Navigatie:



Longoperatie bij longkanker

Wanneer is een longoperatie mogelijk?

Helaas is slechts een minderheid van de patiënten met longkanker te helpen met behulp van een operatie met daarbij zicht op definitieve genezing.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een longoperatie moet sprake zijn van een beperkte ziekte in de long zonder uitzaaiingen in de lymfeklieren of elders in het lichaam. Bovendien moet het voor de chirurg technisch mogelijk zijn om het gezwel volledig te kunnen verwijderen én u moet fit genoeg zijn om zo’n zware operatie te kunnen ondergaan. Om aan al deze voorwaarden te kunnen voldoen vindt, voordat er tot een operatie kan worden overgegaan uitgebreid onderzoek plaats naar de uitgebreidheid van de ziekte en naar uw conditie (zie voor meer informatie 'Hoe wordt de diagnose longkanker gesteld?'). Pas ná een operatie, als het weefsel onder de microscoop is onderzocht, kunnen we zeker zeggen of alle kwaadaardige cellen zijn verwijderd en of er nog een nabehandeling nodig is.

Naar boven

Welke typen van longoperaties zijn er?

De linkerlong heeft 2 kwabben, de rechterlong 3. Afhankelijk van de locatie van het gezwel moeten één (= lobectomie) of meerdere longkwabben (=bilobectomie) worden verwijderd, en soms zelfs een gehele long (=pneumectomie). Altijd worden ook de lymfeklieren in de omgeving van de tumor verwijderd en onderzocht op eventuele uitzaaiingen. Wanneer door een beperkte longfunctie niet een gehele longkwab kan worden verwijderd, kan een kleiner stuk van de long worden weggenomen. Het nadeel daarvan is dat de tumor dan sneller kan terugkomen.
Als er besloten wordt tot een longkankeroperatie dan vinden deze altijd plaats onder algehele narcose en ruggenprik. Er zijn grofweg 2 manieren om de longkanker weg te opereren: de open thoracotomie en de VATS-lobectomie.

Open thoracotomie

Wanneer er tussen de ribben door geopereerd wordt en daarbij de ribben gespreid moeten worden, dan wordt dit een thoracotomie genoemd. Na het openen van de borstholte wordt bekeken hoe de situatie is: de omvang en afwijking van het zieke weefsel en de ligging ten opzichte van de bloedvaten en luchtpijpvertakkingen. Na deze inventarisatie wordt besloten tot verwijdering van de aandoening met het omringende weefsel. Dit kan betekenen dat de gehele long (pneumectomie), een of twee kwabben (lobectomie) of nog beperkter, enkele delen van een kwab (segmentresectie of wigresectie) moeten worden weggenomen. In geval van grotere tumoren, hele centrale tumoren of uitgebreide eerdere longchirurgie wordt meestal direct besloten om een ‘open thoracotomie’ uit te voeren.

VATS-lobectomie

Als het type longkanker en de andere omstandigheden zich ervoor lenen worden de grotere longoperaties in het CWZ zoveel mogelijk door middel van een kijkoperatie gedaan: de VATS-lobectomie. Het voordeel van deze ingreep is dat de ribben niet gespreid hoeven te worden, Dit voorkomt pijn. Daarnaast is het ‘zicht’ voor de chirurg tijdens de operatie beter. Hierdoor is er minder bloedverlies en lijkt het ziekenhuisverblijf korter. Bij deze zogenaamde VATS-techniek (video assisted thoracic surgery)  kan de longkwab via een aantal kleinere openingen in de borstkas verwijderd worden.
Zowel bij een thoracotomie als bij de VATS-lobectomie wordt er na de operatie een drain in de borstkas achtergelaten. Op deze drain wordt een drainagesysteem aangesloten. Hierdoor kunnen bloed en lucht aflopen. De drain wordt zo snel mogelijk na de operatie verwijderd (circa 1-2 dagen). Dankzij de ruggeprik die vóór de operatie wordt aangebracht, is er de eerste dagen na de operatie nauwelijks sprake van pijn en zal het doorzuchten en hoesten gemakkelijk gaan.

Operatie bij uitzaaiingen in de longen

In bijzondere gevallen kunnen enkelvoudige uitzaaiingen in de long van een kanker elders in het lichaam (longmetastase) chirurgisch verwijderd worden wanneer er geen aanwijzingen zijn voor ziekteactiviteit elders in het lichaam. De kans op genezing is dan vergelijkbaar goed als bij een longkankergezwel dat beperkt is tot de long.   

RFA

In het CWZ beheersen de longchirurgen in samenwerking met de radiologen en anesthesiologen ook de nieuwe techniek van radiofrequente ablatie (RFA), waarbij de tumor via een CT-geleide ingebrachte naaldsonde wordt verhit. Dit gebeurt onder narcose. Het voordeel van deze techniek is dat deze eventueel meerdere malen kan worden herhaald en ook bij aanwezigheid van meerdere metastasen kan worden toegepast.

