Hieronder enkele hoogtepunten uit onze geschiedenis. Lees ook ons verhaal van nu >

1850: het eerste Canisius aan de houtstraat

We schrijven 1850. Op de hoek van de Houtmarkt en de Pauwelstraat in de Nijmeegse binnenstad wordt het Canisiusziekenhuis gesticht door het R.-K. Parochiaal Armbestuur dat zich het lot van de katholieke Nijmeegse zieken en armen aantrekt.
 Al snel moet het pand worden afgestaan voor de verpleging van cholerapatiënten en wordt op de Doddendaal een nieuw ziekenhuis ingericht. Ook dit pand heeft zijn problemen: het is te krap. Gelukkig kan het Armbestuur enkele huizen in de aangrenzende Houtstraat kopen. Daar wordt in 1866 het nieuwe Canisiusziekenhuis geopend. Honderd patiënten kunnen er terecht. Zij worden verpleegd door de Zusters van Liefde uit Tilburg. De gebouwen zijn volledig verwoest in de oorlog. Op de foto de mannenzaal.
Ook aan de Houtstraat blijft het echter behelpen. Men wil een nieuw en groter ziekenhuis. Een eerste poging daartoe in 1903 mislukt vanwege geldgebrek. Een tweede poging van de in 1911 opgerichte Vereniging R.-K. Ziekenhuisfonds heeft meer succes, vooral omdat de voorzitter van dit fonds - de latere voorzitter van het regentencollege van het ziekenhuis en gemeente-ontvanger C.M.V. Roothaan - het nieuwe ziekenhuis in verband brengt met de stichting van een katholieke universiteit in Nijmegen. Dat biedt kansen!

1926: Cuypers ontwerpt nieuwbouw Annastraat

Wie bouwt nu een ziekenhuis zo ver buiten de stad? Een financiële strop voor Nijmegen! De bedden komen nooit vol! Kritiek was er alom, bij de plannen voor een nieuw ziekenhuis aan het begin van de twintigste eeuw. De oprichters hadden wel degelijk angst dat de tegenstanders gelijk zouden krijgen. Als de 250 bedden aan de Sint-Annastraat niet ‘vol’ zouden komen, kon men niet rondkomen. Met gemiddeld 156 patiënten per dag waren de beginjaren dan ook bepaald matig. Dat had vooral de maken met het gemeentelijk beleid. Omdat er nog geen ziekenfondsen waren - die werden pas in de jaren veertig opgericht - waren armlastige patiënten aangewezen op de gemeente Nijmegen. Om de kosten binnen de perken te houden, hanteerde de gemeente strenge criteria.
Gulle katholieke gevers. Als zij er in het begin van deze eeuw niet waren geweest, was het Canisiusziekenhuis aan de Sint-Annastraat wellicht nooit gebouwd. Architect Eduard Cuypers (bekend van het Rijksmuseum en Centraal Station Amsterdam) kreeg de opdracht om het nieuwe ziekenhuis aan de Annastraat te ontwerpen. Het werden afzonderlijke paviljoens, verbonden aan een hoofdgebouw. Op 18 mei 1926 was de plechtige inwijding van het gebouw.

1926: Een zwerm nonnekes arriveert

Ze deden het uit liefde, de Zusters van Carolus Borromeus. Dag en nacht waren ze in touw om zieken te verplegen en menselijke nood te lenigen. De noeste werkers en vakbekwame vrouwen waren te vinden in de verpleging, de huishouding en in de directie.
In 1926 kwamen ze met z’n veertigen uit Maastricht - alsof er een zwerm nonnekes werd aangevoerd, schreef De Gelderlander destijds. 'Het bleken de Zusters van het nieuwe Ziekenhuis te zijn. Zij zouden zich dag en nacht gaan wijden aan het verplegen van zieken. Het was of ze naar een feest gingen! En het leek of ze waren uitverkoren tot het meest zorgeloze bestaan dat er te vinden is. De opgewektheid en blijdschap straalden uit de ogen'.
Eind jaren '50 waren ze met 120 zusters. De laatste zeventien verlieten in 1973 hun klooster op het ziekenhuisterrein. Al met al hadden er meer dan tweehonderd gewerkt, de één met een nog wonderlijker naam dan de ander. Ooit gehoord van Amelberga, Arsena, Calista, Cosma, Dativa of Triphine?

