Eerstelijns medicijnen

Behandelingen relapsing-remitting MS: voor de behandeling van MS is er een aantal medicijnen beschikbaar. Deze worden per injectie toegediend. Maar er zijn ook middelen die in de vorm van een tablet ingenomen kunnen worden.

Ponvory® (Ponesimod)

Sinds 2022 kan ponesimod worden voorgeschreven. Ponesimod is bedoeld als eerstelijnsbehandeling voor volwassen patiënten met relapsing multiple sclerose (RRMS). Zowel RRMS als SPMS-patiënten met actieve ziekte vallen hieronder. Ponesimod zorgt ervoor dat een deel van de witte bloedcellen (Lymfocyten) zich niet meer vrij door het lichaam heen bewegen maar zich met name in de lymfeklieren bevinden. Het middel heeft als doel het aantal aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) van het afweersysteem op de hersenen en het ruggenmerg te verminderen.
Het is een eenmaal daagse tablet die met en zonder voedsel ingenomen kan worden en veelal  in de thuissituatie gestart kan worden. In de eerste 14 dagen wordt de dosis langzaam opgevoerd. Voor start van ponesimod wordt uw bloed nagekeken en een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Op indicatie wordt een afspraak bij de huidarts (Dermatoloog) en oogarts geregeld. De meest voorkomende bijwerkingen van ponesimod zijn verlaagde hartslag, verkoudheid, een verhoogde of juist verlaagde bloeddruk, verhoogde leverwaardes en een daling van een deel van de witte bloedcellen (Lymfocyten). Tijdens het gebruik van ponesimod vindt er regelmatig controle van uw bloed en uw bloeddruk plaats.

 

Avonex®, Betaferon®, Plegridy®, Rebif® (interferon-bèta)

Interferon is een lichaamseigen eiwit, dat in iets gewijzigde vorm in vier verschillende preparaten beschikbaar is (Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif). Alle vier de preparaten kunnen worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. Alleen Avonex, Betaferon en Rebif kunnen worden voorgeschreven bij mensen die voor de eerste keer symptomen hebben gehad die wijzen op een hoog risico op het ontwikkelen van MS (CIS). Interferon beïnvloedt de werking van het afweersysteem en het ontstaan van ontstekingen in de hersenen. Je ziet minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen. De onderlinge verschillen in werkzaamheid zijn gering. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af. Ook mét interferon krijgen veel patiënten nog schubs. Alle vier de preparaten worden per injectie toegediend. Hoe vaak de injecties moeten worden gegeven en op welke wijze (onderhuids of in een spier) verschilt per middel. Veel patiënten krijgen een geïrriteerde huid rond de injectieplaats. Na de injectie hebben veel patiënten enige tijd last van een 'griepachtig beeld' met hoofdpijn, rillerigheid (soms koorts), minder energie en spierpijn. In het algemeen treden deze bijwerkingen na enkele weken tot maanden steeds minder vaak op. Bij sommige patiënten maakt het lichaam antistoffen tegen interferon-bèta aan, waardoor deze minder goed werkt. Dit gebeurt meestal pas nadat interferon-bèta meer dan een jaar gebruikt wordt. Een bloedonderzoek kan uitwijzen of iemand deze antistoffen heeft.

Copaxone® (glatirameer-acetaat)

Glatirameeracetaat is verkrijgbaar onder de naam Copaxone. Copaxone kan worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS en bij mensen die voor de eerste keer symptomen hebben gehad die wijzen op een hoog risico op het ontwikkelen van MS (CIS). Het is een mengsel van kleine eiwitten, dat vermoedelijk de werking van het afweersysteem beïnvloedt en daarmee de kans op ontstekingen in de hersenen vermindert. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af, en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen. Het wordt per onderhuidse injectie toegediend, dagelijks 20 mg, of driemaal per week 40 mg. Rond de injectieplaats kan irritatie van de huid ontstaan. De 'griepachtige verschijnselen', zoals die bij interferon-bèta worden gezien, treden niet op. Wel ervaart een deel van de gebruikers na de injectie soms verschijnselen die lijken op een opvlieger. Ook worden huidafwijkingen op de injectieplaats gezien, zoals roodheid, zwelling en soms verlies van onderhuids vetweefsel. Voor zover bekend is de kans klein dat het lichaam antistoffen aanmaakt, die de werking verminderen.

