Knie
Op de polikliniek komen met grote regelmaat patiënten met knieklachten. De knieklachten zijn vaak geleidelijk ontstaan. Via de huisarts wordt de patiënt uiteindelijk naar de polikliniek verwezen voor verder onderzoek.
De knie bestaat uit drie botdelen: het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Om de knie ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel heeft de knie 2 banden, die voor zijdelingse stabiliteit van de knie zorgen. Midden in de knie liggen de voorste en de achterste kruisband. Zij voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift. Daarnaast voorkomen de kruisbanden bepaalde draaibewegingen tussen boven- en onderbeen. In de knie bevinden zich tussen het boven- en onderbeen 2 maanvormige schijfjes van zacht kraakbeen (de meniscus). Deze vangen schokken van de knie op en zorgen dat boven- en onderbeen in iedere stand goed op elkaar passen. Elk botdeel is daarnaast nog bekleed met een laag kraakbeen.
Knieproblemen
Op de polikliniek/afdeling orthopedie komen de volgende knieproblemen het meest voor:
- Knieklachten als gevolg van een gescheurde meniscus.
- Knieklachten als gevolg van een gescheurde kruisband.
- Artrose (slijtage) van de knie, waarvoor mogelijk een halve of hele knieprothese geplaatst moet worden.
- Gewijzigde stand van de knie als gevolg van artrose, waarvoor een tibiakoposteotomie plaats moet vinden.



