Navigatie:



Voorbeeld vraag en antwoord (informatie voor fysiotherapeuten)

Wat zijn de maximale bewegingsuitslagen na een totale heupprothese in verschillende richtingen?

In principe heeft de patiënt na een totale heupprothese (THP) een volledige range of motion, tenzij er vooraf al contracturen waren die niet altijd direct postoperatief over zijn. De bewegingsuitslagen die meteen toe te laten zijn, hangen van meerdere factoren af. Bijvoorbeeld welke benadering is er gekozen voor het plaatsen van de THP?

Je kunt een heupprothese namelijk via meerdere chirurgische toegangswegen plaatsen met als gevolg ook specifieke bewegingen die luxaties kunnen opwekken. In Nijmegen gebruiken alle klinieken de posterieure of wel achterste benadering. Deze benadering zal ik daarom kort toelichten.

Zijligging
Zijligging
Incisievlak
Incisievlak
Zicht op heupgewricht
Zicht op heupgewricht

Posterieure/achterste benadering

De patiënt ligt in zijligging met de aangedane heup naar het plafond. Over het begin van de trochanter wordt een incisie gemaakt richting hoofd in het verloop van de gluteus maximus. De orthopedisch chirurg opent  de gluteus maximus in zijn vezelverloop als een envelop. Dan worden de exorotatoren opgezocht, geteugeld en doorgenomen. Daaronder zit het kapsel dat wordt geopend zodat de heupkop verschijnt. De heup kan nu uit zijn kom geluxeerd worden en de verdere operatie zoals al eerder beschreven kan plaatsvinden.

Als de THP geplaatst is naar tevredenheid wordt het kapsel weer teruggehecht, evenals de exorotatoren. Daarna wordt de fascie van de gluteus maximus weer teruggehecht, waardoor de vezels weer netjes tegen elkaar aan liggen. Omdat we de innervatie van de spieren niet beschadigen krijg je over het algemeen volledig herstel van de spierkracht.

Bij deze benadering zijn postoperatief met name de adductie en endorotatie bewegingen die luxatie kunnen oproepen. Flexie en abductie zijn in principe gewoon mogelijk, alhoewel extreme flexie boven de 100 graden ook een verhoogd risico op luxatie met zich meebrengt.

Na ongeveer 3 maanden heeft zich voldoende littekenweefsel gevormd, waardoor de luxatiekans sterk afneemt. Meestal gaan de patiënten zich ook weer als vanouds gedragen en zie je de beweeglijkheid nog toenemen. De bewegingsrichtingen die in zeker mate nog risicovol blijven zijn maximale flexie en extensie en eindstandige endorotatie en adductie. Voorzichtigheid blijft hier op zijn plaats.

Bij patiënten die om meerdere redenen soms niet instrueerbaar zijn, moet je meer letten op stabiliteit. Het is zaak ze zoveel mogelijk hun normale gang laten gaan, waarbij extreme bewegingsuitslagen vaak helemaal niet gehaald worden en om die reden risicovolle situaties weinig voorkomen.

Auteur: orthopedisch chirurg CWZ Paul Schwering, mei 2010


Team orthopedie

Team orthopedie

Aanmelden voor Fysioporth (alleen fysiotherapeuten)

In juni gaat de besloten website Fysioporth de lucht in. Deze is voor BIG-geregistreerde fysiotherapeuten die samenwerken met orthopedie CWZ. Zie hier voor meer informatie.