Zeposia® (ozanimod)

Sinds 2021 kan Ozanimod worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS (RRMS). Ozanimod zorgt ervoor dat een deel van de witte bloedcellen (Lymfocyten) zich niet meer vrij door het lichaam heen bewegen maar zich met name in de lymfeklieren bevinden. Het middel heeft als doel het aantal aanvallen (exacerbaties, schubs, relapses) van het afweersysteem op de hersenen en het ruggenmerg te verminderen.
Ozanimod is een capsule die 1x per dag via de mond wordt ingenomen. In de eerste week wordt de dosis langzaam opgevoerd. Voor start van ozanimod wordt uw bloed nagekeken en een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Op indicatie wordt een afspraak bij de huidarts (Dermatoloog) geregeld en bij vrouwen een uitstrijkje via de huisarts. De meest voorkomende bijwerkingen van ozanimod zijn verlaagde hartslag, verkoudheid, een verhoogde of juist verlaagde bloeddruk, verhoogde leverwaardes en een daling van een deel van de witte bloedcellen (Lymfocyten). Tijdens het gebruik van ozanimod vindt er regelmatig controle van uw bloed plaats.

Tecfidera® (dimethylfumaraat)

Sinds 2014 kan dimethylfumaraat (Tecfidera) worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. De manier waarop dimethylfumaraat werkt is onbekend. Er zijn wel aanwijzingen dat het de werking van het afweersysteem verandert, waardoor er minder schubs ontstaan. De effectiviteit is vergelijkbaar met die van interferon-bèta en glatirameeracetaat. Er komen minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen en minder schubs. Medicijnen met de werkzame stof dimethylfumaraat worden al jaren gebruikt bij de behandeling van de huidziekte psoriasis. Daardoor zijn we goed op de hoogte van de veiligheid op de lange termijn. De meest voorkomende bijwerkingen zijn blozen ("flushing"). Vaak gaat dit gepaard met een warm gevoel of jeuk en maag-darmklachten (diarree, misselijkheid, maagpijn). Deze bijwerkingen komen vooral de eerste maanden van de behandeling voor. Minder vaak komen daling van witte bloedcellen en toename van leverenzymen in het bloed voor. Bij een te laag gehalte aan witte bloedcellen (met name lymfocyten) bent u vatbaarder voor (vooral) virale infecties. Soms is het dan beter de behandeling te stoppen. Sinds 2014 zijn er bij vijf mensen met MS bij langdurig Tecfidera gebruik progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) vastgesteld. PML is een zeldzame, ernstige infectie van de hersenen met het JC virus die kan leiden tot ernstige invaliditeit of overlijden. Het risico op PML bij Tecfidera is zeer klein en komt voornamelijk voor bij mensen met een laag lymfocytengehalte in het bloed. Uw bloedwaardes worden hierop regelmatig gecontroleerd.

Aubagio® (teriflunomide)

Sinds 2014 kan teriflunomide (Aubagio) worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. Teriflunomide is afgeleid van een medicijn dat gebruikt wordt bij de behandeling van reuma. Teriflunomide vermindert het uitgroeien van een bepaald type witte bloedcellen die een rol spelen bij het ontstekingsproces bij MS. Hierdoor zijn er minder schubs en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI scan van de hersenen. De effectiviteit is vergelijkbaar met de al jaren gebruikte medicijnen interferon-bèta en glatirameeracetaat. De voornaamste bijwerking die u zelf kunt merken is dat in de eerste maanden het haar tijdelijk dunner wordt. Een niet vaak voorkomende bijwerking is dat in het bloed de witte bloedcellen dalen en de leverenzymen stijgen. Daarom wordt het eerste half jaar regelmatig uw bloed gecontroleerd.