Gebroken enkel
Een gebroken enkel zwelt op en doet pijn, vooral als deze bewogen wordt. Over het algemeen kun je met een gebroken enkel niet meer op die voet staan. Bij een gecompliceerde of open botbreuk (dus als de huid kapot is) is er sprake van een bloedende wond, waar het gebroken bot uit kan steken. Bij het bewegen kan de patiënt de enkel voelen kraken (omdat de gebroken delen tegen elkaar wrijven).
Vaak gaat een enkelbreuk gepaard met een dislocatie van de botten, dit wil zeggen dat de botten ten opzichte van elkaar verkeerd liggen. Het is van het grootste belang om direct iets aan die ontwrichting van de enkel te doen, omdat daardoor de bloedvaten rond het gewricht of het gewrichtsvlak zelf beschadigd kunnen raken. Bij een open botbreuk bestaat er ook een besmettingsgevaar door bacteriën.
Een botbreuk wordt bevestigd door middel van een röntgenfoto, maar heel vaak kan op basis van het verhaal en lichamelijk onderzoek al worden vermoed dat er sprake is van een fractuur. Er is altijd deskundige hulp noodzakelijk bij het behandelen van een fractuur.
Behandeling
De eerstehulpverlening bestaat uit het spalken van de gebroken enkel en het stelpen van een eventuele bloeding. Bij een open wond krijgt iemand een anti-tetanusinjectie en antibiotica. De behandeling van een botbreuk verloopt als volgt:
- Zetten/reponeren: de botten die verschoven zijn, worden weer op de goede plek gezet. Dat kan met de hand van buitenaf gebeuren. In een enkel geval is reponeren alleen onder narcose of met een ruggeprik mogelijk. Bij kleine breuken, zoals botscheurtjes of fissuren, hoeft het bot niet gezet te worden.
- Spalken/fixeren: met een spalk wordt de botten na het zetten in de juiste positie gehouden. Meestal wordt er een gipsverband aangebracht, dat enkele weken moet blijven zitten. Hoe lang precies, is afhankelijk van de ernst van de breuk. Als het bot is verbrijzeld, moeten de verschillende stukken tijdens een operatieve ingreep gereponeerd en vastgezet worden. Dit gebeurt meestal met behulp van schroeven en/ of metalen platen. Dit wordt een osteosynthese genoemd. Een dergelijke ingreep is ook nodig wanneer na reponeren en ingipsen de botstukken niet in de juiste positie tegen elkaar blijven zitten.
- Revalidatie/herstellen: na het verwijderen van de spalk en gipsverband worden door oefeningen de verslapte spieren weer sterk gemaakt en de stijve gewrichten weer soepel. Na een operatie waarbij de botstukken met schroeven en platen aan elkaar zijn gefixeerd (osteosynthese) is ook revalidatie nodig. In een aantal gevallen wordt het osteosynthese materiaal na het genezen van de botbreuk weer operatief verwijderd.
Folders
- Behandeling van gebroken botten
G480-U_06-09.pdf (58.06 kb)
- Abnormaal sterke pijnreactie op een letsel of operatie aan been of arm (posttraumatische dystrofie)
G349-B_05-07.pdf (57.44 kb)






