Navigatie:

U bent hier:



Verpleegkundige Anne Arts

Verpleegkundige Anne Arts

Anne Arts is verpleegkundige op C14, neurologie. De keuze voor de afdeling was geen welbewuste, ze is er zogezegd ingerold. Via vakantiewerk en vervanging van zieke collega’s. Inmiddels werkt ze er 4 jaar met hart en ziel. Al geeft ze schoorvoetend toe dat een chirurgische afdeling ook wel trekt. Maar vooralsnog blijft ze en volgt zelfs de verpleegkundige vervolgopleiding neurologie. ‘Mensen onderschatten het werk hier, zien het als het voorportaal voor het verpleeghuis. Maar het is meer dan dat. Buiten de CVA-patiënten liggen er jonge MS-patiënten en mensen met Parkinson of een oncologische aandoening. Een tijd geleden hadden we zelfs een patiënt met Creutzfeldt-Jacob. Dat maakte enorme indruk.’

Wilde deze Arts altijd al verpleegkundige worden?

‘Ja, dat stond al vroeg op één. Toen ik dertien was ben ik eens opgenomen geweest op de kinderafdeling in het CWZ. Maar dat had toen al geen invloed meer op mijn keuze. Die stond vast. Toen ik klaar was met mbo-verpleegkunde was het nog moeilijk om een baan te vinden. Ik had zelfs last van concurrentie van klasgenoten. Toen ik hier net werkte, dacht ik wel ‘ik leer het nooit’. Maar nu gaat het goed; het vak ligt me en het team is geweldig leuk.’

Welke bijzondere gebeurtenis op deze afdeling staat je bij?

‘Mijn allereerste reanimatie. Dat was met Kerst tijdens de avonddienst. Ik vond een tachtigjarige patiënte op de vloer en zag meteen dat het goed mis was. Dan weet je niet hoe snel je op de noodbel moet drukken. Collega’s komen aangevlogen en voor je het weet staat het reanimatieteam daar. Gelukkig hielp het en kwam de patiënte er goed uit. Het gaf me wel te denken over reanimatie. Het is wel een issue, ook onder verpleegkundigen. Want je weet welke risico’s het reanimeren met zich meebrengt. Niet elke patiënt komt er zo goed uit.’

Hoe hou jij je hoofd koel?

‘Ik heb moeten leren eerst tot tien te tellen als de situatie daarom vraagt. Een mondige opstelling vind ik op zich prima. Maar soms komen mensen te snel met oordelen zonder dat ik de kans krijg het een en ander uit te leggen. Familieleden bijvoorbeeld kunnen wel eens verontwaardigd zijn wanneer ze ons in de teamkamer een boterham zien opeten. Alsof we niets te doen hebben. Ze zien niet die uren van hollen en helpen die daaraan voorafgaan.  Dan moet ik ze even laten uitrazen en mijn eigen impuls om te reageren onderdrukken. Dat lukt gelukkig steeds beter.‘


Zoek een aandoening

Lees onze nieuwsbrief
Lees onze nieuwsbrief
Koop een bloemetje
Koop een bloemetje
De gastvrouw helpt graag
De gastvrouw helpt graag
Bezoek onze buitenhof
Bezoek onze buitenhof
Een Santeon ziekenhuis