Sterftecijfers voor ziekenhuizen

Jaarlijks wordt voor elk ziekenhuis het sterftecijfer berekend, de HSMR. Het laatst bekende sterftecijfer (HSMR) is van 2015. Voor dat jaar was de HSMR voor CWZ 89, vergelijkbaar met de HSMR voor 2014. In 2013 was het sterftecijfer juist hoger (120). Er zijn geen aanwijzingen dat het lagere sterftecijfer in 2014 en 2015 komt door betere zorg, of dat het hogere sterftecijfer in 2013 kwam door minder goede zorg.

Het sterftecijfer (HSMR) van een ziekenhuis geeft de verhouding aan tussen het aantal mensen dat in een jaar overleed in het ziekenhuis en het aantal verwachte sterfgevallen in dat ziekenhuis. Is het cijfer 100, dan overlijden er precies zo veel mensen als verwacht op basis van bijvoorbeeld de grootte van het ziekenhuis, de gezondheid van de meeste patiënten of veel voorkomende aandoeningen in dat ziekenhuis. Een cijfer lager dan 100 betekent dus dat er minder mensen sterven dan verwacht.

Wat doet CWZ met de sterftecijfers?

Naar aanleiding van de verhoogde sterftecijfers in 2013 heeft CWZ uitgebreid laten onderzoeken waar dat aan kon liggen. Dit onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige op het gebied van sterftecijfers, dr. ir. W. van den Bosch. Zijn belangrijkste conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor tekortkomingen in de zorg.

Uit het onderzoek bleek dat het hogere cijfer vooral werd veroorzaakt door de registratiesystematiek en mindere door patiënten die werden opgenomen voor begeleiding in de stervensfase. Dit is inmiddels bevestigd door de lagere sterftecijfers in 2014 en 2015. De registratie is verbeterd en het was beter mogelijk om patiënten in de stervensfase thuis de noodzakelijke hulp en begeleiding te bieden. Daardoor was het voor minder mensen nodig om naar CWZ te komen om (veilig en met goede zorg) te sterven. De cijfers voor 2015 en 2014 geven geen aanleiding voor nader onderzoek.

Duiding CWZ-score over 2013-2015
In 2015 overleden er in CWZ 464 patiënten bij 32.550 opnames, dat is 1,4%. In 2014 was dat 1,3%. Het aantal overledenen in 2015 is dus iets meer dan in 2014. De HSMR voor het jaar 2015 was 89, in 2014 was de HSMR 78. Het is bekend dat de HSMR van jaar tot jaar behoorlijk kan verschillen, ook als er geen wezenlijk verschil is in de kwaliteit van zorg.

Elk overlijden wordt onderzocht
CWZ laat sinds 2008 het dossier van iedere overleden patiënt kritisch beoordelen door ervaren artsen, om na te gaan of alles goed is gegaan in de zorg. De artsen van CWZ bespreken de leerpunten uit de ziektegeschiedenis van deze patiënten. Zo monitort CWZ gedurende het hele jaar de behandeling van patiënten die zijn overleden in het ziekenhuis.

60 procent komt naar CWZ om te sterven

Zestig procent van het totale aantal mensen dat in 2013 in het CWZ overleed, kwam niet meer voor genezing, maar voor terminale zorg. In Medisch Contact heeft CWZ hierover een artikel gepubliceerd.

Thuis sterven mogelijk maken
CWZ heeft een aantal initiatieven genomen om samen met huisartsen mogelijk te maken dat patiënten in hun laatste levensfase de noodzakelijke begeleiding en zorg zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving kunnen krijgen. Zodat patiënten in hun laatste levensfase kunnen verblijven in de omgeving die het beste past bij hun persoonlijke wensen.

Ook zulke ontwikkelingen zijn van invloed op de hoogte van het sterftecijfer. Als het lukt om thuis de noodzakelijke zorg te geven en de patiënt kan inderdaad thuis overlijden, dan daalt daarmee het sterftecijfer van CWZ. Indien het thuis niet meer gaat, wordt de patiënt alsnog opgenomen in het ziekenhuis, voor zo goed mogelijke zorg tot aan het onvermijdelijke overlijden (terminale zorg). Naarmate dat vaker gebeurt, stijgt daarmee het sterftecijfer van het ziekenhuis.

Belangrijker is echter dat patiënten zoveel mogelijk de zorg krijgen die zij willen, ook in de laatste levensfase.