Navigatie:

U bent hier:



Moleculair bioloog Corné Klaassen

Moleculair bioloog Corné Klaassen

Waarom zijn alle levende wezens verschillend? Wat maakt dat bepaalde soorten en rassen toch altijd bepaalde eigenschappen en kenmerken blijven delen? Wat het biologische deel van het antwoord betreft, gaat het om desoxyribonucleic acid, kortweg DNA. Moleculair bioloog Corné Klaassen is er door gefascineerd. Zelfs ’s avonds thuis duikt hij met plezier nog even in de ‘moleculaire trukendoos’ om al puzzelend nieuwe toepassingsmogelijkheden uit te werken. Een interview met een van de weinige mensen die ooit zijn eigen DNA zag.

Gokje: als klein jongetje legde u oorwurmen en pissebedden onder een microscoop…

‘Ik had op de lagere school al een microscoop waarmee ik bijen en dergelijke bestudeerde. Later leerde ik bij biologie welke fantastische dingen je allemaal nog meer kunt onderzoeken. Al snel maakte ik kennis met erfelijkheidsleer. Fascinerend hoe verschillend we allemaal zijn. Tegelijk blijven juist ook bepaalde typische kenmerken geconserveerd. In het begin snap je niet wat daarachter schuilgaat. Daarna leerde ik over de blauwdruk van het leven: DNA. Dat boeide mij enorm. Ik ging biologie studeren en specialiseerde mij in het moleculaire deel van het vakgebied.’

Wat heeft de patiëntenzorg van het CWZ aan moleculaire biologie?

‘Ik werk vooral voor medische microbiologie en het klinisch chemisch lab. Voor een klein deel ook voor de overige labs. Steeds gaat het er om op DNA-niveau medische zaken te kunnen aantonen of ze juist te kunnen uitsluiten. Voor het KCL gaat het vooral om bepaalde mutaties in het DNA, waarvan bekend is dat ze aan een ziekte zijn gerelateerd. Zo zijn er bijvoorbeeld DNA-afwijkingen gekoppeld aan taaislijmziekte. Toon je die mutaties aan en klopt de uitkomst met het klinisch beeld, dan heb je de diagnose. Bij erfelijke ziekten is zo’n ontdekking vanzelfsprekend ook belangrijk voor familieleden van een patiënt. Een ander voorbeeld van DNA-onderzoek dat we hier doen is een vaderschapstest.
Bij medische microbiologie gaat het vooral om het herkennen van schimmels en bacteriën. Zo kun je op basis van DNA bijvoorbeeld de diagnose ‘tuberculose’ stellen.’

Waar liggen de meeste uitdagingen op u te wachten?

‘Bij medische microbiologie worden schimmels en bacteriën meestal nog op de klassieke manier ‘gekweekt’. Dat kost menskracht, tijd en geld. Als je de moleculaire structuur van een bacterie volautomatisch in een machine kunt laten matchen met een bacterie die je al kent, omdat de kenmerken identiek zijn, heb je het bewijs ook. Alleen sneller en goedkoper. Door een dergelijke test te automatiseren sluit je de kans op menselijke fouten vrijwel uit. De vindingen op dit terrein volgen elkaar in snel tempo op. ‘We doen weer een greep in de moleculaire trukendoos’, zeg ik vaak tegen de analisten. Daar kunnen we steeds leukere dingen uithalen.’

Nog een interessante patentaanvraag in aantocht?

‘We werken aan een nieuwe methode om een groot deel van de huidige analysemethoden gewoon over te kunnen slaan. Voor klinische chemie bestaat zoiets al, maar als we dit ook kunnen vertalen naar de microbiologie dan hebben we iets unieks in handen. In dat geval zou ik zeker patent aan willen vragen.’

Ooit uw eigen DNA gezien?

‘Ja. Voor een bepaalde test hadden we een keer vrijwilligers nodig en toen heb ik zelf ook materiaal afgestaan. De test ging over overgevoeligheid voor een stof die je tijdens een bepaald type chemokuur krijgt toegediend. Eén procent van de mensen is overgevoelig. Ik ook, zo bleek. Mocht ik ooit een tumor krijgen, dan weet ik dus dat ze mij niet met middel X moeten behandelen.’

U bent eigenlijk maar met hele kleine dingetjes bezig. ’t Zijn de kleine dingen die ‘t ‘m doen?

‘Absoluut. We werken met bijna niets. Je ziet vaak niet eens waarmee je werkt. Het gaat over minuscule druppeltjes, maar wel druppeltjes met grote gevolgen. Denk maar aan wat uitslagen voor iemands leven kunnen betekenen, of voor een hele familie. Daarom moet je oog hebben voor ieder detail. Ook bij de interpretatie van testresultaten. Daarin mag je niets missen.
Ja, ik ben perfectionistisch, dat is waar. Op het werk, maar ook als ik thuis ’s avonds nog wat uit zit te zoeken. Ik moet iets eerst tot op detailniveau hebben uitgezocht, anders begin ik er niet aan. Kleine details maken een wereld van verschil.’


Zoek een aandoening

Lees onze nieuwsbrief
Lees onze nieuwsbrief
Koop een bloemetje
Koop een bloemetje
De gastvrouw helpt graag
De gastvrouw helpt graag
Bezoek onze buitenhof
Bezoek onze buitenhof
Een Santeon ziekenhuis