Thoracoscopie
Uw longarts heeft met u afgesproken om bij u een thoracoscopie te doen. De longarts kan met een thoracoscopie uw longen en borstwand bekijken. Dit onderzoek wordt bijvoorbeeld uitgevoerd als uw arts denkt dat er vocht tussen uw longen zit of als u een klaplong (pneumothorax) heeft.
Dit onderzoek kan plaatsvinden onder lokale verdoving of algehele narcose. Een klaplong wordt meestal behandeld onder algehele narcose.
Voor het onderzoek naar vocht tussen de longen wordt meestal een thoracoscopie onder lokale verdoving uitgevoerd. Uw longarts zal met u bespreken of het onderzoek bij u onder algehele verdoving plaatsvindt of niet. U kunt hierbij ook uw eigen voorkeur aangeven.
Wanneer het onderzoek onder algehele verdoving plaatsvindt, zult u voorafgaand een bezoek brengen aan het spreekuur van de anesthesiologie.
Gebruikt u bloedverdunnende middelen, zoals Sintrommitis, Marcoumar of Ascal, dan moet u hiermee in overleg met de longarts/anesthesist tijdelijk stoppen.
Spreekuur anesthesioloog
De anesthesioloog schat in welke risico’s in uw geval aan de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt. Daarom heeft de doktersassistente (als u narcose krijgt) een afspraak voor u gemaakt op het spreekuur van de anesthesioloog.
Het onderzoek
De thoracoscopie is een video-endoscopisch onderzoek (kijkbuisoperatie). De longarts ziet op de monitor hoe de longvliezen en de binnenkant van de borstholte er uitzien.
Op de onderzoekskamer gaat u op de onderzoekstafel liggen. De anesthesist brengt u onder narcose, als het onderzoek onder narcose plaatsvindt. De longarts maakt een klein sneetje in uw huid. Door dit sneetje brengt de longarts een buisje met een lampje eraan naar binnen.
Op deze afbeelding wordt schematisch weergegeven hoe de longarts in de borstholte kijkt. Via een sneetje van 1 cm tussen de ribben wordt een optiek (kijkbuis) ingevoerd. Deze wordt gekoppeld aan een monitor. Hiermee bekijkt de longarts uw longbladen. Door het buisje kan de arts met een tangetje eventueel een stukje weefsel wegnemen voor nader onderzoek.
Na de thoracoscopie
Na een thoracoscopie kan de longarts talkpoeder in de borstholte achterlaten, om te voorkomen dat de klaplong of het vocht terugkomt.
De arts brengt een dun slangetje (drain) door het sneetje, waarvan de top tussen de twee longbladen ligt. De drain wordt met een hechting vastgemaakt en rondom afgeplakt. Het onderzoek is verricht en u gaat via de verkoeverkamer weer terug naar de afdeling. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur tot drie kwartier. Op de afdeling sluit de verpleegkundige de drain aan op een zuigpomp. De pomp zuigt het vocht of de overtollige lucht continu weg. Hierdoor gaan de longbladen weer tegen elkaar aan liggen. Dit kan een vervelend gevoel geven. Om te zien of de drain goed ligt en of de long zich ontplooit, maakt men meestal een röntgenfoto.
Folders
- Verdoving (anesthesie) bij volwassenen
G010_06-10.pdf (191.65 kb)
- Thoracoscopie onder algehele verdoving
G011-B_07-09.pdf (35.07 kb)
- Thoracoscopie onder lokale verdoving
G011-A_07-09.pdf (89.25 kb)









