwak was en een infuus had. Toen het lopen weer lukte, was ik heel erg blij.’

'Ik was te moe om bang te zijn.' 
Job van den Burg, kinderastma patiënt

Onze kat Tony

Ik kreeg medicijnen mee en moest nog een week thuis blijven. Eén keer in de 6 weken heb ik nacontrole. In het ziekenhuis kijken ze dan naar mijn longen. Het ziet er nu best goed uit. Het maakt weinig verschil meer met of zonder pufjes. Dat is een goed teken. Ik kreeg ook nog een allergietest. Dat is een bloedtest waarmee ze kunnen meten waar je gevoelig voor bent. Ik ben allergisch voor huisstofmijt. Gelukkig ben ik voor onze kat Tony niet gevoelig! Ik denk dat het nog wel een keer kan gebeuren dat ik ineens naar het ziekenhuis moet. Maar ik ben er niet bang voor.’

 

> Naar het overzicht patiëntenverhalen