1929: ‘Een modern ziekenhuis’

8 specialismen, 9 specialisten en 150 medewerkers maken het Canisius tot een 'modern ziekenhuis' aldus geneesheer-directeur dr. J. Enneking in 1929. Vooral de chirurg was in dat prille begin een duizendpoot. Urologen en orthopeden bestonden nog niet. Er was ook maar één internist en de röntgenafdeling (foto) was net opgericht. In de jaren erna nam de medische vooruitgang een grote vlucht. Het aantal specialismen groeide, er kwamen nieuwe afdelingen en het gebouw werd almaar uitgebreid.
Omdat ziekenfondsverzekeringen pas in de jaren veertig van de grond kwamen, moesten gemeenten tot die tijd opdraaien voor de ziekenhuiskosten van hun armlastige burgers. In het Canisiusziekenhuis aan de Sint-Annastraat was één vleugel speciaal bestemd voor de mensen met een smalle beurs, het zogenoemde gemeentepaviljoen. In 1927 betaalde een gemeentepatiënt vier tot zes gulden per dag, terwijl het tarief voor een welgestelde heer of dame een tientje was. Contant betalen was overigens een normale zaak voor mensen die niet verzekerd waren.
Legendarisch is het verhaal van mevrouw Arts uit Beek die op 20 november 1943 acuut werd opgenomen, drie dagen nadat ze thuis was bevallen van een zoon. In de consternatie was ze vergeten een portemonnee mee te nemen. Haar man werd naar huis teruggestuurd om geld te halen. Doodziek, met kraamvrouwenkoorts en roodvonk, wachtte mevrouw Arts in de hal van het ziekenhuis. Tot manlief terug was met de beurs.
 Tot 1992 had het CWZ officieel een klassepaviljoen. Eerste klas particulier verzekerden lagen er in ruime kamers, rechts van de ingang aan de Sint-Annastraat. Ze hadden heel wat streepjes voor op hun medepatiënten in de vleugel aan de Verlengde Groenestraat waar velen met vijftien anderen een zaal deelden.

1944: 205 zwaargewonden na bommenregen

Al in 1939 bereidt het Canisiusziekenhuis aan de Sint-Annastraat zich voor op een mogelijke tweede wereldoorlog. Zo wordt op het dak een rood kruis geverfd, zodat het gebouw vanuit de lucht herkenbaar is als ziekenhuis en worden de kelders ingericht als schuilplaatsen voor patiënten.
Tot aan het bombardement op Nijmegen verlopen de oorlogsjaren echter betrekkelijk rustig voor het ziekenhuis. Niettemin: kopzorgen volop. Er zijn meer patiënten dan gewoonlijk, onder meer vanwege epidemieën, maar ook omdat het CZ patiënten van het Wilhelminaziekenhuis moet overnemen dat militair hospitaal is geworden. Daar komt bij dat er te weinig personeel is.Uit pure nood worden medewerkers van de huishoudelijke dienst en vrijwilligers ingezet als verpleegkundigen en operatie-assistenten.
 Op 22 februari 1944 verandert de Nijmeegse binnenstad in een slagveld: zestien Amerikaanse bommenwerpers hebben hun dodelijke lading over Nijmegen uitgestort, in de veronderstelling dat ze met een Duitse stad van doen hebben. Het Canisiusziekenhuis wordt overstroomd met doden en gewonden.

1945: koninklijk bezoek

Er wordt geboend en gesopt en alle oorlogsslachtoffers, die her in der in het ziekenhuis liggen, worden bij elkaar gelegd. Want op 10 juni komt koningin Wilhelmina op bezoek. Zr. Dosithee: 'De zuster van de wasserij, die met haar staf meisjes in de gang stond opgesteld, had vermoedelijk het liefst haar hand, die met de Koningin in contact was geweest, de rest van haar leven in een relikwiekastje opgeborgen.' 

1965: een van de eerste ic’s van Nederland

Zes bedden had de eerste afdeling voor intensieve zorg. Daarmee was ‘het Canisius’ in 1965 een van de eerste Nederlandse ziekenhuizen met een dergelijke voorziening. De anesthesist dr. J. Ellul had het initiatief ertoe genomen. Het eerste jaar werden er 156 patiënten verpleegd.
Voor de verpleegkundigen was die nieuwe afdeling niet gemakkelijk. De zeven verpleegkundigen die op de afdeling werkten, moesten zich in no time de nieuwe apparatuur eigen maken en alles weten van ECG’s en reanimatie. Van privacy voor de patiënten was geen sprake. De patiënten lagen bij wijze van spreken boven op elkaar: een gordijn was de enige afscheiding met de buurman of buurvrouw. Dat kon beschamende situaties teweeg brengen. Om de schijn van privacy te wekken als iemand het Heilig Oliesel kreeg toegediend, werden de gordijnen om het bed van de stervende patiënt dichtgetrokken. Maar het ontging de andere patiënten natuurlijk niet. Soms baden ze zelfs mee, want elk geluid was te horen. In 1984 kwam een einde aan die achterhaalde situatie en zag een volledig nieuwe afdeling het levenslicht.
Lang werd er naar een alternatief voor de Engelse benaming gezocht, zelfs via een prijsvraag. 'Kamer van Altijddurende Bijstand' was een van de suggesties. Maar de inzending ving bot: tot op de dag vandaag is het intensive care.

