Tepelvloed
Spontane tepelvloed, dus niet opgewekt door manipulatie, is redelijk zeldzaam en omvat zo’n 6% van de verwijzingen naar een mammapolikliniek. Hoewel er altijd een factor angst voor kanker bestaat, blijkt tepelvloed in minder dan 5% op borstkanker te berusten. Uitsluiten van borstkanker is echter wel de eerste bedoeling van het consult.
Bij alle patiënten met tepelvloed die ouder zijn dan 30 jaar is een borstfoto (mammografie) aangewezen om een kwaadaardigheid in de borst (carcinoom) uit te sluiten. Echografie dient steeds te gebeuren in aanwezigheid van een voelbare (palpabele) afwijking. Ductectasiën (=uitgezette melkgang) en cysten kunnen goed in beeld gebracht worden. Soms is een papilloom (poliep) zichtbaar in een uitgezette melkgang.
Behandeling
Indien tepelvloed steeds uit een en dezelfde melkgang komt en op basis van hiervoor beschreven onderzoek als verdacht geclassificeerd kan worden, is er een indicatie voor een operatie.
De minimale exploratie van een melkgang is de microdochectomie. Hierbij wordt onder narcose de vochtproducerende melkgang geïdentificeerd en verwijderd. Dit gebeurt via een snee in de rand van de tepelhof. Deze wond geneest fraai. Het weefsel wat wordt verwijderd wordt vanzelfsprekend nader microscopisch onderzocht.
Wanneer de tepelvloed uit verschillende melkgangen komt en blijft doorgaan of sociaal storend is een ‘conusexcisie’ een optie. Bij deze operatie is het de bedoeling alle uitgangen van de melkgangen te verwijderen. Het litteken dat aldus tussen het borstweefsel en de tepel ontstaat, voorkomt tepelvloed in de toekomst.


