Longkanker
Een kwaadaardig gezwel dat zich in het longweefsel ontwikkelt. De klachten van longkanker doen zich voor als de ziekte al in een gevorderd stadium is. Tot de eerste klachten behoren: een nieuwe, blijvende hoest of een verandering van een oude hoest, soms met bloederig slijm. Pijn op de borst, die dof kan zijn, maar ook scherp en pijnlijk bij inademen, kortademigheid, piepende adem als de tumor de luchtwegen blokkeert en abnormale kromming van de vingernagels (trommelstokvingers).
De diagnostiek van longkanker is in handen van de longarts. Zij zullen trachten de diagnose te stellen en een zo exact mogelijke inschatting te maken van het stadium van de ziekte. In een multidisciplinair overleg wordt dan besloten wat in ieder individueel geval het beste behandelvoorstel is. Sommige patiënten komen in aanmerking voor chirurgische behandeling, voor anderen is de ziekte reeds te uitgebreid en zal behandeling met chemo- en/of radiotherapie volge
Behandeling
In een aantal gevallen is tijdens het vooronderzoek niet duidelijk geworden of er sprake is van uitzaaiingen naar de lymfeklieren langs de luchtpijp (mediastinum). Er kan dan reden zijn voor een cervicale mediastinoscopie. Onder algehele narcose wordt via een beperkte snee laag in de hals toegang verkregen tot de ruimte rond de luchtpijp. Met een speciaal instrument kunnen de lymfeklieren opgezocht worden. Vervolgens kunnen weefselhappen (biopten) van deze lymfeklieren worden genomen. Deze biopten worden opgestuurd voor weefselonderzoek.
Als er besloten wordt tot een longkankeroperatie dan vinden deze altijd plaats onder algehele narcose en ruggenprik. Er zijn grofweg 2 manieren om de longkanker weg te opereren: de open thracotomie en de VATS-lobectomie. Wanneer er tussen de ribben door geopereerd wordt en daarbij de ribben gespreid moeten worden; dan wordt dit een thoracotomie genoemd. Na het openen van de borstholte wordt bekeken hoe de situatie is: de omvang en afwijking van het zieke weefsel en de ligging ten opzichte van de bloedvaten en luchtpijpvertakkingen. Na deze inventarisatie wordt besloten tot verwijdering van de aandoening met het omringende weefsel. Dit kan betekenen dat de gehele long (pneumectomie), een of twee kwabben (lobectomie) of nog beperkter, enkele delen van een kwab (segmentresectie of wigresectie) moeten worden weggenomen. In geval van grotere tumoren, hele centrale tumoren of uitgebreide eerdere longchirurgie wordt meestal direct besloten om een ‘open thoracotomie’ uit te voeren.
Als het type longkanker en de andere omstandigheden zich ervoor lenen worden de grotere longoperaties in het CWZ zoveel mogelijk door middel van een kijkoperatie gedaan: de VATS-lobectomie. Het voordeel van deze ingreep is dat de ribben niet gespreid hoeven te worden, Dit voorkomt pijn. Daarnaast is het ‘zicht’ voor de chirurg tijdens de operatie beter. Hierdoor is er minder bloedverlies en lijkt het ziekenhuisverblijf korter. Bij deze zogenaamde VATS-techniek (video assisted thoracic surgery) kan de longkwab via een aantal kleinere openingen in de borstkas verwijderd worden.
Zowel bij een thoracotomie als bij de VATS-lobectomie wordt er na de operatie een drain in de borstkas achtergelaten. Op deze drain wordt een drainagesysteem aangesloten. Hierdoor kunnen bloed en lucht aflopen. De drain wordt zo snel mogelijk na de operatie verwijderd (circa 1-2 dagen). Dankzij de ruggeprik die vóór de operatie wordt aangebracht, is er de eerste dagen na de operatie nauwelijks sprake van pijn en zal het doorzuchten en hoesten gemakkelijk gaan.
Folders
- Longoperatie
G493-A_08-06.pdf (82.72 kb)
- Kijkoperatie achter het bovenste gedeelte van het borstbeen langs de luchtpijp
G493-V_01-11.pdf (109.16 kb)






