Tweedelijns medicijnen

Behandelingen relapsing-remitting MS: voor de behandeling van MS is er een aantal medicijnen beschikbaar. Deze worden per injectie toegediend. Maar er zijn ook middelen die in de vorm van een tablet ingenomen kunnen worden.

Gilenya® (fingolimod)

Sinds 2012 kan de tablet fingolimod onder de naam Gilenya worden voorgeschreven voor relapsing-remitting MS. Het middel zorgt ervoor dat ontstekingscellen minder geneigd zijn de hersenen binnen te dringen. Gemiddeld neemt de kans op schubs af met ongeveer 50%, en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI scan van de hersenen. Soms ontstaat een vertraging van de hartslag bij inname van de eerste tablet. Daarom vindt de eerste inname onder bewaking met een hartmonitor plaats. Bij volgende tabletten lijkt dit geen probleem meer te zijn. Na enkele maanden behandeling is onderzoek door een oogarts noodzakelijk, wegens in zeldzame gevallen voorkomend macula-oedeem (vochtophoping achter het netvlies). Dit kan reden zijn de behandeling te stoppen. Ook bij fingolimod lijkt er een kans te zijn op PML. Vooralsnog wordt behandeling met Gilenya alleen vergoed als iemand niet heeft gereageerd op een volledige en geschikte behandeling met ten minste één eerstelijnsmedicijn of bij snel ontwikkelende ernstige relapsing-remitting MS.

Mavenclad® (cladribine)

Sinds 2018 is cladribine is beschikbaar in Nederland. Het middel is beschikbaar voor mensen met actieve MS. Dat wil zeggen dat er frequent aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) zijn en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI-scan en/of dat er plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel. Cladribine beïnvloedt de werking van het immuunsysteem en daardoor het ontstaan van nieuwe ontstekingen in de hersenen en het ruggenmerg.
Cladribine wordt in tabletvorm voorgeschreven. De behandeling bestaat uit twee kuren in twee jaar. De eerste kuur in het eerste jaar bestaat uit twee behandelweken. In de eerste behandelweek neemt u gedurende vier of vijf dagen de medicatie in. Na een maand volgt een tweede behandelweek met hetzelfde schema. De tweede behandelkuur volgt na een jaar, en is hetzelfde als de eerste behandelkuur. Na de start van behandeling is een groot deel van de patiënten vier jaar aanvalsvrij. Mocht er toch nog ziekteactiviteit zijn, dan zullen wij overwegen op een ander medicijn over te stappen. Cladribine mag niet gegeven worden aan mensen die HIV positief zijn, TBC of hepatitis hebben, mensen die kanker hebben, een ernstige nierfunctiestoornis, vrouwen die zwanger zijn of vouwen die borstvoeding geven. De meest voorkomende bijwerkingen zijn verlaagd aantal witte bloedlichaampjes, herpes infecties en huiduitslag. Zeer zelden worden ernstigere bijwerkingen gezien, zoals ernstige infecties (bij TBC), of kanker. Er zal met regelmaat bloedcontrole plaats vinden tot een half jaar na de laatste gift.

Tysabri® (natalizumab)

Natalizumab is in 2006 onder de naam Tysabri in Europa goedgekeurd voor de behandeling van relapsing-remitting MS. Het werkt waarschijnlijk door de hersenen af te sluiten voor ontstekingscellen uit de bloedbaan. Gemiddeld neemt de kans op schubs af met een kleine 70%, tevens komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen. Het wordt eens per vier weken per infuus toegediend. Vanwege de kans op een ernstige virusinfectie van de hersenen: progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) wordt het middel niet direct bij alle mensen met MS aangeraden. PML wordt veroorzaakt door het JC-virus. Dit, normaalgesproken onschuldige, virus is bij meer dan de helft van de gezonde bevolking in het lichaam aanwezig. Bij gebruikers van Tysabri kan dit virus wél ziekte veroorzaken. Daarom wordt vóór een behandeling met Tysabri gekeken of het JC-virus in het lichaam aanwezig is. Als dat niet het geval is, is de kans op PML bij behandeling met Tysabri extreem laag. Uw bloed zal regelmatig gecontroleerd worden (ongeveer 1x per 6 maanden), omdat het virus via de lucht wordt overgedragen. Als u drager bent van het JC-virus, kan de kans op PML oplopen van 3- 10 % bij een behandelduur van meer dan twee jaar. PML leidt bij gebruikers van Tysabri in de meerderheid van de gevallen tot (ernstige) neurologische uitvalsverschijnselen en in ongeveer 20% tot overlijden. De voor- en nadelen van deze behandeling bij dragers van het JC-virus moeten dan ook zeer nauwkeurig worden afgewogen. De neurologische controles tijdens de behandeling zijn dan ook intensief.

Ocrevus® (ocrelizumab)

Ocrelizumab is sinds 2018 beschikbaar in Nederland. Het middel ocrelizumab is beschikbaar voor mensen met een actieve MS. Dat wil zeggen dat er frequent aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) zijn en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI -scan en/of dat er plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel.
Ocrelizumab is het eerste medicijn dat ook een -zij het bescheiden- effect kan hebben bij mensen met vroege primair progressieve MS (PPMS). Een voorwaarde is wel dat er tekenen zijn van actieve ziekte op de MRI-scan en er geen ernstige invaliditeit is. Ocrelizumab zorgt ervoor dat het immuunsysteem wordt aangepast door een bepaald type witte bloedlichaampjes (de zogenaamde B-cellen) uit het lichaam te verwijderen.  Hierdoor komen er minder ontstekingscellen bij de hersenen en het ruggenmerg. Ocrelizumab wordt gegeven via een infuus op de dagbehandeling van het CWZ. De eerste keer wordt de dosering over 2 giften verdeeld, met een interval van 2 weken, daarna halfjaarlijks. Gedurende enkele uren loopt het medicijn in en vindt er regelmatig controles plaats tot 1 uur na de gift. De meest voorkomende bijwerkingen zijn huiduitslag, jeuk, griepachtige verschijnselen (zoals hoofdpijn, koorts, vermoeidheid), herpesinfecties, en (bovenste luchtweg-) infecties. Voorafgaand aan elke gift zal er bloedcontrole plaatsvinden.

