Hoe ziet een IC kamer eruit?
Dit is een foto van een patiëntenkamer op de afdeling intensive care van het CWZ. Elke patiënt heeft een eigen kamer, behalve op C32 waar ook een drie-persoonskamer is.
1. Monitor: die houdt verschillende lichaamsfuncties van de patiënt voortdurend in de gaten. Zoals bijvoorbeeld de hartslag en bloeddruk. Meerdere snoeren verbinden de patiënt met de monitor. De verpleegkundige waakt over de patiënt en gebruikt daarvoor onder andere deze monitor.
2. Beademingsmachine: op een intensive care zijn patiënten vaak zo ernstig ziek, dat zij niet zelf kunnen ademen. Deze machine neemt de ademhaling over, of ondersteunt de ademhaling van de patiënt. De machine is verbonden met een buisje dat meestal via de mond naar de luchtpijn loopt. Soms hebben patiënten in plaats van een buisje een masker.
3. Nierdialyse apparaat: soms is het nodig om de uitgevallen nierfunctie over te nemen. Deze machine is verbonden met een groot bloedvat van de patiënt. Door dit apparaat wordt het bloed schoongespoeld.
4. Voedingspomp: ook ernstig zieke patiënten moeten goede voeding krijgen. Op de IC krijgt een patiënt sondevoeding via een slang die door zijn neus naar zijn maag of dunne darm loopt.
5. Infuuspomp: met behulp van een infuuspomp wordt vocht, en soms bloed, toegediend aan de patiënt.
6. Spuitenpomp: in bijna alle gevallen heeft een patiënt op de intensive care medicijnen nodig. Dit apparaat zorgt voor de continue toevoeging van medicijnen.



