Nurse practitioner Harold Fliervoet
Afstudeerscripties en eindverslagen belanden vaak in een kast of een bureaula. De conclusies die ze bevatten, zijn niet altijd bruikbaar in de praktijk, of worden over het hoofd gezien. Harold Fliervoet is blij dat dat niet geldt voor de scriptie waarmee hij in augustus afstudeerde als nurse practitioner oncologie. Mede dankzij zijn onderzoek is de nazorg aan mensen die worstelen met de bijwerkingen van chemo- of immunotherapie verbeterd. Een interview over de bereikte resultaten en het vak van NP'er.
Welke loopbaan ging aan je nieuwe functie vooraf?
‘Ik volgde de inservice opleiding tot verpleegkundige en kwam daarna vrij snel op de oncologieafdeling terecht. Het beviel me, ik ben er gebleven. In de jaren negentig hielp ik onder meer mee om ZiekenhuisVerplaatste Zorg op te zetten. Dat was iets nieuws: patiënten thuis specialistische oncologische zorg aanbieden, wat hen een gang naar het ziekenhuis scheelde. In die tijd heb ik de vervolgopleiding gedaan voor oncologieverpleegkundige en de specialisatie hematologie. Een tijdje had ik ook leidinggevende taken, maar dat is niet mijn ding. Al dat regelwerk... Ik wil met de patiënten in contact blijven.
In 2005 kreeg ik de kans om nurse practitioner te worden. Daar ben ik voor gegaan. Het gaf me de mogelijkheid m'n werkzaamheden te verbreden en te verdiepen. Bij een NP' er komen verpleegkundige en medische kennis en taken bij elkaar.'
Verpleegkundige én dokter?
' Ik ben wel verpleegkundige, maar geen arts. Daarvoor weet ik te weinig van het totale medische plaatje. Maar ik heb inmiddels wel de nodige kennis en ervaring opgedaan wat betreft de specifieke medische onderwerpen die relevant zijn voor mijn werk. En als ik iets niet weet, ben ik me daar ook van bewust en roep ik tijdig de hulp in van een oncoloog.'
Je afstudeerproject heette ' Zorg voor nazorg'. Was de nazorg een zorgenkindje?
'Er zijn altijd verbeteringen mogelijk. In dit geval ging het om de nazorg aan mensen met kanker die tijdens de behandelperiode thuis tegen problemen aanlopen. Hun therapie veroorzaakt vaak bijwerkingen. Bijvoorbeeld koorts, diarree of misselijkheid. In het verleden was het advies dat deze mensen kregen niet altijd eenduidig. Wanneer wacht je bij koorts nog even af? Hoe misselijk is iemand precies, hoe kom je daar achter en wat zijn dan precies de mogelijkheden om er iets tegen te doen? De antwoorden op dat soort vragen hebben we inmiddels vastgelegd in beslisbomen, waarmee we nu in de praktijk werken. Zo worden de vragen eenduidig geïnterpreteerd en kunnen we vervolgens helder, snel en goed adviseren.
Verder is er een telefonisch spreekuur ingesteld, waar mensen van thuis uit hun vragen kunnen neerleggen. Die vragen worden verzameld en vervolgens met de oncoloog besproken. Daarna krijgt de vragensteller antwoord van ons. Dat systeem werkt beter en sneller dan wanneer patiënten individueel bellen om de oncoloog te spreken te krijgen. Voor de oncologen werkt dat ook prettiger.'
Wat zijn je taken als kersverse NP’er?
‘Ik heb onder meer een rol bij de zorg aan patiënten die vanwege bijwerkingen van hun therapie naar het CWZ zijn doorverwezen. Ze komen meestal binnen op de SEH, waar ik dan naartoe ga. Ik heb veel ervaring met deze patiënten en met de zorg die ze nodig hebben en heb ook de noodzakelijke medische kennis paraat.
Daarnaast hou ik spreekuur voor mensen met borstkanker die aanvullend worden behandeld, met als doel dat de ziekte niet terugkeert. De mammapoli is er voor het chirurgische deel, mij zien ze dus daarna. Daar gaat wel een bezoek aan de oncoloog aan vooraf, want die bepaalt het beleid. Tijdens het behandeltraject komen ze bij mij voor verdere verpleegkundige en medische zorg. Ontwikkelingen in de zorg voor de patiënten met borstkanker worden besproken binnen het multidisciplinaire mammateam.
Belangrijk is ook dat ik de vakliteratuur goed bijhoud. Je moet weten wat er speelt en waarom beleid op een bepaald moment verandert. Wetenschappelijk onderzoek staat ook op mijn lijstje. En er zullen nog wel meer taken bijkomen.'
Hoe voelt het?
'Als een vis in het water. Zoals ik al zei, de directe patiëntenzorg, dat is absoluut mijn ding. Ik ben blij dat het goed loopt. De opleiding betekende twee jaar keihard werken. Maar het was de moeite waard. Er zijn taken verschoven, op zo’n manier dat het meerwaarde oplevert. Want de komst van een NP'er is niet alleen belangrijk omdat het bij de medisch specialist tijd oplevert: het levert ook extra kwaliteit voor de zorg op. Daar is iedereen hier enthousiast over, hoor ik terug. Interne geneeskunde leidt inmiddels een nieuwe, tweede NP'er op. Dat zegt toch iets.'







