Rug en nek
Op de polikliniek komen regelmatig patiënten met rug- en/of nekklachten. De klachten zijn soms acuut, maar vaker geleidelijk ontstaan. De huisarts verwijst de patiënt uiteindelijk naar de polikliniek voor verder onderzoek.
De wervelkolom
De totale wervelkolom bestaat uit 7 nekwervels, 12 borstwervels, 5 lendenwervels en het heiligbeen. De wervels zijn als het ware opeengestapeld en worden onderling verbonden door de facetgewrichten die zorgen voor beweeglijkheid van de rug.
Binnen de wervels bevinden zich bewegingssegmenten. Deze bestaan uit 2 aangrenzende wervels met daartussen een tussenwervelschijf. Deze schijf (discus) bestaat uit een bindweefselring met daarin een zacht binnengedeelte dat bestaat uit een gelatineuze massa. De tussenwervelschijf zorgt voor verbinding van de wervels en functioneert als een soort 'schokbreker'.
Aan elke wervel zit een wervelboog vast. De wervelbogen vormen met elkaar een buis waarin het ruggenmerg verloopt. Tussen elke 2 wervels komt er aan weerszijden een zenuw uit het ruggenmerg tevoorschijn. Deze zenuwen gaan dan naar de armen of de benen en zorgen voor de beweging en het gevoel. Spieren, banden en pezen helpen om de wervelkolom overeind te houden.
Op de polikliniek/afdeling orthopedie komen de volgende wervelkolomproblemen het meest voor:
- Rugklachten als gevolg van slijtage
- Rugklachten als gevolg van een hernia
- Nekklachten als gevolg van slijtage
- Nekklachten als gevolg van een hernia



