Margot Visser promoveert op rol vitamine K bij COVID-19

24 augustus 2026

Waarom wordt de ene patiënt ernstig ziek van COVID-19, terwijl een ander slechts milde klachten krijgt? Die vraag stond centraal in het promotieonderzoek van promovendus longziekten Margot Visser, die op 21 augustus 2026 promoveerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar onderzoek richtte zich op de mogelijke rol van vitamine K tijdens een ernstige COVID-19-infectie. De resultaten leverden nieuwe inzichten op in de processen die zich tijdens de ziekte in het lichaam afspelen en vormen een basis voor vervolgonderzoek.

Een tekort dat opviel

Toen COVID-19 begin 2020 de zorgwereld op zijn kop zette, was nog weinig bekend over het virus. Margot Visser: ‘We wisten niet goed waarom sommige mensen veel zieker werden dan anderen. Al vroeg in de pandemie zagen we dat veel ernstig zieke COVID-19-patiënten een tekort aan vitamine K hadden. Deze vitamine is niet alleen belangrijk voor de bloedstolling, maar ook voor het beschermen van longen, bloedvaten en andere elastische weefsels. Dat was de aanleiding om hier verder onderzoek naar te doen.’ Margot keek met haar collega’s naar bloedwaarden, genetische factoren en de mogelijke effecten van vitamine K-suppletie.

Tekort leek tijdens de ziekte te ontstaan

‘We zagen dat hoe groter het vitamine K-tekort was, hoe ernstiger het ziekteverloop vaak was. Uit aanvullend onderzoek bleek dat dit tekort waarschijnlijk niet al vóór de besmetting aanwezig was. Het leek juist tijdens de ziekte te ontstaan. Het lichaam gebruikt tijdens een ernstige infectie veel vitamine K om schade te herstellen en de bloedstolling in balans te houden. Daardoor blijft er mogelijk minder vitamine K over om longen en bloedvaten te beschermen.’ Ook onderzocht het team of genetische verschillen in de verwerking van vitamine K van invloed waren op het ziekteverloop. ‘De eerste resultaten geven aanwijzingen dat sommige mensen mogelijk beter beschermd zijn tegen afwijkingen in de bloedstolling. Dit vraagt om vervolgonderzoek.’

Veilig bijslikken

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was een klinische studie onder opgenomen COVID-19-patiënten. Veertig van hen kregen gedurende twee weken vitamine K2 of een placebo. ‘We konden aantonen dat vitamine K2 veilig was bij opgenomen COVID-19-patiënten en dat het vitamine K-gehalte in het lichaam verbeterde. We vonden echter geen duidelijk effect op de longschade. Omdat het om een relatief kleine, verkennende studie ging, kunnen we daar nog geen definitieve conclusies aan verbinden.’

Meer studies nodig

De resultaten laten zien dat vitamine K een rol lijkt te spelen tijdens ernstige infecties, maar dat nog niet bewezen is dat extra vitamine K ook leidt tot een beter herstel. ‘Ons onderzoek laat zien dat grotere studies nodig zijn om te bepalen of suppletie daadwerkelijk invloed heeft op herstel of ziekte-uitkomsten. Niet alleen bij COVID-19, maar ook bij andere infectieziekten. We hebben in elk geval laten zien dat het veilig is om extra vitamine K te slikken. Dat is een belangrijke eerste stap richting mogelijke nieuwe behandelstrategieën.’

Veel (inter)nationale aandacht

Het promotieonderzoek van Margot heeft bijgedragen aan een beter begrip van wat er tijdens een ernstige COVID-19-infectie in het lichaam gebeurt. De bevindingen kregen binnen Nederland en ook internationaal veel aandacht en vormden de basis voor vervolgonderzoek. ‘Het onderzoek heeft laten zien dat een regionaal ziekenhuis als CWZ een belangrijke bijdrage kan leveren aan wetenschappelijke vooruitgang. Tijdens de eerste coronagolf werkten zorgverleners, onderzoekers en het laboratorium intensief samen. Daardoor konden we snel waardevolle kennis verzamelen en delen.’

Promotietraject midden in de pandemie

‘Ik kreeg de kans om me volledig op het onderzoek te richten omdat COVID-19-onderzoek tijdens de pandemie prioriteit kreeg. De eerste twee jaar gingen razendsnel. De studies konden snel worden opgezet en uitgevoerd. Tegelijkertijd vroeg het veel inzet. Het gebeurde regelmatig dat ik ’s avonds laat weer naar het ziekenhuis ging om nieuw opgenomen patiënten te vragen mee te doen aan een studie.’ Die gesprekken maakten indruk op haar. ‘Deze mensen waren net in CWZ en vaak ernstig ziek. Juist daarom ben ik hen extra dankbaar dat ze wilden bijdragen aan het onderzoek. Zonder hun bijdrage hadden we deze kennis niet kunnen verzamelen.’ Het analyseren van de resultaten en het schrijven van het proefschrift kostten meer tijd. In totaal duurde het traject ruim vijf jaar. ‘Ik kijk er met veel plezier op terug. Het was een bijzondere en leerzame periode, met goede begeleiding, fijne samenwerkingen en een prettige werkomgeving.’

Dank

Margot kijkt met voldoening terug op het traject. ‘Ik wil iedereen in CWZ bedanken voor de prettige samenwerking. Vooral mijn copromotoren longarts Rob Janssen, internist Ton Dofferhoff, internist/klinisch-farmacoloog Kees Kramers en intensivist Jona Walk. Dit onderzoek was alleen mogelijk dankzij de inzet van veel collega's en patiënten. Samen hebben we kennis opgebouwd die hopelijk weer nieuwe stappen mogelijk maakt.’

20260821_Promotie_Margot_Visser_2Foto: Margot Visser tijdens haar promotie