Tenniselleboog of tennisarm
Een tenniselleboog of tennisarm (epicondylitis lateralis) geeft pijn aan de buitenkant van de elleboog. Dat komt omdat de plek waar de strekspieren van de onderarm aan het elleboogbot vastzitten (de peesaanhechting) geïrriteerd of ontstoken is. Van een tenniselleboog kunt u maanden tot meer dan een jaar lang last hebben. Toch gaat de aandoening vaak met rust en een pijnstiller vanzelf over.
Een tenniselleboog geeft pijn aan de buitenkant van de elleboog. Deze pijn straalt soms uit naar de onderarm en pols. Als u op de buitenkant van de elleboog drukt doet dat pijn. Ook als u bijvoorbeeld iets met de hand wilt oppakken hebt u er last van. De strekspieren van uw pols en uw hand spannen zich dan namelijk aan en trekken aan de buitenkant van de elleboog waar ze vastzitten aan het bot. Die peesaanhechting is bij een tenniselleboog geïrriteerd of ontstoken. Het gaat om een niet-bacteriële ontsteking, dat wil zeggen dat er geen bacteriën in het ellebooggewricht zitten.
Behandeling
Er zijn diverse behandelingen mogelijk bij een tenniselleboog:
- De elleboog rust geven, rustig bewegen, niet te veel belasten en pijn voorkomen. U weet zelf het beste welke handelingen pijn uitlokken en u dus niet moet doen;
- Pijnstillers (paracetamol en eventueel een NSAID);
- Een injectie met NSAID's en/of corticosteroïden in het pijnlijke gebied. Zo'n injectie helpt alleen op korte termijn tegen de pijn. Op lange termijn is er geen effect;
- Fysiotherapie. Met bepaalde apparatuur en behandelingen probeert de fysiotherapeut de irritatie te verminderen en de spieren te ontspannen;
- De elleboog ingipsen en het gips vier tot zes weken laten zitten;
- Speciale bandjes die u om uw onderarm kunt aanleggen. De bedoeling is om de spanning op de aanhechting van de spieren op de elleboog te verminderen;
- Chirurgische behandeling. Daarbij maakt de chirurg de aanhechting van de spieren op de buitenkant van de elleboog gedeeltelijk los. U krijgt hiervoor narcose (algemene anesthesie) of uw arm wordt verdoofd (plexusanesthesie). Een operatie is echter alleen voor mensen met ernstige, hardnekkige klachten die met andere behandelingen niet overgaan.
Alleen van de eerste drie behandelingsmogelijkheden en van sommige fysiotherapeutische behandelingen is een positiefeffect aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. Het effect van een operatie bij een tenniselleboog is (nog) niet goed onderzocht, maar het is zeker niet zo dat elke operatie het gewenste effect heeft.
Na de behandeling
Na een chirurgische behandeling van een tenniselleboog krijgt u een pleister op de wond. Soms wordt een drukverband en/of mitella aangelegd. Er worden oplosbare hechtingen gebruikt, deze lossen deze vanzelf binnen enkele weken op. Uw arts bespreekt met u wat u na de ingreep met uw arm kunt doen. Belangrijk is om de arm direct weer te bewegen, zodat het losgemaakte weefsel niet te snel weer vergroeid in de oorspronkelijke positie. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle na ongeveer vier weken.
Folders
- Tenniselleboog of tennisarm
G493-N_08-10.pdf (134.91 kb)







