Als "grote kleuter" naar het Wilhelminaziekenhuis
'Het was een grijze, regenachtige ochtend in 1952. Ik was “grote kleuter” en mijn broer was twee jaar ouder. Hij bracht mij via de Batavierenweg naar het Wilhelminaziekenhuis. We hadden zwarte capes aan met zo’n brievenbuszak aan de voorkant.
Mijn amandelen moesten geknipt worden. We kwamen binnen bij een balie waar twee dames achter zaten. “Ik kom mijn zusje brengen”, zei mijn broer. “Haar amandelen moeten geknipt worden.” (Mijn ouders hadden dat natuurlijk allang afgesproken, maar waren niet in de gelegenheid om mij te brengen.). Nadat ik een paar vragen moest beantwoorden, vroegen ze nog welke godsdienst we hadden. “Ja, dat weet ik niet”, zei mijn broer. “Naar welke kerk gaan jullie?”, vroegen de dames. “Naar de Maria Geboortekerk, maar soms ook naar de Molenstraatskerk of naar de kerk in Doddendaal”. “Stop maar, we weten het al”.
Mijn broer ging weer weg en ik liep met een lieve zuster mee. Ze nam me op schoot en hield een kapje voor mijn gezicht. Daarna herinner ik me dat mijn vader me kwam ophalen. Thuis kreeg ik een leuk spelletje met een muisje dat je in een holletje moest proberen te schuiven.'
Marijke Giesbertz
Tante Woutertje en tante Betsie
'In mijn jeugd woonde ik vanaf mijn 6de jaar (1953) in de Dr. Claas Noorduijnstraat bij mijn tantes. Zij werkten in het ziekenhuis dat in die straat stond; het Wilhelmina Ziekenhuis.
Mijn tantes werkten al langer in het Wilhelmina Ziekenhuis. In 1922 kwam mijn tante Woutertje al na de basisschool in haar dienstje in de keuken werken. Aan het hoofd van de huishouding en voor algemeen onderhoud was er een echtpaar zonder kinderen; de heer en mevrouw Wessels. Op zondagen mocht Woutje naar huis. Ze werkte later nog in de linnenkamer en daarna als portierster aan de voordeur. Na binnenkomst kwam zij dan naar je toe met de vraag: "Waar komt u voor?"
Tante Betsie, Woutjes zus, werkte na school in de eetzaal. Verpleegsters en overig personeel aten in groepen op bepaalde tijden. Alles moest netjes zijn. Betsie zorgde ervoor dat botermesjes, jamlepels en vleesvorkjes bij de broodmaaltijden klaarlagen. Zij regelde het wel. Een leuke anekdote was toen de Duitse militairen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in het ziekenhuis waren ingekwartierd. De commandant vroeg Betsie om teller. "Kom maar mee!", zei Betsie en bracht hem naar het werkhok waar allerlei teilen stonden, groot en klein. De man lachte vrolijk en ging toen zelf maar op zoek naar etensborden. Later verruilde ook Betsie haar werkplek voor de linnenkamer, daarna werd ze telefoniste.
Eerst woonden mijn 2 tantes intern in het ziekenhuis. Op een zolderkamer. Soms klaagden patiënten zelfs over het lawaai boven hun hoofd. Want ondanks de lange werkdagen had het bovenwonend personeel genoeg plezier met elkaar. Mej. van den Berg, hoofd huishouding na mevrouw Wessels, stormde dan naar boven. Men kroop dan snel in bed met kleding en schoenen nog aan en deed alsof met sliep.
In 1953 kwamen mijn tantes in 1 van de 4 dienstwoningen te wonen. Die aan de Dr. Claas Noorduijnenstraat dus. En ik woonde toen bij hen. Zelf vertrok ik in 1976 uit Nijmegen. Dat was dan ook het einde van mijn herinneringen.'
Dit verhaal is anoniem ingestuurd
Al lang dankbaar voor de zorg van CWZ
'In 1982 kreeg ik een auto-ongeluk waarbij ik zwaargewond raakte. Ik was 35 jaar en mijn echtgenote en ik hadden net ons huis klaar. Ik werkte zelf in de bouw en verbouwde ons huis samen met bekenden. We hadden 2 kleine kinderen. De impact van het ongeluk was voor ons erg groot.
Ik was gewond aan mijn hele lichaam; een verbrijzelde voet, beenbreuk, gebroken ribben, een klaplong en nog meer. Ik kwam op de IC van het oude Canisiusziekenhuis en lag daar aan de beademing. Toen na een paar dagen bleek dat ik ook een gescheurde milt had, wat in eerste instantie niet was ontdekt, kreeg ik acuut een operatie. Daarna volgden er meer. Wonder boven wonder kwam ik er na minstens 10 operaties redelijk bovenop. Eigenlijk werd gedacht dat ik nooit meer zou kunnen lopen zonder hulpmiddelen maar dat is toch gelukt.
