Gebroken schouder
Een gebroken schouder ontstaat veelal na een val. Meestal is er sprake van breuk net onder de schouderkop (= subcapitale humerusfractuur).
De schouder is een complex gewricht tussen de bovenarm en het schouderblad en het sleutelbeen. De bovenarm beweegt met de kop in een benig kommetje dat glenoid heet, een deel van het schouderblad. Deze bewegingen zijn mogelijk omdat er een aantal spiergroepen aan de schouderkop vastzitten. Deze spiergroepen vormen samen ook het schouderkapsel. Na een breuk van de schouderkop kunt u de arm slecht bewegen en doet de schouder pijn.
Behandeling zonder operatie
Indien de botdelen van de breuk niet of nauwelijks zijn verplaatst kan een operatie achterwege blijven. De behandeling houdt dan in dat u een mitella of “sling” krijgt en een recept voor pijnstillers. Na een week wordt opnieuw beoordeeld of de breukdelen nog op hun plaats staan. Is de stand goed dan kan deze behandeling worden voortgezet.
Het is belangrijk om te beseffen dat de schouder, ondanks de breuk, niet lang stilgehouden mag worden, om stijfheid te voorkomen. Uw arts zal u uitleggen welke oefeningen u mag doen en eventueel zal een fysiotherapeut u daarbij helpen. Deze oefeningen kunnen al na de eerste week beginnen.
Behandeling met operatie
In het geval van verplaatsing van de botdelen is het vaak beter een operatie te ondergaan omdat anders de schouderfunctie sterk afneemt. Immers, de verschillende botdelen zijn vaak aanhechtingspunten voor de spieren van de schouder. Losliggende botdelen betekent dus ook losliggende spieraanhechtingen. Het doel van de operatie is het herstellen van de anatomie, zodat uw schouderfunctie zo optimaal mogelijk kan terugkeren.
De operatiemethode hangt af van de patiënt, het type breuk en de botkwaliteit. Er zijn grofweg drie methoden beschikbaar waarmee de meeste patiënten geholpen kunnen worden:
De intramedullaire penfixatie: met behulp van een metalen pen en schroeven wordt de schouderkop vastgezet nadat de chirurg de botdelen heeft gezet. Deze pen kan via een relatief kleine snede via de schouder of net boven de elleboog worden ingebracht. Via enkele andere sneetjes worden de andere schroeven ingebracht.
De plaatosteosynthese: met behulp van een metalen plaat en schroeven wordt de schouderkop gefixeerd nadat de chirurg de botdelen heeft gezet. Deze plaat vereist wel een grotere snede aan de voorzijde van de schouder, omdat alle botdelen eerst gezet moeten worden.
De schouderprothese: indien de schouderkop zo beschadigd is dat herstel niet meer mogelijk is, zal een schouderprothese worden overwogen. Deze prothese vervangt de schouderkop voorgoed. Via een snede aan de voorzijde van de schouder wordt de gebroken schouderkop verwijderd, maar de spieraanhechtingen intact gelaten. De prothese wordt geplaatst en de spieraanhechtingen worden aan de prothese bevestigd.
Verwijderen van schroeven en/of platen
Verwijderen van het osteosynthesemateriaal (de schroeven en/of platen) is bij de meeste patiënten niet nodig, omdat dit materiaal geen klachten geeft. In sommige gevallen wordt u wel geadviseerd dit materiaal te laten verwijderen. Door middel van een nieuwe operatie wordt het materiaal verwijderd via het oude litteken. De schouder moet na zo’n ingreep weer herstellen, maar dat herstel is korter dan bij de eerste operatie.
Folders
- Behandeling van gebroken botten
G480-U_06-09.pdf (58.06 kb)
- Abnormaal sterke pijnreactie op een letsel of operatie aan been of arm (posttraumatische dystrofie)
G349-B_05-07.pdf (57.44 kb)