1965: Ziekenhuisomroep draait verzoekplaatjes

Bandrecorder-bandjes met verzoekplaten, opgenomen door leerlingen van het Canisiuscollege. Zo begon in 1965 de ziekenhuisomroep. Iedere zondagochtend draaiden vrijwilligers zo'n bandje, met één pauze als het bandje werd omgedraaid. Twee jaar later kreeg de ziekenomroep een echte studio in de kelder. Midden jaren '80 maakten 60 mensen 12 programma's per week.

1971: De was de deur uit

De naaikamer hield de hele Annastraat-periode stand, maar de was ging in 1971 de deur uit. Truus Lamers die vanaf 1939 in de wasserij werkte, moest het kletsnatte goed in de centrifuge doen en daarna in de klopbak. Dan moest het nog door de mangel en gestreken. Zwaar werk dat haar twee keer een dubbele hernia bezorgde. Er werd berekend dat ze in al haar dienstjaren 7200 km verband rolde in de wasserij.

1974: een fusie zonder ontslagen

Het protestantse Wilhelminaziekenhuis, in 1895 geopend, had net als het Canisiusziekenhuis nieuwbouwplannen. Maar Den Haag zag liever een fusie tussen beide ziekenhuizen en beloofde dat het snel zou meewerken aan nieuwbouw als deze fusie tot stand kwam. In 1974 was de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina een feit. Er vielen geen ontslagen en drie jaar later werd het gebouw aan de Dr. Claas Noorduynstraat definitief verlaten.

1991: het nieuwste van het nieuwste, een mri

De ontwikkelingen op het gebied van straling waren opzienbarend. Eind 1991 kwam het nieuwste van het nieuwste: een vrachtauto met magnetic resonance imaging apparatuur, kortweg MRI. Nu konden artsen het inwendige van de mens bekijken zonder schadelijke röntgenstralen.

1992: Verhuizen door weer en wind

De stemming zit er goed in en het weer werkt lekker mee: harde wind en regen. Vanaf vier uur 's ochtends op 16 april zijn motoragenten, chauffeurs en CWZ'ers bezig om 179 patiënten veilig, droog - wat niet altijd lukt - en zonder al te veel schokken naar het spiksplinternieuwe ziekenhuis te vervoeren. De patiënten nemen het voor lief onder het motto 'we zijn een dagje uit'. Het is op de kop af 2478 dagen na de officiële toestemming voor de nieuwbouw.

1995: 20.000 eendjes in de Waal

Op 3 juni loste de brandweer 20.000 gesponsorde milieuvriendelijke plastic eendjes in de Waal, waar zij de strijd tegen elkaar aanbonden. Met het evenement wist CWZ de grootste Duck Race ooit in Nederland te organiseren. Deze bracht 150,000 gulden op voor patiëntvriendelijke voorzieningen zoals speelmateriaal, videorecorders, optredens en shirtjes voor CWZ-baby. 

2008: Sprong over de Waal

‘Gefeliciteerd met deze belangrijke voorziening, die winst betekent voor iedereen. Hopelijk bewijzen de komende jaren dat CWZ en Waalsprong echt bij elkaar horen.’ Aldus Thom de Graaf, de toenmalige burgemeester van Nijmegen. Hij opende op 12 december de nieuwe buitenpoli in Nijmegen Noord.

2008: Robot voor kijkbuischirurgie

Uroloog Jean Paul van Basten haalde in 2008 de eerste operatierobot binnen, waarmee de meest geavanceerde kijkbuischirurgie mogelijk werd. ‘Als leek denk je misschien aan een piepende blikken pop, die z’n eigen gang gaat. Maar in werkelijkheid is het een apparaat dat niets zelfstandig kan doen. De robot biedt de patiënt alle voordelen van de kijkbuistechniek, met een grotere kans op herstel zonder operatieschade.

2012: Naar de patient in Druten toe

Met een forse injectienaald in een confettiballon opende burgemeester Luciën van Riswijk CWZ Druten op 27 juni. ‘Het is een goede zaak dat CWZ ziekenhuiszorg naar een gemeente als de onze wil brengen, naar de mensen toe. Juist in deze tijden waarin allerlei voorzieningen naar de grote steden verdwijnen.

2017: Eindelijk alle specialismen op één terrein

In juli verruilde dermatologie de oude villa aan de Sint Annastraat voor de prachtige nieuwe polikliniek Jonkerbosch achter het ziekenhuis (zie foto). Ook plastische chirurgie nam hier haar intrek, na jarenlang huren in het Sanadome. De sportartsen verhuisden van het Sanadome naar het hoofdgebouw van CWZ. Zo zitten voor het eerst alle specialismen bij elkaar op één terrein.