Vraag het de IC-verpleegkundige
‘We zaten in het verleden misschien iets teveel op ons eigen IC-eiland’, bekennen Lonneke Kerkhoff en Jean-Pierre Broos. ‘Met alle plezier komen we daar vanaf om kennis en ervaring te delen met de afdelingen.’ Beide IC-verpleegkundigen vervullen samen met een aantal ervaren collega’s de rol van consulterend IC-verpleegkundige. De functie, opgezet door Broos en collega Anjo Scheltinga (inmiddels vertrokken), bestaat ruim een halfjaar. Is er behoefte aan?
Waarom is dit initiatief opgezet?
Jean-Pierre: ‘De gedachte was en is dat er soms verpleegtechnische handelingen nodig zijn, waar het team van een verpleegafdeling hulp bij kan gebruiken. Bijvoorbeeld omdat op een bepaald moment de ervaren krachten van het eigen afdelingsteam bezet zijn. Of omdat de handeling maar weinig voorkomt en waarover de teamleden zich niet helemaal zeker voelen. In zulke gevallen kunnen wij adviseren of de taak eenmalig overnemen. Door onze kennis over te dragen, helpen we de teams. En verbetert de kwaliteit van de zorg, dat voorop.’
Lonneke: ‘Misschien goed om daarbij wel enkele misverstanden uit de wereld te helpen. Om te beginnen zijn we er niet om een avondhoofd of andere ervaren krachten overbodig te maken. Iedereen houdt uiteraard z’n eigen taken. We springen alleen bij als het echt nodig is en we anderen een dienst kunnen bewijzen. Maar: we zijn niet op afroep beschikbaar, want we moeten het kunnen inpassen binnen onze IC-werkzaamheden. Dat kan betekenen dat er even gewacht moet worden. Tot slot: het moet wel om handelingen gaan die de afdeling zelf werkelijk niet kan doen op dat moment. Ons inschakelen voor algemene klusjes is niet de bedoeling.’
Voor welke taken zijn jullie in het eerste halfjaar gevraagd?
Jean-Pierre: ‘Bijvoorbeeld voor het diep uitzuigen van de luchtpijp bij mensen die erg benauwd zijn. Of het afnemen van bloed via centraal veneuze lijnen. Intraveneus medicijnen toedienen komt ook voor. Verder bezoeken we op eigen initiatief alle patiënten die langer dan 48 uur op de IC hebben gelegen en vervolgens naar een afdeling zijn gegaan. Deze groep is vaak nog kwetsbaar. Er wordt op de verpleegafdeling goed op hen gelet, maar de zorg is er toch minder een-op-een dan op
de IC. Door hen te bezoeken en met het afdelingsteam te overleggen, kunnen we soms voorkomen dat iemand terug moet naar de IC. Beter voor de patiënt en je houdt een IC-bed vrij voor een andere patiënt.’
Hoe vaak werd jullie hulp ingeroepen?
Lonneke: ‘De aantallen zijn jammer genoeg nog laag. In zes maanden tijd zijn we ongeveer honderdvijftig keer opgeroepen. Vijfentwintig keer bezochten we een patiënt die vanaf de IC naar een afdeling was verhuisd. We denken dat de bekendheid van de consulterend IC-verpleegkundigen nog erg laag is en bovendien is men er niet aan gewend.’
Of er is goed nieuws: men kan het zelf en dus is er weinig vraag naar jullie expertise…
Lonneke: ‘Dat kan ook, dat kunnen we niet beoordelen. Dat zou alleen maar goed zijn.’
Jean-Pierre: ‘Veel teams schakelen ongetwijfeld als het nodig is de ervaren krachten van de naastgelegen afdeling in. Of bellen het avondhoofd.’
Blijft deze consulterende rol bestaan?
Lonneke: ‘We gaan er zeker mee door. Het heeft toegevoegde waarde. Dat bleek ook uit het onderzoek dat ik in het kader van mijn opleiding tot IC-verpleegkundige deed naar deze functie. Het mag alleen wel wat bekender worden. Dus: voor verpleegtechnische vragen, bel toestel 7559!’
Jean-Pierre: ‘Als we onze kennis en ervaring kunnen delen, is dat gunstig voor alle betrokkenen. En wie weet helpt het ons ook nog af van dat in het verleden gegroeide ‘eilandgevoel’.







