Gebroken pols
De pols is het gewricht dat wordt gevormd door de handwortelbeentjes in de hand en de twee onderarmsbotten, het spaakbeen en de ellepijp.
Bij een polsbreuk is er een breuk van het spaakbeen, ellepijp of beide botten nabij de pols. Soms betreft het alleen een scheurtje in het bot, maar vaak is er verplaatsing van de botstukken.
Botbreuk bij kinderen
Het bot van kinderen is veel elastischer dan het bot van een volwassene en is omgeven door het beenvlies, dat bij kinderen taai en dik is. Kinderbot is te vergelijken met een jonge boomtak (twijg).
Vaak blijft de botbreuk van kinderen beperkt tot het bot zelf, waarbij het beenvlies nog heel blijft. Dit type breuk wordt dan ook een groene tak-breuk of twijgbreuk genoemd. Bij meer dan de helft van de polsbreuken bij kinderen is er sprake van zo’n twijgbreuk en is er slechts weinig verplaatsing van de botdelen. Soms is er alleen een breuk in het spaakbeen, soms ook in de ellepijp. In de meeste gevallen is de stand van de botdelen goed (alleen een klein knikje) en is het ‘zetten’ van de breuk niet nodig. Als ook het beenvlies is gescheurd, dan kan er verplaatsing van de botdelen zijn en is ‘zetten’ van de breuk wel nodig.
Soorten breuken
De pols kan op verschillende manieren breken. De meest voorkomende fracturen zijn:
- Colles : verplaatsing fragment van de pols naar de handrugzijde (dorsaal)
- Smith : verplaatsing fragment van de pols naar de handpalmzijde (ventraal)
- Barton : breuk door gewrichtsvlak
Behandeling
Als er geen belangrijke verplaatsing van de botstukken is, dan wordt alleen een gipsspalk aangelegd. Zijn de botstukken te veel verplaatst, dan moet het bot worden ‘gezet’ (teruggeplaatst). Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving door in het gebied van de breuk verdovingsvloeistof te spuiten. Deze verdoving werkt ongeveer een uur. Na het zetten van het bot wordt een gipsspalk aangelegd en wordt een röntgenfoto gemaakt om te controleren of de juiste stand is bereikt.
Als een juiste stand niet wordt bereikt kan soms een operatie nodig zijn. Bij een operatie zijn verschillende technieken mogelijk.
- Fixateur externe (zie folder ‘Uitwendig fixatie materiaal bij botbreuken’).
- K-draden (buigbare metaaldraden) en gips.
- Plaat en schroeven eventueel met gips.
- Slechte stand bij een oude fractuur: opnieuw doornemen van de breuk (osteotomie), waarna vastzetten van de breukdelen met plaat en schroeven.
Na de behandeling
U gaat naar huis met een draagdoek (mitella), zodat de arm rust krijgt. Deze draagdoek kan ‘s nachts af en om uw arm dan rust te geven, kunt u deze op een kussen leggen.
U krijgt een recept mee voor een pijnstiller. Let op: wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit aan de arts melden, zodat deze bij het voorschrijven van een pijnstiller hier rekening mee kan houden!
De volgende dag moet u minder pijn hebben. Als de voorgeschreven pijnstilling niet voldoende is of als u na drie dagen nog niet kunt afbouwen, wordt u verzocht contact met de polikliniek heelkunde op te nemen. U krijgt een afspraak voor controle op de polikliniek chirurgie. Vaak wordt bij deze eerste controle een röntgenfotogemaakt en krijgt u een nieuw/extra gips aangelegd.
Folders
- Gebroken pols bij kinderen
G480-K_03-07.pdf (37.79 kb)
- Gebroken pols bij volwassenen
G480-W_06-09.pdf (157.31 kb)
- Behandeling van gebroken botten
G480-U_06-09.pdf (58.06 kb)
- Uitwendig fixatiemateriaal bij botbreuken
G480-Y_06-09.pdf (41.79 kb)
- Abnormaal sterke pijnreactie op een letsel of operatie aan been of arm (posttraumatische dystrofie)
G349-B_05-07.pdf (57.44 kb)







