Voet en enkel
Op de polikliniek komen met grote regelmaat patiënten met voet- of enkelklachten. De klachten zijn vaak geleidelijk ontstaan. Via de huisarts wordt de patiënt uiteindelijk naar de polikliniek verwezen voor verder onderzoek.
Het enkelgewricht
Het enkelgewricht, ofwel het bovenste spronggewricht, bestaat uit 3 bot-delen: het kuitbeen (fibula), het scheenbeen (tibia) en het sprongbeen (talus). Om de enkel ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel heeft de enkel een complex van gewrichtsbanden en pezen die voor stabiliteit van de enkel zorgen. Elk botdeel is bekleed met een laag kraakbeen dat zorgt voor het glad en soepel bewegen van het gewricht.
Het voetgewricht
De voet bestaat uit de voetwortel, de middenvoet en de tenen. De voetwortel bestaat uit 7 beenderen. De middenvoet bestaat uit 5 middenvoetsbeenderen. En de tenen bestaan uit 3 kootjes, behalve de grote teen die er 2 heeft. Om het hele lichaam te kunnen dragen, moeten de voeten een stevige structuur hebben. De vereiste stevigheid en kracht worden verzorgd door bindweefselbanden en de spieren. De middenvoet en de tenen hebben voornamelijk een steunende functie.
Op de polikliniek/afdeling orthopedie komen de volgende enkel/voetproblemen het meest voor:
- Klachten als gevolg van overbelasting.
- Klachten als gevolg van artrose (slijtage).
- Klachten als gevolg van een ongeval/blessure.



