Sterftecijfers per diagnosegroep

Naast het ziekenhuissterftecijfer (HSMR), worden er ook sterftecijfers berekend per diagnosegroep. Dat is een groep van patiënten die voor een zelfde soort aandoening zijn opgenomen. Er zijn vijftig van zulke groepen. Daarnaast worden nog sterftecijfers berekend voor leeftijdsgroepen en voor spoed- of geplande opnames, zodat een ziekenhuis ook op die manier zijn eigen zorg kan analyseren. In het CWZ zijn voor de periode van 2013 tot en met 2015 enkele diagnosegroepen met lagere sterftecijfers dan het landelijk gemiddeld. Dit zijn bijvoorbeeld patiënten die worden opgenomen met bloedvergiftiging of ziekten van hart- en vaatstelsel.

Verklaarbare uitkomsten
Bij één diagnosegroep lijken de sterftecijfers (de SMR) wat verhoogd te zijn, met name bij enkele ernstige huidaandoeningen (ulcera). Dit gaat om een zeer klein aantal, slechts enkele patiënten. Er zijn geen aanwijzingen dat deze iets hogere SMR komt door minder goede zorg. Voor diverse diagnosegroepen zijn de sterftecijfers iets hoger dan verwacht, maar de verhoging is zo beperkt dat de kans groot is dat dit berust op toeval. Vaak gaat het dan om zorg in de laatste levensfase: er is dan behoefte aan hulp en ondersteuning die soms thuis niet meer kan worden geboden. Bijvoorbeeld bij COPD of kanker zien we relatief veel patiënten die worden opgenomen met dat doel: ziekenhuiszorg ontvangen om in de laatste levensfase zo min mogelijk te hoeven lijden. Het is niet altijd mogelijk om thuis de noodzakelijke hulp en begeleiding te bieden, waardoor deze patiënten alsnog in het ziekenhuis overlijden. Dit past in het beeld van de zorg voor patiënten die zich in de laatste levensfase bevinden (zie artikel Medisch Contact). Samen met huisartsen werkt CWZ aan betere mogelijkheden om patiënten ook in hun laatste levensfase thuis te kunnen begeleiden, afgestemd op de wensen van de patiënt en zijn naasten.