Mijn vrouw en ik hebben grote dank voor dokter Edixhoven. Deze heeft mij zo goed behandeld! Ik ben vaak bij hem geweest, ik was zijn eerste én laatste patiënt. Na veel oefenen en flink doorzetten kan ik zonder krukken lopen, afgezien van moeilijk beloopbare stukken. Pijn in de voeten is er nog altijd wel. Maar ik ben ontzettend blij met de zorg die CWZ mij heeft geboden, ook bij andere aandoeningen waarvoor mijn vrouw en ik hier nog altijd komen. '
Mevrouw voegt toe: 'Mijn man is een doorzetter en we proberen samen zo goed mogelijk te leven'.
Meneer en mevrouw Jeuken
Een houten lepel in de mond om de pijn te verbijten
Mijn herinnering is uit 1950. Ik was 7 jaar en moest naar het Canisiusziekenhuis, want ik had een schimmel van een koe op mijn achterhoofd. Ik moest bestraald worden zodat de haren uitvielen. Gebeurde dat niet, dan zou de schimmel terugkomen. De haren rond de schimmel werden uitgetrokken. Ik kreeg een houten lepel in mijn mond om de pijn te verbijten.
Harry Remij
Zo moeder, zo dochter
Als klein meisje wilde ik al verpleegkundige worden. Mijn moeder was gediplomeerd verpleegkundige in het Canisius en heeft mij er vroeger veel over verteld. Natuurlijk waren het toen hele andere tijden dan toen ik in 1980 met mijn opleiding in het mooie pand aan de St. Annastraat begon. Wat een leuke tijd was dat.
In 1982 liep ik stage op zuigelingen. Daar is de eerste foto gemaakt.
Ook mijn moeder had de kraamaantekening. Op de tweede foto uit 1958 staat zij rechtsonder. Hoe bijzonder om haar aan het werk te zien.
Nu werk ik alweer bijna 15 jaar met veel plezier op de pijnpoli. CWZ is echt mijn ziekenhuis.
Carol Janssen


Van Afghanistan naar Canisius vanwege typhus
In september 1967 was ik op doorreis in Kabul Afghanistan. Omdat ik ziek werd, besloot ik terug te reizen naar Nederland. Eind oktober kwam ik thuis met zware koorts. De huisarts liet mij opnemen in het St. Canisiusziekenhuis, waar na enige dagen geconstateerd werd dat ik typhus had opgelopen in het Oosten. Met bed en al werd ik door de ziekenhuistuin naar de bacteriologische afdeling aan de Verlengde Groenewoudseweg gereden. Daar kwam ik in de groene barakken terecht, alleen op een kamer. Van de eerste week herinner me weinig omdat ik in coma was. Ik heb de hele maand november in het ziekenhuis gelegen. Gelukkig kwam mijn lichaamskracht snel weer terug.
Anne Visser
60-jarig huwelijksfeest in Canisius in 1970
Dit zijn mijn Opa en Oma toen ze 60 jaar getrouwd waren in 1970. Oma lag in het Canisius en daar hadden we feest. Het haalde zelfs de krant !
Marian van Wezel


Claustrofobie in kantelbed van 1986
In 1986 ben ik aan de rug geopereerd door dr. Van Edixhoven. Omdat ik niet mocht bewegen, kwam ik in een zogeheten kantelbed te liggen. Het was een zeer smal bed. Ik werd 2 x per dag gekanteld: eerst werd er dan een klep vastgeschroefd bovenop mij, daarna werd het bed gedraaid. Zo kon mijn rug gewassen worden en gelucht.
Eén keer kreeg de verpleegkundige de schroeven niet open. Aangezien ik claustrofobisch ben, raakte ik in paniek. Er kwam een broeder bij die het wél lukte. In het vervolg mocht alleen hij me kantelen.
Na circa 2 weken kwam ik in een zogeheten cirkelbed te liggen. Hierin moest ik leren staan. Dan werd het bed rond gedraaid, zodat ik met het bed op mijn rug op een plankje kon staan. Zodra ik dat 20 minuten volhield, mocht ik naar de gipskamer om een corset aan te meten.
Deze methode wordt inmiddels niet meer gehanteerd! Het was een zeer ingrijpend, maar gelukkig is het goed gekomen.
