'Vadertje verloskunde' neemt afscheid

16 juni 2015

Na een 25-jarige loopbaan in CWZ, waarin hij 2400 zelf begeleide bevallingen uitvoerde, waarvan bijna 1000 keizersnedes, 700 vacuüm- of tangverlossingen en vele stuitbevallingen, is volgens gynaecoloog/perinatoloog Jan Sporken de tijd rijp om zijn carrière af te ronden.  En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 'gynaecologische poot' en de talloze bevallingen waarbij hij arts-assistenten of verloskundigen begeleidde.  Sporken: 'Inmiddels begeleid ik zwangeren bij wie ik ook aan het bed stond toen ze zelf geboren werden. De cirkel is rond. De tijd is rijp om het stokje over te dragen.'

'Toen ik 25 jaar geleden overstapte van het Radboud naar CWZ, kreeg ik twee opdrachten mee van de toenmalige raad van bestuur. Ik moest verloskunde meer op de kaart gaan zetten én de medisch specialistische opleiding voor gynaecologie en verloskunde opnieuw binnenhalen. Beide opdrachten zijn gelukt. Het aantal bevallingen liep sterk op. Van 800-900 vóór mijn tijd, tot zo'n 1400-1500 midden jaren negentig. En jaren later, met de komst van de kraamsuites, is het aantal bevallingen zelfs uitgegroeid tot zo'n 1600-1700 per jaar.
In 1993 haalden we de opleiding binnen. 18 jaar ben ik opleider geweest, ik was lid van het Concilium (red. het orgaan van de wetenschappelijke vereniging) voor wie ik onder meer opleidingsvisitaties in het land deed en ik ben voorzitter van de COC (red. Centrale Opleidings Commissie) in CWZ geweest.'

Visitekaartje
'Binnen ons vakgebied ontstonden allerlei sub-specialisaties. De ene gynaecoloog richtte zich meer op oncologie, de andere op bekkenbodem-problemen of endoscopie. Mijn specialisme was altijd 'alles wat zich voordeed rondom zwangerschap en geboorte'. Collega voorganger Wilfried de Goeij noemde mij in mijn beginjaren al 'vadertje verloskunde'. “Verloskunde is het visitekaartje van CWZ”, roep ik altijd. Elke bevalling is uniek en vergeet de patiënt nooit. Als mensen hierover tevreden zijn, spreekt zich dat rond. En de geboren kinderen kiezen in de toekomst ook weer voor CWZ.
Ik denk dat er veel mensen kiezen voor behandeling in CWZ omdat wij een patiëntvriendelijk concept hebben en zo veel mogelijk met een vaste behandelaar werken. Dat schept vertrouwen. De komst van klinisch verloskundigen op de verloskamers is ook een goede zet geweest. Zij zijn goed in de psychologische begeleiding en hebben voldoende tijd en aandacht voor de patiënt.'

Positieve impuls
'Sinds 2006 hebben we een nieuwe vorm van werken ingevoerd: family centered care ofwel single room maternity care. Eerst in de vorm van onze kraamsuites en later met de couveuse-suites. Dat was zelfs een Europese primeur. De zorg organiseren wij sindsdien rondom de familie die een eigen kamer heeft, waar vader mag blijven en het kind mag blijven. Ik noem het zelf graag BUOB: Bij U Op Bezoek. Stel: moeder heeft tijdens de bevalling een ruggenprik nodig. Dan komt de anesthesist naar de moeder in plaats van dat de moeder naar de anesthesist moet. Dit principe geldt ook voor onze thuismonitoring voor zwangeren met complicaties. Hierbij controleert een gespecialiseerde obstetrieverpleegkundige de zwangeren dagelijks thuis, zodat zij niet naar onze poli hoeven te komen of opgenomen hoeven worden.  
Verder werd de samenwerking met de eerstelijns verloskundigen die de thuisbevallingen doen, de tweede lijns verloskunde in CWZ en de derde lijns verloskunde in Radboudumc steeds intensiever. Het is vrij uniek in Nederland, dat in één regio deze drie partijen een samenwerkingsverband met elkaar hebben. Ik geloof dat er in de toekomst een totale ontschotting tussen eerste, tweede en derde lijn gaat komen. We hebben nu al gezamenlijke trainingen voor de acute verloskunde, waarbij ook kraamzorg en de ambulancedienst zijn aangehaakt.
De komst van het NEO-geboortehuis voor eerstelijns verloskundigen op het Spoedplein heeft ook een positieve impuls gegeven binnen ons specialisme.'

Kostbare herinneringen
'Wat voor mij destijds een belangrijke reden was om over te stappen van Radboud naar CWZ, waren de korte lijnen met collega's en andere specialisten. Alles liep daardoor efficiënter. Die makkelijke onderlinge contacten leverden niet alleen op werkterrein, maar ook daarbuiten, mooie dingen op. Ik kijk met veel warmte terug op onze specialisten cabaretgroep, onder leiding van plastische chirurg José van Tintelen, die het jaarlijkse staffeest verzorgde. We oefenden vaak in de weekenden en namen zelfs privé-dansles bij dansschool Vermeulen. De staf-ontbijten zeven uur 's ochtends en niet te vergeten de OK-middagpauzes in de refter van de oudbouw. Het was destijds heel gebruikelijk dat een huisarts kwam aanwippen om een broodje mee te eten als hij toevallig in de buurt was. Die herinneringen koester ik.'

Dag en nacht in touw
'Ik kijk met genoegen terug. We hebben veel bereikt. Verloskunde vind ik nog altijd boeiend en uitdagend, maar zowel fysiek als ook psychisch is het een zwaar beroep. Je bent vaak letterlijk dag en nacht in touw en je hebt altijd de verantwoordelijkheid voor twee patiënten tegelijkertijd: voor moeder én het nog ongeboren kind. Dat vraagt voortdurende aandacht en inzet omdat er niets fout mag gaan.
Nu voel ik me nog vitaal en gezond genoeg om heel veel plaatsen op de wereld te bezoeken waar ik nog nooit ben geweest. Azië en Zuid-Amerika bijvoorbeeld. Daar wil ik dan ook de tijd voor nemen. Ik ben nooit langer dan drie weken elders geweest. Misschien ga ik binnenkort wel beginnen met drie maanden Frankrijk!
Ik heb twee enthousiaste opvolgers die staan te springen om het stokje over te nemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij het 'visitekaartje van CWZ' in ere blijven houden. Ik kan met een gerust hart afscheid nemen van mijn dierbare CWZ.'