Naar boven

Longchirurgen

In het CWZ werken meerdere ervaren longchirurgen. Het CWZ is een van de grotere Nederlandse perifere niet-academische opleidings ziekenhuizen. De afdeling chirurgie heeft ook opleidingsbevoegdheid voor longchirurgie. Net zoals u op de longafdeling te maken kunt krijgen met artsen in opleiding voor longarts (AIOS longziekten) zult u bij de afdeling chirurgie wellicht ook van doen krijgen met een CHIVO longchirurgie (chirurg in vervolgopleiding longchirurgie). Deze wordt direkt gesuperviseerd door een ervaren longchirurg.  De longoperatie wordt steeds verricht door een ervaren longchirurg, meestal samen met de CHIVO longchirurgie.
Wanneer bij u een longoperatie wordt voorgesteld dan zult u vóór de operatie een spoedige eerste afspraak krijgen op het spreekuur van een longchirurg. Hier worden de indicatie, risico’s, complicaties besproken. Ook worden er nadere praktische afspraken gemaakt, zoals voorbereiding (inclusief informatie bij de verpleegkundige en een afspraak bij de anesthesioloog op de preoperatieve poli) en operatiedatum.
Onze longchirurgen genieten een goede bekendheid in de regio en zien veel patiënten uit de regio verwezen vanwege hun specifieke deskundigheid (metastasectomie en RFA).  Ook wordt sinds geruime tijd de VATS-techniek voor longoperaties gebruikt, waarbij via een kijkoperatie een longkwab kan worden verwijderd in plaats van via een “open” operatie (zie “welke typen longoperaties zijn er?”). Bovendien werken zij indien nodig samen met collegae uit het academisch centrum (UMC Nijmegen).  

Naar boven

Controle na de operatie

Na een longoperatie komt u doorgaans minstens één keer terug bij de longchirurg voor controle. Dit gebeurt als nazorg voor de wondverzorging en mogelijke complicaties na de ingreep, én voor het meedelen van de definitieve uitslag van de stagering van uw ziekte. Dit is vooral ook belangrijk vanwege het vast kunnen stellen van de wenselijkheid tot nabehandeling (bestraling en/of chemotherapie).
Wanneer de longchirurg geen verdere bemoeienis meer met u heeft -en dat is meestal reeds vier weken na de operatie- valt uw verdere medische zorg (inclusief controles) weer onder verantwoordelijkheid van uw eigen longarts. Ook wanneer aanvullende bestraling nodig wordt geacht (in het UMC St Radboud) zal uw longarts dit voor u regelen. Eventuele aanvullende chemotherapie wordt door de longartsen zelf op de longafdeling van het CWZ verzorgd.
Als de behandeling is voltooid zult u door uw eigen longarts regelmatig ter controle op de polikliniek worden vervolgd. In het eerste jaar is dit per drie maanden, daarna halfjaarlijks.

Naar boven

Moeten er nog andere behandelingen plaatsvinden?

Adjuvante chemotherapie

Na de operatie kan, na beoordeling onder de microscoop van al het verwijderde weefsel inclusief de lymfeklieren, door de klinisch patholoog worden vastgesteld of de tumor radicaal/volledig verwijderd is. Wanneer, tegen verwachting, sprake blijkt van door de tumor aangetaste lymfeklieren worden de verwachtingen ten aanzien van genezing duidelijk minder gunstig en is het verstandig om aanvullende chemotherapie te ondergaan om deze kansen te verbeteren. Als de tumor erg groot is, kan het ook verstandig zijn om na een operatie chemotherapie te ondergaan.  

Adjuvante radiotherapie

Soms blijkt na operatie, tegen verwachting, sprake van tumordoorgroei in het resectievlak, dus precies op de grens van de operatie, zodat aangenomen moet worden dat toch nog tumorweefsel in het lichaam is achtergebleven. Bezien moet dan worden of een heroperatie mogelijk is voor ruimere resectie, of dat -als dit technisch niet haalbaar wordt geacht- beter kan worden gekozen voor aanvullende (adjuvante) bestraling van dit gebied.  

Pre-operatieve radiotherapie

In zeer specifieke situaties, zoals bij longkanker in de top van de long met aantasting van zenuwstructuren, kan het wenselijk zijn om vóór de longoperatie bestraling te geven om de kansen op een geslaagde resectie te vergroten. Dit kan ook gelden in geval van aantasting van vitale organen, als dit de enige reden is die een operatie in de weg staat. Soms blijkt dan na een radicale bestraling dat de longtumor toch nog in het geheel te verwijderen is.  

Pre-operatieve chemo-radiatie

In uitzonderlijke gevallen is er een mogelijkheid van gecombineerde chemotherapie en radiotherapie die het mogelijk maakt om aansluitend toch nog te hunnen opereren met een beste kans op genezing. Dit is slechts bij een minderheid van de patiënten met een lokaal uitgebreide vorm van longkanker mogelijk, en zal pas definitief bepaald kunnen worden na scrupuleuse beoordeling van de effecten van de chemo-radiatie. Wanneer dit weinig of geen resultaat heeft gehad op de tumorgroote en tumoraktiviteit dan zal een aanvullende resectie geen meerwaarde hebben.  

Naar boven