Jacqueline Bugter-Abbenbroek

Mijn ouders moesten voor het raam staan als ze op bezoek kwamen
Ik herinner me dat ik in 1963 of 1964 opgenomen was in de barak van het Canisiusziekenhuis aan de Verlengde Groenestraat. Ik was toen een jaar of negen en lag in een box voor een darminfectie. Een box verder lagen kinderen met geelzucht. Ik kreeg glucosewater en wortels en rijst. Ik tekende het eten dat ik lekker vond en hing dit boven mijn bed. Vanuit mijn bed keek ik uit op een barak, dat was een soort lab. Mijn ouders moesten buiten voor het raam staan als ze op bezoek kwamen. Helaas heb ik geen foto's van die ziekenhuisopname.
Ook heb ik in het oude CWZ gelegen toen ik 21 jaar was. 3 maanden achtereen was ik opgenomen, maar ik mocht de weekenden wel naar huis. Ondanks dat ik erg ziek was die tijd heb ik wel fijne herinneringen aan de verpleging en medepatiënten. Ik werd verwend wat eten betreft en had goede gesprekken met de verpleegkundigen. Ik kreeg allerlei darmonderzoeken en toch konden ze geen diagnose stellen. In het Radboudumc, waar ik naartoe ging voor een second opinion, werd na een darmoperatie de diagnose Ziekte van Crohn gesteld.
Dolinda van Hees-Blondé
CWZ voelde voor mijn vader als thuis
Mijn vader Ger Winters was jaren hartfalenpatiënt en moest de laatste jaren van zijn leven regelmatig naar het ziekenhuis voor controle of opname. Cardioloog dr. Lamferts was totdat hij met pensioen ging de dokter van mijn vader. Hij zei altijd, dat is toch zo'n fijne dokter, en ook over Kim en de medewerkers van de hartfalen poli niets dan lof.
CWZ voelde voor hem als thuis, al was hij natuurlijk liever thuis. CWZ is niet zo onpersoonlijk, goed gevoel gaf het hem. Mijn ouders wonen al meer dan 60 jaar dicht in de buurt van het ziekenhuis, dus was het voor mijn moeder ook makkelijk om er per bus te komen, want een bezoek sloeg zij niet over. Voor mij was het ook handig, ik heb 13 jaar met plezier gewerkt in CWZ, even tijdens de lunch naar mijn vadertje.
Ik weet dat ze op de afdelingen waar mijn vader lag, altijd zeiden: jouw vader is zo een vriendelijke goedlachse man, altijd vrolijk en aardig. Na aanleiding daarvan werd hem gevraagd of hij op de foto wilde voor de Dag van de patiënt. Hij vond dat geweldig, dat ze hem vroegen. Met alles wat mijn vader mankeerde, was hij nooit chagrijnig. Ondanks de goede zorg van iedereen is mijn vader in mei 2022 overleden.
Andy Visser-Winters

Kattenkwaad op de kinderafdeling
Ik hoorde dit verhaal altijd van mijn ouders. Als 2- of 3-jarige lag ik regelmatig op de kinderafdeling. Op een dag kwamen mijn ouders bij mij op bezoek op de kinderafdeling in het oude CWZ bij dokter Prick. De hele afdeling was aan het dweilen. 'Wat is er gebeurd?', vroegen ze. 'Nou uw dochter heeft knikkers in de gootsteen gegooid en de kraan open gezet.' Een ander verhaal is dat ik met mijn spijlenbed richting het raam was gehobbeld. Daar had ik met mijn kleine vingers de stopverf van het net nieuwe raam eruit gepeuterd . Gevolg: toen de zuster de kamer op kwam, lag de ruit er weer uit. Dus ik schijn ze wel bezig gehouden te hebben als peuter. Alsnog excuses hiervoor!
Daarna ben ik nog een keer in het Canisius geopereerd en in 1976 kwam ik er weer vanwege hoofdpijn.
Als 16-jarige werkte ik op zondag als maaltijdhostess op de klasse-afdeling. Daar kregen de patiënten nog een dienblaadje met zilveren thee- of koffiepotje voor het bezoek met twee koekjes erbij. Ik maakte het fruit voor ze schoon en perste sinaasappelsap. Ook kregen ze op de klasse-afdeling in de avond een warm of koud hapje erbij, netjes opgediend. Dat was echt niet het geval op de andere afdelingen. Het lag aan je ziektekostenverzekering. Op de klasse-afdeling hadden patiënten ook een 1- of 2 persoons kamer. Ze kregen echt een VIP-behandeling.
Gefeliciteerd met dit jubileum.
