Interventieradiogie voorkomt OK

29 november 2017
Team interventieradiologie | CWZ Nijmegen

Het team interventieradiologie zit boven op de ontwikkelingen in het vakgebied. ‘Wil je technieken verfijnen? Of nieuwe behandelingen toepassen? Dan moet je bij ons zijn’, aldus interventieradioloog Peter Haarbrink.

Aderen verkalkt
 Op de behandeltafel in de angiokamer ligt een mevrouw, die nog geen 10 meter kan lopen. Ze heeft veel pijn door wonden die niet meer genezen. Op de röntgenbeelden is de oorzaak te zien: haar aderen zijn sterk verkalkt. Er stroomt daardoor onvoldoende bloed door het been. Tijdens de dotterbehandeling heeft Peter via de lies een ballonnetje in de hoofdader gebracht om deze weer toegankelijk te maken. Daarna is er een flinke stent geplaatst om de ader open te houden. ‘Kijk hier zie je het resultaat.’ Op het scherm is geen ragfijn, kartelig lijntje meer te zien, maar een duidelijke, donkere stroom bloed. ‘Over twee uur mag ze weer lopen,’ lacht Peter.

Open én dicht
Het interventieteam behandelt vaatafsluitingen en -vernauwingen in het hele lichaam. Alleen de vaten in het hart laten ze over aan de cardiologen. Het team komt ook in actie bij andere obstakels. Bijvoorbeeld als de toegang tot de bloedbaan (shunt) bij dialysepatiënten niet toegankelijk is. Maar ook bij een afsluiting in nieren of galwegen door stenen. ‘En we doen nog meer’, zegt laborant René Houwen. ‘We maken niet alleen bloedvaten open, soms maken we ze ook dícht (embolisatie). Daarvoor gebruiken we een soort ijzerdraadjes of kristalletjes. Een patiënt met een miltbloeding na een ongeval komt vaak bij ons en niet op de OK. En als een baarmoeder na een bevalling niet ophoudt met bloeden, kunnen we die stelpen. Ook bij een groeiende tumor of vleesboom sluiten we de aanvoerende bloedvaten af. Zo wordt de tumor kleiner of sterft de vleesboom af. Onze ingrepen zijn minder groot dan een operatie. En de nadelige gevolgen veel kleiner. Mensen zijn snel weer op de been en hebben minder kans op complicaties.’

Workshops
In andere ziekenhuizen belanden patiënten vaak eerder op de operatietafel dan in de angiokamer, zegt Peter. ‘Bij ons is de interventieradiologie van een zeer hoog niveau. Wij doen hier dingen die elders niet gebeuren. Dat is te danken aan de grote drive van ons team. Met 2 interventieradiologen en 15 gespecialiseerde laboranten zijn we goed op elkaar ingespeeld. Voor en na elke ingreep spreken we alles door en we blijven elkaar trainen. Verder verzamelen we veel data voor wetenschappelijk onderzoek en bezoeken alle congressen om nieuwe technieken op te pikken. Belangrijk is ook dat we alle vertrouwen van de vaatchirurgen krijgen.’ Dat het angioteam voorop loopt bij innovaties, blijft niet onopgemerkt. De belangstelling is zo groot, dat CWZ geregeld workshops organiseert voor interventieradiologen en vaatchirurgen uit andere ziekenhuizen.

Roesje
De vooruitgang zit ‘m ook in andere dingen. Binnenkort kunnen patiënten bij wie dat nodig is een roesje (sedatie) krijgen tijdens de behandeling. Een anesthesiemedewerker komt dan naar de angiokamer om deze toe te dienen. ‘Een hele verbetering,’ vindt René. ‘Want ook al verdoven we plaatselijk, toch hebben mensen nog wel eens pijn.’ De grote wens van het team is een hybride OK. Peter: ‘Dat is een operatiekamer en angiokamer ineen, de nieuwste trend. Het zou de kers zijn op de taart.’