Wim Verhagen met pensioen: ‘De neuroloog van nu is observator én doener'

30 januari 2020

‘In de jaren ’80 zagen we op de polikliniek meer patiënten per uur en de dokter bepaalde veelal wat er ging gebeuren. Tegenwoordig is de zorg per patiënt intensiever.’ Neuroloog Wim Verhagen gaat deze maand met pensioen en kijkt met ons terug op zijn lange loopbaan in het ziekenhuis. Verhagen was CWZ’er bij uitstek. In 1977 kwam hij als coassistent bij neurologie, in de jaren 1981-1982 werkte hij als assistent in opleiding neurologie gedetacheerd vanuit het Radboudziekenhuis. Eenmaal klaar met zijn specialisatie trad hij in november 1986 aan als staflid.

Wat herinnert hij zich uit die eerste tijd?

‘We waren toen met vier neurologen. Met onze diensten hadden we het aanzienlijk drukker dan nu. Op de afdeling was de hoofdzuster de baas en met haar liepen we visite. Op de poli hadden we minder tijd voor de patiënt dan tegenwoordig. Dat we meer tijd kregen, kwam de kwaliteit ten goede. Met mondiger patiënten kan dat ook niet anders.’

Hoe is zijn loopbaan verlopen?

‘Mijn hoofdtaak lag aanvankelijk bij de klinische neurofysiologie (KNF), de afdeling waar het technisch onderzoek zoals EEG en EMG gebeurt. In 1998 haalde ik de opleiding voor KNF binnen en werd ik daar opleider. In de loop van de tijd ben ik meer opgeschoven naar de klinische neurologie, maar de KNF is mij altijd aan het hart blijven gaan. In 2000 werd ik plaatsvervangend opleider neurologie en drie jaar later opleider. Dat ben ik geweest tot medio 2018. Het kunnen werken in een opleidingsziekenhuis was vanaf het begin van mijn carrière belangrijk. Ik ben heel blij dat ik daar lange tijd in verschillende rollen invulling aan heb mogen geven. Zo kon ik meesturen op de veranderingen die in de loop van de jaren landelijk in de opleiding plaatsvonden. Op deze manier was ik bijvoorbeeld betrokken bij de opleidingsplannen Neuron.1 en Neuron.2,  waarbij opleiding op maat een belangrijk punt was. Opleiden doe je niet alleen, maar samen met de opleidingsgroep en een enthousiaste groep arts-assistenten. Dat hebben we met zijn allen heel goed gedaan, blijkt uit de visitatierapporten van de afgelopen jaren en de diverse prijzen die neurologie op opleidingsgebied wist te winnen.’

Hij heeft ook veel wetenschap bedreven

‘In mijn hele carrière heb ik wetenschappelijk onderzoek kunnen doen naast de praktijk. Het is ons gelukt om ook de assistentegroep hiervoor te motiveren. Dit heeft geresulteerd in een steeds toenemend aantal artikelen en promoties. Dit zijn niet alleen promotieonderzoeken met afdelingen buiten CWZ. Inmiddels is er ook een groot aantal assistenten geweest die een promotieonderzoek op onze eigen afdeling heeft gedaan. Dat werkt aanstekelijk. Aanvankelijk waren er weinig belangstellenden, nu doet het merendeel van de assistenten wetenschappelijk onderzoek.’

Hoe is de zorg ontwikkeld?

‘De zorg is flink veranderd. Met het uitbreiden van de staf in de loop van de jaren zijn ook de deelgebieden in de neurologie verder ontwikkeld. We hebben een groot aantal expertises in huis.  Voor mij waren dat het multiple sclerose (MS) en duizeligheid. Heel belangrijk daarbij is ook de inzet en het enthousiasme van de specialistisch verpleegkundigen. We hebben een hele andere club dokters dan jaren terug. Waren het aanvankelijk bijna alleen mannen, nu zijn het veelal vrouwen. Ook de IC is enorm veranderd. In het verleden waren de individuele vakspecialisten daar in de lead, nu de intensivisten.
De neurologie heeft een grote vlucht doorgemaakt. In het verleden was het voor veel collega’s een vak waar leuk onderzoek werd gedaan en iets werd vastgesteld, maar waar men niets kon doen voor de patiënt. Dit is sterk veranderd. De neuroloog van nu is niet alleen meer een observator, maar veel meer een doener. Met name op het gebied van de vasculaire neurologie zijn er grote doorbraken geweest, waardoor we snel kunnen ingrijpen in plaats van mensen in een bed leggen en maar zien waar het uitkomt. Dat geldt ook voor MS. Voor deze ziekte zijn er veel behandelingen gekomen waarbij patiënten baat hebben. Ook op gebied van hoofdpijn en parkinson zijn er belangrijke veranderingen geweest. Helaas niet op het gebied van de dementie, een groot probleem voor de toekomst. Het is helaas niet gelukt om de intra-arteriële interventies bij herseninfarct ook in CWZ te ontwikkelen (het bloedstolsel verwijderen met een dun slangetje via de bloedbaan vanuit de liesslagader). De vakgroep wilde wel, maar het ziekenhuis was er niet klaar voor. Ik vind het een gemiste kans.’

Wat heeft het meeste indruk op hem gemaakt?

‘Er is niet één situatie die een zeer bijzondere indruk heeft gemaakt. Er waren heel veel contacten met patiënten en collega’s die bijzonder waren. Omdat er iets bijzonders gebeurde, omdat iets me raakte. Ik ben er wijzer van geworden en het heeft mijn handelen beïnvloed. Een enkele maal kreeg ik te maken met ernstige fysieke bedreiging door een patiënt. Dat maakte indruk, maar heeft gelukkig geen nadelige gevolgen nagelaten.
Ik kijk met zeer veel plezier terug op mijn tijd in CWZ. Niet voor niets heb ik tot mijn pensionering in dit ziekenhuis gewerkt. Elke dag met plezier naar je werk kunnen gaan is een groot goed. Daar hebben patiënten, collega’s en contacten buiten het ziekenhuis een belangrijke bijdrage aan geleverd.’

Wat wil hij de achterblijvers en patiënten meegeven?

‘Tegen mijn collega’s zeg ik: blijf nieuwe dingen ontwikkelen en geef niet te snel op wanneer er iets niet zou kunnen vanwege financiën. We ervaren dat er in toenemende mate op financiën wordt gestuurd. Je moet als vakgroep maar ook als ziekenhuis het lef hebben om grenzen te verleggen en daarbij risico’s durven nemen. Het is beter om een fout besluit terug te draaien dan geen besluiten te nemen. Voor patiënten is het belangrijk om de regie te nemen. Shared decision making (samen beslissen) wordt steeds belangrijker. Het wil niet zeggen dat de dokter het probleem maar van zijn of haar bordje moet schuiven. Een gezamenlijk besluit volgt de patiënt beter op dan een opgelegd besluit.’

Op 10 januari verraste de Nijmeegse burgemeester Bruls Wim Verhagen met de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. 

CWZ bedankt hem hartelijk voor zijn jarenlange inzet voor patiënten, collega’s en ziekenhuis.