Karin Schouten
'Een overledene wegbrengen naar het mortuarium durfde ik niet'
'Ik was leerling van de verpleegstersgroep Oedipus, lichting november 1970. Op een avond had ik als derdejaars leerling nachtdienst op afdeling 19, neurologie. Er was een patiënt overleden. De hele verzorging (afleggen) van een dood iemand vond ik het allermoeilijkste van mijn werk in de verpleging. En dan het wegbrengen van de overledene naar een koelcel van het mortuarium in de kelder… Een barre ondergrondse tocht van de Groenestraat tot ergens bij de hoofdingang aan de Annastraat. Door donkere gangen, eerst een lichtknopje zoeken. Muizen en allerlei andere beestjes glipten of fladderden weg, langs heel veel dikke en dunne pijpleidingen. Gelukkig was mijn hoofd, meneer van Pinxteren, zo aardig een speciaal maatje voor mij te regelen: geneeskunde student Wil. Hij had een bijbaan op neurochirurgie en mocht mij helpen met deze “klus”. Zodoende kon ik mijn rillingen met iemand delen en is de overledene keurig op zijn plek gekomen. Chapeau voor de hoofden van afdeling 18 en 19 voor deze oplossing. Deze en unieke ervaring kreeg een bijzonder staartje. Wil is later met mij getrouwd!'
Oud-verpleegkundige Xan van den Bosch
Oorkonde voor 25 jaar Canisius aan de St. Annastraat
'Ik ben geboren op 19 december 1951 in het oude Canisiusziekenhuis. Mijn moeder kreeg die dag een “oorkonde”, die ze altijd heeft bewaard en nu in mijn bezit is. De oorkonde is opgerold met een origineel blauw lintje erom. Er staat: ter herinnering aan het 25-jarig bestaan van het Canisius Ziekenhuis 1926 - 1951. Ik vond dat een beetje vreemd omdat nu het 175-jarig bestaan gevierd wordt, dus ik ging op zoek naar het antwoord. Dat vond ik op de website. In 1926 verhuisde het Canisius naar de St. Annastraat. In 1951 werd dus het 25-jarig jubileum van het gebouw aan de Annastraat gevierd.'
Thea van Hest-Willemsen
Jonge jenever van thuis om te slapen
'Mijn vader is een van de eersten geweest die in het Canisiusziekenhuis geopereerd werd aan een hernia. Door dokter Walter als ik me goed herinner. Hij kwam twee dagen per week naar Nijmegen. Het moet ongeveer 58 jaar geleden zijn.
Mijn vader was een charmeur en had als bestuurder van de Nijmeegse Melkhandelarenbond nogal wat in de melk te brokkelen toentertijd. Na de operatie kon hij slecht slapen en hij vertelde aan de verpleegster, een non, dat hij thuis het beste slaapmiddel had. Mijn moeder en ik kwamen bij hem op bezoek en de zuster vroeg mij of wij bij het volgende bezoek een halve liter jonge jenever mee wilden brengen zodat mijn vader beter kon slapen. Mijn moeder en ik konden het niet geloven. Ik ben toen op zoek gegaan naar het afdelingshoofd om het te verifiëren. Bleek dat mijn vader het bij de dokter en verpleging voor mekaar had gekregen dat hij zijn eigen slaapdrankje mocht innemen.'
Wim de Grood
Katholieke verpleegster in protestants ziekenhuis
Dit verhaal heb ik gehoord, ik weet niet meer van wie. Een katholieke verpleegster wilde graag kinderverzorging doen. Maar het katholieke ziekenhuis had die opleiding niet, het Wilhelminaziekenhuis aan de Spaarbankstraat wel. Na veel gesoebat mocht ze daar de opleiding volgen. Ze vertelde dat ze het zo mooi vond als er op zondagochtend door iedereen psalmen werden gezongen in het trappenhuis. Dat hoorden de paters dominicanen van de Maria Geboorteparochie aan het Mariaplein. De verpleegster moest zich sindsdien regelmatig melden op de pastorie, om ervoor te zorgen dat ze niet overging naar het andere geloof. Maak er een mooi feest van!
Anton van der Meer
Ansichtkaarten van Canisiusziekenhuis uit 1948
Ik kreeg van mijn oudoom 2 oude ansichtkaarten waarop CWZ in 1948 te zien is. Hij kwam ze tegen op een rommelmarkt en gaf ze aan mij omdat ik in het ziekenhuis werk.
Els Schrader-Elings, klinisch secretaresse


Heeft u ook een bijzondere herinnering?
En wilt u deze delen? Klik dan op de knop hieronder en laat in het formulier uw verhaal, een mooie foto uit die tijd en uw gegevens achter.
