Erfelijkheid
Naar schatting speelt bij 5% tot 10% van de gevallen van prostaatkanker erfelijkheid een rol. Preventief onderzoek vindt vooral plaats als in een familie bij meerdere mannen prostaatkanker voorkomt. Deze families worden ook wel HPC (‘hereditary prostate cancer’) families genoemd.
De criteria om aan de mogelijkheid van HPC te denken zijn:
- prostaatkanker is vastgesteld bij 3 naaste familieleden
- en/of prostaatcarcinoom is vastgesteld bij 2 eerste– of tweedegraads verwanten, met een diagnoseleeftijd van 55 jaar of jonger.
Vaak bij jonge mannen
Bij mannen onder de 55 jaar is er in 40% van de gevallen sprake van mogelijke erfelijke factoren. Een erfelijke vorm van prostaatkanker (HPC) wordt dus vaak bij relatief jonge mannen vastgesteld. Bij HPC-patiënten is het beloop van de ziekte, de PSA waarde en uitgebreidheid van de kanker overigens niet verschillend ten opzichte van patiënten met niet-erfelijke vormen van prostaatkanker.
Eerstegraads verwanten van patiënten met HPC worden als volgt geadviseerd:
- Periodiek onderzoek verrichten vanaf 50-jarige leeftijd. Als de jongste patiënt in de familie jonger is dan 50 jaar, moet het periodiek onderzoek aanvangen op een leeftijd 5 jaar jonger dan de leeftijd van de jongste patiënt.
- Het periodiek onderzoek bestaat uit bepaling van het prostaatspecifiek antigen (PSA) één keer per 2 jaar en een inwendig onderzoek (rectaal toucher) van de prostaat. Bij afwijkingen bij het rectaal toucher en/of een verhoogd PSA wordt echografie van de prostaat met weefselpuncties geadviseerd.


