Cardioloog Leon Bouwels gaat met pensioen

30 oktober 2018
Leon Bouwels, cardioloog | CWZ Nijmegen

Bijna 32 jaar werkte Leon Bouwels als cardioloog in CWZ. Op 31 oktober gaat hij met pensioen. De trouw van sommige patiënten aan de eigen dokter vindt hij soms bijna aandoenlijk. ‘Sommige patiënten heb ik 25 jaar onder controle gehad. Ze vinden het erg dat ik weg ga.’

Uitzicht op een vaste plek

Leon Bouwels kwam in het Canisius werken op 1 januari 1987. ‘Het was in die tijd niet gemakkelijk om als cardioloog een vaste baan te vinden. In Rotterdam was ik welkom, maar mijn vrouw Tonneke en ik vonden het er niet leuk wonen. In CWZ kon ik aan de slag als chef de clinique. Met uitzicht op een vaste plek na het vertrek van de twee oudste cardiologen. Dus kozen mijn vrouw en ik ervoor om met onze drie jonge kinderen neer te strijken in Nijmegen, de stad die ik kende uit mijn studententijd.’ Anderhalf jaar later werd hij volwaardig staflid van de maatschap cardiologie.

Rookkamer

Van die eerste tijd in het ziekenhuis aan de St. Annastraat herinnert Bouwels zich vooral een hele drukke eerste harthulp/hartbewaking. ‘Zo’n eerste harthulp was voor die tijd heel vooruitstrevend. Bij de meeste ziekenhuizen kwamen mensen met een hartinfarct toen binnen op de EHBO (nu spoedeisende hulp). Op de afdeling heerste een positieve spirit. Er werkte zeer gemotiveerd personeel. In die jaren was er nog een klasse-verpleegafdeling, waar patiënten met een particuliere verzekering aten van porseleinen borden met zilveren bestek. Ze werden met veel egards behandeld en de medisch specialisten die erlangs gingen, rekenden daarvoor een hoger tarief! Ik herinner me ook nog goed dat de stafleden een eigen rookkamer hadden voor informele ontmoetingen. Hier werd een sigaartje gerookt en gingen de gesprekken over ‘de nieuwe Mercedes’. De afdeling cardiologie deelde de ruimte boven met oncologie. Daar gingen natuurlijk nogal eens patiënten dood. Op mijn kamer trof ik geregeld achter het gordijn een overleden meneer of mevrouw aan, wachtend op transport naar het mortuarium.’

Op cursus met huisartsen

In zijn loopbaan heeft Bouwels veel verschillende functies gehad. Hij zat in allerlei commissies, in het stafbestuur en het koepelbestuur en had vele contacten buiten het ziekenhuis met de verwijzende huisartsen. Met een aantal van hen heeft hij heel intensief contact. Dat is mede te danken aan de jaarlijkse nascholingscursus voor huisartsen toentertijd, een initiatief van de longartsen en cardiologen. ‘Elk jaar gingen we met zo’n 40 huisartsen en hun partners naar het buitenland. Door dit vis-a-vis contact konden we elkaar in de dagelijkse zorg gemakkelijk vinden.’ 

Ambiteus en opstandig

Bouwels is er trots op hoe de maatschap de cardiologische zorg wist door te ontwikkelen tot het huidige niveau. ‘We doen veel om op alle relevante gebieden bij te blijven. Research en opleiding van artsen krijgen veel aandacht. Als klein maar ambitieus en opstandig broertje van ‘de Radboud’ waren we altijd sterk gericht op het binnenhalen van derdelijns zorg. Dat is zorg die alleen in gespecialiseerde, meestal universitaire ziekenhuizen gebeurt. Dat is gelukt! Sinds 2007 dotteren we patiënten in CWZ, zo’n 1.000 keer per jaar.’ Een andere zeer gespecialiseerde behandeling waar CWZ in 2008 een vergunning voor kreeg, is de ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator). ‘Bij gevaarlijke hartritmestoornissen kan de cardioloog dit apparaatje onder de huid aanbrengen. Het signaleert een abnormaal hartritme en geeft dan een schok om het ritme te herstellen. Elk jaar behandelen we ongeveer 100 patiënten.’

Trouw

De trouw van sommige patiënten aan de eigen dokter is aandoenlijk, vindt Bouwels. ‘Mensen hechten zich aan het bekende. Dat merk ik nu ik afscheid neem. Sommige patiënten heb ik 25 jaar onder controle gehad. Ze vinden het erg dat ik weg ga.’ Eén patiënt is heel speciaal voor hem: de jongeman van pas 28 met een zeer slecht hart. ‘Op een gegeven moment was hij er zo slecht aan toe, dat ik hem moest verwijzen naar Rotterdam voor een harttransplantatie. Hij had alle geluk van de wereld, want kort daarna was er een geschikt hart voor hem. Nu, bijna 30 jaar later, controleer ik hem nog steeds. Hij is de langst levende harttransplantatiepatiënt in Nederland.’

Eis kwaliteit, toon begrip

‘Ook de toewijding van sommige verpleegkundigen aan hun taken rond de patiënt zal me bijblijven’, vertelt Bouwels. ‘Ik kwam in 1987 uit een academisch ziekenhuis. Meteen viel me op hoe anders de interactie met de verpleegkundigen in CWZ was. Ik kon bij hen echt mijn ei kwijt. Er hangt hier een sfeer van aanpakken in het belang van de patiënt. Ik heb een heel mooie tijd gehad in dit ziekenhuis en ben dankbaar voor de fijne samenwerking’, besluit hij. Met een knipoog: ‘Minder mooie ervaringen waren er ook, maar ik ben ze helaas vrijwel allemaal vergeten!’ Wat zou hij de achterblijvers willen meegeven? ‘Aan mijn opvolgers: investeer in goede onderlinge verhoudingen; zijn die weg, dan volgt de neergang. Aan patiënten: eis kwaliteit, maar toon begrip voor de grenzen van de zorg.’

Het medisch-specialistisch bedrijf cardiologie en CWZ zijn Bouwels zeer erkentelijk voor de waardevolle bijdrage die hij gedurende al die jaren aan de cardiologische zorg voor de regio Nijmegen heeft geleverd. Op 31 oktober krijgt hij een receptie aangeboden voor genodigden.