Schouder
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom, die een deel van het schouderblad is en de kop van de bovenarm. Om het gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Daar omheen lopen spieren en pezen. Het gewrichtskapsel, de spieren en pezen vormen samen de 'cuff'.
Groep van 4 spieren
De beweging in het schoudergewricht is afhankelijk van een groep van 4 spieren (rotatoren). Deze spieren liggen als een soort manchet om de kom van het schoudergewricht. De spieren monden uit in pezen, waarvan de uiteinden aan de bovenarm vastzitten. Om de bovenarm soepel te laten bewegen functioneren slijmbeurzen rondom de pezen als een soort stootkussen. Normaal glijden zo de pezen gladjes tussen het schouderdak en bovenarm. Wanneer de rotatorspieren aanspannen kan de schouder verschillende kanten op bewogen worden. Door de vorm van het schouderblad is de ruimte die de spieren en pezen hebben om te bewegen heel klein.
Op de polikliniek komen regelmatig patiënten met schouderklachten. Deze klachten zijn vaak geleidelijk ontstaan. Via de huisarts wordt de patiënt uiteindelijk naar de polikliniek verwezen voor verder onderzoek.
Het schoudergewricht
Op de polikliniek/afdeling orthopedie komen de volgende schouderproblemen het meest voor:
- schouderklachten als gevolg van overbelasting met een chronische ontsteking als gevolg
- schouderklachten als gevolg van artrose (slijtage)
- schouderklachten als gevolg van een ongeval