Ofatumumab (kesimpta®)

 

Ofatumumab is sinds 2022 beschikbaar in Nederland. Het middel ofatumumab is beschikbaar voor mensen met een actieve MS. Dat wil zeggen dat er frequent aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) zijn en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI -scan en/of dat er plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel. Ofatumumab zorgt ervoor dat het immuunsysteem wordt aangepast door een bepaald type witte bloedlichaampjes (de zogenaamde B-cellen) uit het lichaam te verwijderen.  Hierdoor komen er minder ontstekingscellen bij de hersenen en het ruggenmerg.  Ofatumumab kan door patiënten eens per maand zelf subcutaan (onderhuids) worden toegediend met behulp van een auto-injector. Dit betekent dat men dit thuis kan doen.  De meest voorkomende bijwerkingen zijn: infectie van de bovenste luchtwegen. Reacties op de injectieplaats, reacties in verband met de injectie, zoals koorts, hoofdpijn, spierpijn, koude rillingen en moeheid. Infecties van de urinewegen. Elke zes maanden zal er bloedcontrole plaats vinden.

 

Lemtrada® (alemtuzumab)

Alemtuzumab is het werkzame bestanddeel van Lemtrada, dat gebruikt wordt voor de behandeling van actieve relapsing remitting MS. Alemtuzumab bindt zich aan een bepaald eiwit, dat zich op witte bloedcellen bevindt, waardoor deze bloedcellen worden vernietigd. Hierdoor wordt de ziekteactiviteit geremd. Alemtuzumab wordt in twee kuren via een infuus toegediend. Bij de eerste kuur krijgt de patiënt één infuus per dag op vijf achtereenvolgende dagen. Na een jaar volgt de tweede kuur en krijgt de patiënt één infuus per dag op drie achtereenvolgende dagen. Uit onderzoek blijkt dat patiënten die werden behandeld met alemtuzumab tot ongeveer 70% minder schubs en minder (nieuwe) afwijkingen op de MRI-hersenen krijgen. Bij het toedienen van het infuus hebben veel patiënten bijwerkingen, zoals hoofdpijn, misselijkheid, koorts, huiduitslag en vermoeidheid. Ook is er een verhoogd risico op infecties (vooral bovenste luchtweg- en urineweginfecties). Tijdens de kuren moeten de patiënten dan ook aanvullende medicatie krijgen om bijwerkingen te voorkomen of te verminderen. Bovendien is er, tot 4 jaar na het laatste infuus, een verhoogd risico op het ontwikkelen van ziektes die te maken hebben met ontregeling van het afweersysteem ('auto-immuunziekten'), waarbij het lichaam antistoffen maakt tegen lichaamseigen weefsel. Het meest komen antistoffen tegen de schildklier voor, waardoor deze te snel of te traag gaat werken en er medicijnen gegeven moeten worden. Zeldzaam zijn antistoffen tegen bloedplaatjes en nieren.

Mayzent® (siponimod)

Sinds 2021 kan siponimod worden voorgeschreven aan patiënten met de secundair progressieve vorm van multipele sclerose (SPMS). Siponimod is bedoeld voor patiënten die naast de progressie ook aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) doormaken en/of nieuwe witte stofafwijkingen op de MRI-hersenen hebben. Siponimod zorgt ervoor dat een deel van de witte bloedcellen (Lymfocyten) zich niet meer vrij door het lichaam heen bewegen maar zich met name op bepaalde plekken (de lymfeklieren) bevinden. Dit zorgt ervoor dat het aantal aanvallen van het afweersysteem op de hersenen en het ruggenmerg wordt verminderd.
Siponimod is een tablet die 1x per dag via de mond wordt ingenomen. In de eerste week wordt de dosis langzaam opgevoerd. Voor de start van dit medicament wordt uw bloed nagekeken, een hartfilmpje (ECG) gemaakt, een afspraak bij de huidarts (dermatoloog) geregeld en eventueel bij vrouwen een uitstrijkje verricht via de huisarts. De meest voorkomende bijwerkingen van siponimod zijn hoofdpijn, een verhoogde bloeddruk, een verlaagde hartslag en verhoogde leverwaardes.
Regelmatig vindt er bloedcontrole plaats.
Vooralsnog wordt behandeling met siponimod alleen vergoed als iemand niet heeft gereageerd op een volledige en geschikte behandeling met ten minste één eerstelijnsmedicijn.

Methylprednisolon kuur

De behandeling bestaat uit een hoge dosering ontstekingsremmende stof (methylprednisolon) die gedurende drie dagen per infuus wordt toegediend. Het belangrijkste resultaat hiervan is dat de schub-verschijnselen sneller afnemen, het uiteindelijk herstel van de schub is niet anders dan bij onbehandelde patiënten. De bijwerkingen van een methylprednisolon kuur vallen in het algemeen mee en lijken niet op de bijwerkingen die optreden bij chronisch gebruik van prednisolon. Veel patiënten ervaren een wat opgejaagd gevoel en kunnen slecht slapen tijdens de behandeling. Ook ervaren velen een metaalachtige smaak in de mond. Soms treden hartkloppingen op.