Navigatie:

U bent hier:



Sedatie, delier en fixatie

Sedatie

Sedatie is het best te vertalen met rust. Geneesmiddelen die rust geven (sedativa) worden op de intensive care veel gebruikt. Rustgevende (sederende) middelen kunnen wij met heel verschillende doelen geven. Sederende middelen geven we soms in hoge dosering omdat we denken dat de patiënt beter te behandelen is als hij slaapt. Bijvoorbeeld als een patiënt heel moeilijk te beademen is. Veel vaker geven we een beetje sedatie om stress of angst bij de patiënt weg te nemen.

Bewustzijn gestoord

Op de IC is het bewustzijn van bijna alle patiënten gestoord. Vaak komt dat doordat we sedativa geven. Sommige mensen slapen daardoor heel diep en zijn eigenlijk niet meer wekbaar. Natuurlijk kan een patiënt ook door een andere oorzaak slaperig zijn, bijvoorbeeld omdat de patiënt heel erg ziek is. Sommige patiënten zijn zo ziek dat ze nergens meer normaal op reageren, we noemen dat een coma. Dat kan gebeuren na een hersenletsel of bijvoorbeeld bij ernstige infectieziekten.

Wakker worden

Mensen die in slaap worden gehouden kunnen pas wakker worden als we de sedativa stoppen. De tijdsduur tussen het stoppen van de sedatie en het ontwaken kan variëren van minuten tot dagen. Afhankelijk van het gegeven medicijn en de werking van de organen van de patiënt.

De patiënten die zonder sedativa comateus zijn, worden pas wakker als hun lijf weer een beetje hersteld is. Dat herstel is vaak onvoorspelbaar.

Een patiënt die wakker wordt en die bovendien ernstig ziek is (geweest), is vaak in de war. Soms gaat deze verwardheid snel over, maar vaker blijft de patiënt een tijd onrustig. Deze onrust moet vaak met medicijnen behandeld worden. Soms blijft de patiënt langere tijd in de war. We noemen deze toestand een delier.

Naar boven

Delier

Een delier is een toestand van verwardheid. De patiënt die u in zijn normale doen kent, is nu onrustig en kan zich niet goed concentreren. Hij begrijpt u niet en denkt misschien op een andere plaats te zijn. Dit kan hem angstig maken. De reacties van de patiënt kunnen daardoor achterdochtig of zelfs agressief van aard zijn. Daarnaast kan hij onrustig zijn. Bijvoorbeeld door te plukken aan de dekens of te trekken aan de infuusslang. Maar hij kan zich ook stilletjes terugtrekken in tegenstelling tot wat u van hem gewend bent. Het beeld kan sterk wisselen over de dag en zelfs binnen enkele momenten. Met name ’s avonds en ’s nachts is de verwardheid erger.

Tijdelijke periode

Deze verwardheid is meestal tijdelijk en neemt over het algemeen af als de lichamelijke toestand verbetert. De periode van verwardheid kan variëren van enkele uren tot weken. Soms is het echter mogelijk dat het herstel van het delier niet volledig is en dat er nog restverschijnselen overblijven.

Medicijnen, structuur en rust

Meestal geven we medicijnen om het delier te verminderen. Daarnaast proberen de verpleegkundigen door structuur en rust de verwarring van de patiënt te laten afnemen.

Wat kan de bezoeker doen?

Door de aanwezigheid van bekenden kan de patiënt zich veiliger en rustiger voelen. Te veel bezoek kan juist verwarrend en beangstigend zijn.

Probeer met elkaar en met de afdeling af te spreken wie wanneer op bezoek komt en hoe lang. Als u met z’n tweeën bij uw familielid bent, ga dan aan één kant van hem zitten zodat hij zich op één punt kan richten. Fluister niet met iemand anders in aanwezigheid van uw familielid. Help met oriënteren; zeg bij binnenkomst wie u bent.

Vertel uw familielid verder waar hij zelf is en wat er gebeurd is en herhaal dit zonodig. Spreek rustig en in korte, duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen. Ga na of uw familielid u begrepen heeft. Stop met vragen stellen als u merkt dat uw familielid onrustig wordt. Zorg ervoor dat hij (als hij die heeft) zijn bril of gehoorapparaat draagt en functioneert. Breng vertrouwde voorwerpen mee, zoals foto’s en kleine bekende spulletjes. Een klokje en/of kalender kan ook helpen ter oriëntatie. Als uw familielid dingen ziet of hoort die er eigenlijk niet zijn, is het beter als u daar niet in meegaat, maar hem ook niet tegenspreekt. Probeer wel duidelijk te maken dat uw waarneming anders is. Maak er geen strijd van. Vertel wanneer u weggaat, wanneer u terugkomt of wie er na u komt.

Voor meer informatie zie de folder delier .

Naar boven

Fixatie

Onder fixatie verstaat men: een maatregel die beperkende gevolgen heeft voor de individuele vrijheid van de patiënt. Fixeren is het met of zonder toestemming beperken van bewegingsmogelijkheden. De voornaamste reden om te fixeren op de IC is het voorkomen dat de patiënt zijn tube of lijnen verwijdert.

Zorgvuldig besluit

Het besluit om uw familielid te fixeren wordt zorgvuldig genomen. Allereerst proberen we altijd om fixatie te voorkomen door alternatieve maatregelen. Pas als dat niet lukt, overlegt de verpleegkundige met de arts.  De arts geeft toestemming voor de fixatie. De familie wordt daarvan op de hoogte gesteld. We vragen de contactpersoon  om een handtekening voor akkoord te zetten, zodra hij op de afdeling is. Als zich een noodsituatie voordoet, vindt het overleg tussen de arts en de verpleegkundige achteraf plaats. Ook de familie wordt dan op een later tijdstip ingelicht.

Hoe fixeren?

Fixatie wordt toegepast volgens een vaste procedure. Op de IC gebruiken we hiervoor polsbanden. De verpleegkundige vertelt uw familielid waarom we hem fixeren. Ook als de patiënt niet lijkt te begrijpen wat we zeggen, wordt dit toch verteld. Hier gebruikt de verpleegkundige eenvoudige woorden en zinnen voor.

Risico's en controles

Doordat de patiënt beperkt is in zijn bewegingsmogelijkheden is het van belang een aantal risico’s te verkleinen. Extra aandacht besteden we bijvoorbeeld aan het voorkomen van verwondingen en decubitus (doorligwonden). Ook letten we vaker op de hoeveelheid vocht en voeding die de patiënt binnenkrijgt.

Voor meer informatie zie de folder over fixatie.

Naar boven